Wiegel getuigt over vastgoedrol

Hans Wiegel getuigde gisteren voor de rechter over zijn rol als voorzitter van vastgoedfonds Bouw State. Obligatiehouders voelen zich door hem misleid, waar blijft het rendement?

Hans Wiegel, afgelopen juli bij de Franeker kaatswedstrijd. „Ik word gevraagd om een ander soort expertise, bestuurlijke ervaring.” Foto ANP

Het is allemaal de schuld van Hans Wiegel. Want zonder Wiegel „was ik er nooit ingestapt, dan had ik nooit voor ruim een ton aan obligaties gekocht. Ik heb Wiegel volledig vertrouwd.”

Hij is ouder dan zeventig en hij komt uit het oosten van het land, meer wil de man in de gang bij de rechtbank Zutphen niet kwijt. En dat Wiegel hem dus heeft „misleid” bij de aankoop van twee obligaties in fondsen van Bouwhuis Vastgoed. Die obligaties van 50.000 euro per stuk zijn nu bijna niks meer waard. Wiegel had, als uithangbord van Bouwhuis, een rendement van 9 procent beloofd.

Oud-minister Hans Wiegel (VVD) moest gisteren in de rechtbank in Zutphen getuigen, „mijn eerste keer in het getuigenbankje”, zei hij. Het voorlopige getuigenverhoor is aangevraagd door een obligatiehouder in de fondsen Bouw State IV en VI. Met vier andere fondsen werden deze in 2008 uitgegeven door Bouwhuis Vastgoed van Jonald Bouwhuis, die ook als getuige was opgeroepen.

Bouwhuis had Wiegel vijf jaar geleden gevraagd of hij voorzitter wilde worden van de Stichting Obligatiehouders Bouwhuis Vastgoed die de belangen van de obligatiehouders moest behartigen. „Wiegel heeft een betrouwbare uitstraling”, motiveerde Bouwhuis gisteren dat verzoek. Wiegel zei ja. Hij stond prominent, met foto, in de prospectussen en speelde een belangrijke rol in een reclamefilmpje, dat nog steeds op de website van de Bouwhuis Groep staat. In de commercial onderschrijft hij een gegarandeerd rendement van 9 procent. „Daar kunt u op rekenen.” Gisteren zei Wiegel dat hij zich „niet altijd gerealiseerd had” wat zijn betrokkenheid voor obligatiehouders betekende: „Als mijnheer Wiegel daar voorzitter van is, dan doen we het.”

Hoewel het met de fondsen volgens Wiegel de eerste twee jaar „liep als een zonnetje”, ging het eind 2009 mis door de vastgoedcrisis en negatieve publiciteit over Bouwhuis. Van fonds V is Wiegel geen voorzitter meer. Twee weken geleden lieten de boze obligatiehouders van dat fonds voor zeven miljoen euro beslag leggen op Wiegels huizen, zo meldde maandblad Quote. Ze stellen hem verantwoordelijk voor de schade bij hun vastgoedbelegging. Dit alles zorgt voor Wiegel (naar eigen zeggen nog steeds voorzitter van vijf van zes fondsen) voor een deuk in zijn reputatie.

„Adviseur/commissaris bij allerlei instellingen en bedrijven”, antwoordde Wiegel gisteren toen de rechter hem naar zijn beroep vroeg. Op de meeste gedetailleerde vragen van advocaat Martijn Rijnhart van de obligatiehouder die het verhoor had aangevraagd, had hij geen antwoord. De advocaat wilde weten of Wiegel verschillende zaken had gecontroleerd. Wiegel: „Ik ging er gewoon van uit. Als de handtekening van de makelaar, accountant en taxateur eronder staat, dan zal het wel zo zijn. Bovendien keek natuurlijk ook de bank mee.” En: „Afgezien van gesprekken met de heer Bouwhuis was er niet een specifieke controle omdat ik daarvoor niet de specifieke financiële kennis in huis heb”. Na afloop lichtte Wiegel toe: „Ik word gevraagd om een ander soort expertise, bestuurlijke ervaring, goed kunnen omgaan met moeilijke bestuurlijke situaties.” Voor de gedetailleerde vragen moest men bij Bouwhuis zijn.

De rechter en advocaat Rijnhart stelden vragen die boven water moesten krijgen of op onrechtmatige wijze geld aan de fondsen is onttrokken. Ook wilden ze weten of de beloofde vastgoedaankopen wel zijn gedaan en of beleggers zijn misleid zijn door Wiegel en Bouwhuis, vanwege hun garantie van 9 procent rendement.

Volgens Bouwhuis is het antwoord op deze vragen nee. Dat bijvoorbeeld een pand in Mönchengladbach anders dan in de prospectus staat niet is aangekocht, komt door bodemverontreiniging. Wat er met het voor dat pand gereserveerde geld dan wel is gebeurd, werd uit het verhoor niet duidelijk. Jonald Bouwhuis was geïrriteerd door de vragen van advocaat Rijnhart. „U moet beter lezen”, zei hij bijvoorbeeld geagiteerd. En: „Volgende vraag”, „als je nou even je pen pakt en opschrijft.”

Dat Bouwhuis niet illegaals heeft gedaan wordt volgens hem ondersteund door het feit dat banken nog steeds vastgoedzaken met hem doen. Hij begrijpt de „wanhoop, verdriet en boosheid” van de obligatiehouders, zei hij. „Het is natuurlijk een trieste situatie dat aan het eind van het liedje je geld minder waard is. Ik, Wiegel en de banken zijn aan een avontuur begonnen en dachten dat het goed zat. Helaas kwam toen wel de crisis.”

Het Openbaar Ministerie besloot in juni om Bouwhuis niet strafrechtelijk te vervolgen na aangifte van oplichting door obligatiehouders van fonds V. In dat besluit schrijft de officier van justitie dat beleggers ook een eigen verantwoordelijkheid hebben. Maar hij wijst in diezelfde brief op een civiele zaak waarin de rechter heeft beslist dat Bouwstate Vastgoed een kleine zes miljoen euro moet terugbetalen aan de fondsen. Een bodemprocedure daarover loopt nog.

Het getuigenverhoor van gisteren leidt waarschijnlijk tot een civiele rechtszaak. Genoeg redenen voor vastgoedondernemer Jonald Bouwhuis om een nieuwe versie te schrijven van zijn autobiografie uit 2008. De vraag is wel of de titel Het komt vast-goed dan nog gepast is.