250

‘Oké, twee miljoen mensen zijn nu gevlucht uit Syrië – meer dan een miljoen kinderen. En uit de kwetsbaarste groep vluchtelingen gaat Nederland er niet meer dan 250 extra toelaten.”

„Mooi.”

„O ja? Hoezo mooi?”

„Opvang in de regio is altijd beter. Wie hier wordt opgevangen wil niet meer weg. Zie de Kosovaren. Waaraan doet dit gesprek me trouwens denken?”

„Aan dat stuk van George Packer uit The New Yorker, over het bombarderen van Assad. Stond vorige week in deze krant.”

„Waarom aap je hem nou na?”

„Zodat je ook eens naar míj luistert?”

„Als we Syriërs hierheen halen, dan zitten we eraan vast. Een vluchtelingenstatus is altijd het begin van een nieuw probleem.”

„Er kómen al Syriërs hierheen en die wórden al toegelaten, dus dat argument was al van tafel. Honderd per maand komen er nu op eigen houtje naar Nederland. Dit jaar al 900 in totaal.”

„Nou dan.”

„Die mensen kunnen voor zichzelf opkomen. Dit gaat over een andere groep, over 100.000 vluchtelingen die geen geld hebben om te reizen en die het volgens UNHCR niet gaan redden in kampen daar.”

„Waarom redden ze het daar niet?”

„Omdat ze een vrouw alleen zijn. Of omdat ze Palestijn, Irakees, Somaliër zijn, en eerder gevlucht voor andere conflicten. Eerst zaten ze in Syrische kampen, maar nu kijkt niemand meer naar ze om. Syriërs helpen nu liever elkáár.”

„En waarom moeten wij dat weer oplossen?”

„Niet oplossen, bijdragen. Net als Amerika: neemt al 45.000 van die 100.000 op. Duitsland: 5.000. Zweden: permanente verblijfsvergunning voor 8.000 Syriërs.”

„Alsof dat iets oplost aan het vluchtelingenvraagstuk.”

„Lost voedselhulp de armoede in de wereld op?”

„Nee.”

„Houdt het mensen in leven?”

„Oké. Maar de Nederlandse overheid gaat toch nog in die kampen onderzoeken welke vluchtelingen rechtstreeks hierheen zouden moeten komen? Dan worden het er vast vanzelf meer.”

„In januari!”

„In januari?”

„Ze lieten Vluchtelingenwerk weten dat ze in januari volgend jaar naar kampen met Syrische vluchtelingen in Jordanië gaan. Normaal gesproken gaat er daarna nog een half jaar bureaucratie overheen voordat de geselecteerde vluchtelingen ook echt naar Nederland kunnen komen.”

„Zó lang? Zijn we dan een jáár verder?”

„Zou kunnen. En dan heb je het de facto nóg niet over 250 vluchtelingen extra. Want dat getal wordt weer afgetrokken van de 500 die Nederland er volgens internationale afspraken toch al jaarlijks moet toelaten.”

„Dus dit gaat ook nog eens ten koste van andere vluchtelingen?”

„Ja.”

„Van wie dan?”

„Op dit moment vooral mensen uit Myanmar en Bhutan, die nu in Nepal en Thailand zitten.”

„Wij doen dus helemaal níéts extra?”

„Niets.”

„Wij kletsen ons er weer eens laf onderuit.”

„Dat doen we.”

„En dat noemen we een ‘streng maar humaan’ asielbeleid.”

„Uiteraard. En je kunt nu niet meer zeggen dat je het niet wist.”

„Of om met staatssecretaris Teeven te spreken: ‘We sluiten onze ogen niet’.

„Zou je daar dan alsjeblieft wel ongelukkig mee kunnen zijn?”

„Dat ben ik.”

Margriet Oostveen (m.oostveen@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen (a.v.veelen@nrc.nl)