Welvaart lager door trek van talenten naar bankensector

De onstuimige groei van de financiële sector in de aanloopjaren naar de financiële crisis heeft de groei in andere delen van de economie geremd. Dat kon gebeuren door de aanzuigende werking van banken op talent. De resulterende „braindrain” belemmerde met name die sectoren die voor hun groei sterk afhankelijk zijn van kennis en innovatie, zoals de chemische en de elektrotechnische industrie. Tot die conclusie komt Christiane Kneer, onderzoeker bij toezichthouder De Nederlandsche Bank, die dit najaar hoopt te promoveren op het onderwerp. DNB besteedt komende maandag aandacht aan haar onderzoek in de „working paper reeks”, waarin vrij wetenschappelijk onderzoek de ruimte krijgt.

De conclusies van Kneer zijn opmerkelijk omdat de braindrain zich in dezelfde periode voordeed als de inspanningen van de kabinetten-Balkenende om innovatie te stimuleren door middel van het veel bekritiseerde Innovatieplatform. Ook klagen politici en werkgeversvertegenwoordigers al jaren over tekorten aan beta’s en technici. Maar nooit eerder werd een officiële link gelegd met de deregulering van de financiële markten, waardoor de financiële sector zo kon expanderen.

Kneer deed onderzoek naar dertien Europese landen, waaronder Nederland, in de periode tussen 1980 en 2005. Ze ontdekte dat de toegenomen liberalisering van het bankwezen een negatief effect had op de maakindustrie. Nadat de deregulering inzette, groeiden deze bedrijven minder hard dan ze hadden kúnnen doen, afgezet tegen bedrijven in sectoren die niet of nauwelijks afhankelijk zijn van onderzoek en ontwikkeling, zoals de houtindustrie. Hetzelfde effect ging op voor de productiviteit. Ook die bleef achter. „De groei van de banksector ging ten koste van andere sectoren”, concludeert Kneer.