De top is nog steeds te hoog

Van alle bestuurders van Nederlandse beursbedrijven is 4,7 procent vrouw

fff

Terwijl het aantal vrouwelijke commissarissen in Nederland op het hoogste punt ooit is beland, slagen vrouwen er nog steeds niet in om door te stoten naar bestuurlijke topfuncties in het bedrijfsleven.

Vandaag verschijnt de Female Board Index, die het verloop laat zien van het aantal vrouwen in raden van besturen en raden van commissarissen van 85 beursgenoteerde bedrijven.

De vrouwen die al wel stevige functies bekleden, strijden tegen de weerstand die ambitieuze vrouwen ervaren als ze een gezin hebben. Want vrouwen die daarop steeds gewezen worden, kunnen gaan denken dat een topfunctie najagen inderdaad niet normaal is. Dat zeggen de finalisten van de Topvrouw van het Jaar-verkiezing. „Vroeger dacht ik: als ik over dertig jaar zover ben, zijn topvrouwen heel gewoon. Maar hoewel werken, véél werken, voor vrouwen makkelijker is geworden, is daarvoor nog weinig begrip”, zegt finalist Susan Swarte, financieel directeur bij biotechbedrijf OctoPlus.

Niet één beursgenoteerd bedrijf voldoet aan het Nederlandse streefgetal van 30 procent vrouwen in raden van besturen en raden van commissarissen. PostNL doet het nog het best, met respectievelijk 29 en 50 procent vrouwen.

Of het afdwingen van een quotum het gewenste effect zou hebben, is de vraag. In Noorwegen werd tien jaar geleden een quotum ingevoerd van 40 procent vrouwelijke commissarissen voor beursgenoteerde ondernemingen. In dat land zijn daardoor de bedrijven in waarde gedaald, concludeerden onderzoekers van de University of Michigan. De quota hebben geleid tot „jongere en minder ervaren raden van commissarissen en achteruitgang van de operationele prestaties”.