Een trauma bracht het vuur tussen de woorden

Oorlog vernietigde de man, maar maakte de kunstenaar. Religie verschafte hem weer houvast, maar vernielde zijn kunst.

Zo bondig is het leven van J.D. Salinger samen te vatten. En toen was daar deze week ineens een forse biografie van de kluizenaar.

Ooit schreef J.D. Salinger in een brief: ‘Ik ben een aandoening, niet een man.’ Dat was in 1944, zeven jaar voor het succes van The Catcher in the Rye, en negen jaar voor hij zich terugtrok in de bossen van New Hampshire. Salinger refereerde indertijd aan een niet-ingedaalde teelbal, maar na het lezen van de langverwachte biografie Salinger is het verleidelijk de woorden vooral profetisch op te vatten. Beschadigingen maakten de schrijver.

De publicatie van Salinger zal weinigen de afgelopen tijd ontgaan zijn. Het verraadt – naast kundige marketing – de allure van de mythe: het genie, het kleine maar intrigerende oeuvre, het kluizenaarschap, de radicale keuze nooit meer te publiceren. David Shields en Shane Salerno werkten negen jaar aan hun project – dat ook een documentaire omvat –, spraken met mensen die eerder niet wilden spreken en kregen toegang tot een schat aan ongepubliceerde brieven. Hun boek belooft niets minder dan een écht antwoord op prangende vragen van uitgehongerde fans. Waarom zwoer Salinger de wereld af? Is hij werkelijk na 1965 blijven schrijven? En zo ja, wat?

Jerome David Salinger, Jerry voor vrienden, werd in 1919 geboren als telg van een chic half-Joods gezin uit New York. Zijn strenge vader was de onderdirecteur van een handelsbedrijf dat gerust Amerikaanse kaas als Zwitserse verkocht – een bewijs van de hypocrisie van de volwassenen en de burgerij, oftewel: de phonies waarover Salingers alter ego Holden Caulfield zou spreken in The Catcher in the Rye.

Salinger wilde liever schrijver worden, publicerend in The New Yorker. Hij reisde naar Europa, schreef wat lichte kost voor dito bladen, en nam dienst in het leger om te vechten tegen Hitler. Zijn literaire reputatie bouwde hij uiteindelijk op een handvol briljante korte verhalen die in The New Yorker verschenen tussen 1948 en 1955, en op The Catcher in the Rye. Salingers enige roman introduceerde een stem in de wereldliteratuur, die door generaties verwarde en gefrustreerde jongeren herkend zou worden.

De sleutel tot Salinger is ‘A Perfect Day for Bananafish’ (1948), een compact en nagenoeg perfect verhaal over Seymour Glass, een oorlogsveteraan die na een gemoedelijk gesprek met een klein meisje een eind aan zijn leven maakt. Het is literatuur van de Post-Traumatische Stressstoornis (PTSS).

Ook Salinger was veteraan. Hij landde op Utah Beach tijdens D-Day, was betrokken bij twee van de gruwelijkste slagen in de nadagen van de oorlog – de slag om het Hürtgenwald en het Ardennenoffensief – en liep, onvoorbereid op de verschrikkingen, Kaufering Lager IV van Dachau binnen. Het was de hel zoals geschilderd door Jeroen Bosch: niets dan lijken, uitgemergeld en in de brand gestoken. Steeds weer zou hij gedurende zijn leven herhalen: ‘De stank van brandend vlees gaat nooit weg.’

Het was het oorlogstrauma dat Salingers werk uit de middelmaat verhief. Het zorgde voor ‘het vuur tussen de woorden’, de magische kwaliteit die volgens Salinger goede van middelmatige schrijvers onderscheidde. Veel verhalen in de ijzersterke bundel Nine Stories zijn vermomde oorlogsverhalen, juist omdat Salinger het niet over de oorlog kón hebben. Maar het trauma manifesteert zich onherroepelijk.

Dat Salinger zich uit de wereld zou terugtrekken lag voor de hand, maar het ongekende succes van Catcher – dat nog steeds 250.000 exemplaren per jaar verkoopt – versnelde dat proces. Het grootste deel van zijn leven zou Salinger doorbrengen in Cornish, New Hampshire, in een afgelegen huis, dat later ook nog eens door hekwerk omringd zou worden. Hij begon zich te verdiepen in religieuze stromingen, met name de Vedanta-filosofie.

De leerstellingen van Vedanta, begonnen zijn werk te kleuren, tot toenemende onvrede van de critici. Salingers favoriete karakters – de curieuze verzameling wonderkinderen van de familie Glass, die voor Salinger echter waren dan zijn eigen kinderen – veranderden in filosofische buikspreekpoppen. ‘Hapworth 16, 1924’ (1965) deed Janet Malcolm zelfs verzuchten dat Salinger ‘naar de ratsmodee ging in een rieten mandje.’ Het was het laatste werk dat in druk zou verschijnen.

In Cornish verdedigde Salinger zijn privacy met hand en tand. Het leverde hem eerder meer dan minder ongewenste aandacht op: van fotografen die postten om hem vast te leggen tot journalisten op jacht naar ‘de scoop van de eeuw’, van fans tot lastpakken die een ongeluk in scène zetten (inclusief ketchup) om hem zijn huis uit te lokken.

Maar dat wil niet zeggen dat Salinger het contact met de wereld helemaal verloor. Hij haalde zijn post, keek televisie, ging op reis, kwam nog wel eens in New York en ontving bezoek, van oorlogskameraden die altijd zijn beste vrienden zouden blijven, van een paar oude literaire vrienden, en vooral: van veel te jonge vrouwen.

