Wie begrijpt Proust en Rembrandt straks nog?

Jongere generaties weten te weinig van cultuurhistorie om kunst te begrijpen. Die wordt daardoor vooral een esthetische beleving, stelt Frank van Vree.

Illustratie Milo

Het veronderstelde gebrek aan historische kennis van jongeren, dat de afgelopen jaren sterk de aandacht trok en heeft geleid tot de nationale canon en imitaties daarvan, is triviaal vergeleken bij de sluipende, veel ingrijpender verandering die zich sinds drie, vier decennia voltrekt. Langzaam maar zeker raken jongere generaties afgesneden van de tradities die aan de basis liggen van de culturele erfenis van de westerse cultuur.

Deze ontwikkeling raakt direct aan de kerntaken van onderwijs- en culturele instellingen. Zij grijpt immers diep in op de manier waarop scholieren en studenten – maar ook bezoekers van musea en theaters – naar schilderijen en klassieke films kijken of literaire werken lezen.

Wat daarvan de gevolgen zijn, laat zich indenken. Een paar jaar geleden bezocht ik op trektocht in het noorden van India een aantal boeddhistische kloosters. En hoewel de entourage en rituelen – de biddende monniken, de beelden, de kleuren en geuren – associaties opriepen met het traditionele katholicisme waarmee ik (nog net) ben opgegroeid, had ik natuurlijk geen idee waar dit alles echt over ging. Ik wist niet wat die beelden en gebeden voorstelden, al had ik me toch redelijk voorbereid. Wat, bij gebrek aan werkelijk begrip, resteerde was vooral een esthetische ervaring.

Zo ongeveer zullen ontelbare jonge volwassenen – en zij niet alleen – in het Rijksmuseum, het Louvre of Boymans rondlopen. Schilderijen als Da Vinci’s Laatste Avondmaal zullen misschien nog enige belletjes doen rinkelen, maar dat geldt vast niet voor Rembrandts Jeremiah treurend over de verwoesting van Jeruzalem of Brueghel’s Toren van Babel. En hoe luistert iemand die zo goed als onbekend is met bijbelse verhalen naar Stabat Mater van Pergolesi? Hoe lees je in zo'n geval Eco, García Marquez of Reve, hoe ervaar je films van Pasolini of Bergman?

Jongeren van nu zijn wereldwijzer

Let wel: dit is geen treur- of klaagzang over de oppervlakkigheid of onwetendheid van jongeren. Hun kennis en ervaringen stijgen in tal van opzichten uit boven die van vroegere generaties. Ze zijn letterlijk wereldwijzer en bewegen zich in heel andere, nieuwe domeinen, die zich bovendien uitstrekken tot andere culturen, door reizen en – vooral – via het web.

Maar tegelijkertijd hebben deze kennis en ervaringen vaak een hybride, gefragmentariseerd karakter – niet zo verwonderlijk gelet op het feit dat de klassieke, orde scheppende tradities, waarmee vroegere generaties zijn opgegroeid, sterk aan betekenis hebben ingeboet. Dat geldt voor het christendom, het nationalisme en het westerse vooruitgangsgeloof.

Waar we mee te maken hebben, is een fundamentele en onomkeerbare verandering in onze cultuur. Kennis en begrip van de culturele erfenis zijn niet langer vanzelfsprekend, omdat we langzaam zijn afgesneden van de wortels daarvan.

Daarbij gaat het niet alleen om ‘feitelijke’ kennis, maar ook om doorleefde ervaringen en de daarmee verbonden sentimenten: zo vormden diepere, religieuze ervaringen, gevoed door godsdienstige rituelen, eeuwenlang de ‘natuurlijke’ context en voedingsbodem voor zowel de productie als het begrijpen van schilderijen, gedichten en films.

Maar ze zijn ook ontworteld

Daarvan is in de westerse wereld nauwelijks meer sprake, niet alleen door de toenemende secularisering, maar ook doordat religieuze praktijken en de rol van godsdienst in het dagelijks leven in de westerse wereld zelf diepgaand van karakter zijn veranderd.

Deze langzame maar ingrijpende veranderingen in de westerse cultuur zouden we kunnen aanduiden als een vorm van ontworteling, in de letterlijke betekenis van het woord. In toenemende mate staan jongere generaties tegenover de culturele erfenis van de westerse cultuur als de spreekwoordelijke katten in een vreemd pakhuis.

Die ontwikkeling stelt ons, universiteiten, scholen en culturele instellingen, voor een niet te onderschatten uitdaging: wij moeten nieuwe wegen vinden om de rijke culturele erfenis voor jongere generaties toegankelijk te maken. En als ik zeg: toegankelijk maken, doel ik minder op het overdragen van cultuurhistorische kennis in feitelijke zin dan om iets te laten zien en voelen van de mentale werelden die met deze traditie zijn verbonden.

Als we daar niet in slagen, dan zullen we bij het kijken en lezen nooit verder komen dan droge feitenkennis dan wel een puur esthetische beoordeling. Maar dat is niet genoeg om Rembrandt, Pasolini of Proust te begrijpen.