Dat zal voor fans nog het meest ongemakkelijke aspect van Salinger zijn, hoewel zijn voorliefde voor jonge vrouwen ‘op de drempel van volwassenheid’ bekend was. In dit boek wordt in detail de destructieve dynamiek van die relaties beschreven – van idealisering tot verwerping. Even pijnlijk is Salingers onvermogen zich fatsoenlijk te gedragen tegenover zijn tweede echtgenote en zijn kinderen. Het werk gaat voor alles – en ja, Salinger blijft werken, soms zestien uur op een dag.

Vedanta gaat uit van vier levensstadia: leerjaren, gezinsplichten, het terugtrekken uit de maatschappij en uiteindelijk: het afzweren van de wereld. Salinger volbracht in 2010 dat pad, maar echte verlichting was er nooit. Steeds was daar de oorlog, en het nabeeld van Seymours zelfmoord. Ze werpen onverminderd een schaduw over Salingers in veel opzichten gefnuikte leven, door Shields en Salerno niet zonder pathos omschreven als ‘een zelfmoordmissie in slow-motion’.

Een boek over iemand die zich bewust uit het publieke domein terugtrekt, stelt een morele vraag aan zowel makers als lezers. Life-fotograaf Ted Russell, die er in 1961 in slaagde in het geniep een foto van Salinger te maken, zei achteraf: ‘Ik had de arme man met rust moeten laten.’

Moeten wij ons schuldig voelen? Salinger verzocht om anonimiteit, werd daarin door vrienden en de lokale gemeenschap actief ondersteund, en voelde zich intens verraden wanneer naasten uit de school klapten. Ontslaat zijn dood ons van de plicht hem met rust te laten? Hebben we die plicht eigenlijk ooit gehad, of verliest een schrijver dat recht voorgoed op het moment dat hij besluit te publiceren, en daarmee om onze aandacht te vragen?

Wat Salinger duidelijk maakt is dat de schrijver zelf een complexe relatie onderhield met zijn eigen mythe. Salinger was zich bewust van die mythe, voedde haar, vocht ervoor, en maakte er op bepaalde manieren gebruik van. De man die beweerde ‘I am in this world, but not of it’, hield nauwlettend in de gaten wat er over hem gezegd en geschreven werd. Hij was daarnaast zeer nadrukkelijk bezig met instructies voor wat er na zijn dood met zijn ongepubliceerde werk moest gebeuren. Oftewel: hij was zich wel degelijk tot de verafschuwde wereld aan het verhouden. Zijn behoefte aan privacy was ongetwijfeld oprecht, maar Salinger speelde óók een spel met ons en wij verwierven daarmee het recht binnen redelijke grenzen tegenspel te bieden.

Salinger schetst het compleetste beeld van de man tot nu toe. Misvattingen worden rechtgezet, bekende feiten worden met details behangen. Er is nieuws: over zijn niet Franse maar Duitse eerste echtgenote, die mogelijk een ex-Gestapo-informant was, en over de vele jonge vrouwen die hij met brieven verleidde.

De meest opmerkelijke is Jean Miller, die nog maar veertien was toen ze met Salinger bevriend raakte, en die model stond voor Esmé uit het meesterlijke ‘For Esmé – With Love and Squalor’ (1950). Maar meer dan alles is het een boek over wat oorlog en religie met Salinger deden. Oorlog vernietigde de man, maar maakte de kunstenaar. Religie verschafte Salinger weer houvast, maar vernielde zijn kunst.

Dat neemt niet weg dat er veel op Salinger aan te merken valt. De vorm – orale biografie, oftewel een aaneenschakeling van citaten – ondermijnt de eenheid en de leesbaarheid. Het boek voelt gehaast, ja, soms ronduit slordig, getuige het geregeld in herhaling vallen. Zoals vaker met blockbusters – volgens welke wetten dit boek in de markt wordt gezet –, lijkt marketing belangrijker dan het scherp slijpen van het product. (Wat is dat trouwens voor onzin dat je op je omslag meldt dat dit het ‘officiële boek is van de veelgeprezen documentaire’, terwijl die documentaire nog niet eens uit is?). Het gevoel waarmee ik Salinger dichtsloeg was een mengeling van fascinatie en teleurstelling. Dit is niet de definitieve biografie. Dit zijn de intrigerende bouwblokken waarmee een betere biograaf ooit een geweldig monument zal kunnen oprichten.

O ja, de vraag die op ieders lippen brandt: wat behelsde de inhoud van Salingers legendarische kluis? Salerno en Shields weten dat er vijf nieuwe boeken aanstaande zijn, al zijn ze er in een kort slothoofdstuk weinig specifiek over en hebben ze het werk niet ingezien.

Om te beginnen komt er een complete editie met alle oude én niet eerder gepubliceerde Glass-verhalen (The Family Glass), alsook een Vendanta-handboek (A Religious Manual) – twee uitgaven waarvoor ik, gezien de ontwikkeling van Salingers latere werk, mijn hart vasthoud. Een bundel met oude én nieuwe verhalen rond de Caulfield-familie (The Last and Best of the Peter Pans) maakt nieuwsgieriger. Maar ik kijk vooral uit naar de aangekondigde romans over Salingers ervaringen in de Tweede Wereldoorlog (A Counterintelligence Agent’s Diary en A World War II Love Story). Wat als Salinger de kracht vond de demonen in het gezicht te kijken?

Overigens: er is in de pers gesuggereerd dat deze vijf uitgaven zullen verschijnen tussen 2015 en 2020. De exacte formulering in het boek is minder precies: ‘Deze werken zullen met onregelmatige tussenpozen verschijnen, te beginnen tussen 2015 en 2020.’ Inderdaad, te beginnen. Het spel is nog niet uit.