Wat staat Syrië te wachten?

Vandaag spreekt de G20 over ingrijpen in Syrië Een aanval van de VS speelt jihadisten en Al-Qaeda in de kaart In grensstad Azaz is te zien waar dit toe kan leiden

Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers. Foto AFP

Correspondent Turkije

Toen eind juli vorig jaar de twee belangrijke grensovergangen tussen Turkije en Syrië in handen vielen van de oppositie, waren er al (internationale) jihadisten aanwezig in het gebied. De Nederlandse fotograaf Jeroen Oerlemans en zijn Britse collega John Cantlie vonden het onweerlegbare bewijs toen ze per ongeluk hun kamp binnenwandelden, net over de grens. Maar de rebellie tegen president Bashar Al-Assad was toen nog vooral een strijd van gedeserteerde soldaten, boze boeren en een jonge verstedelijkte generatie die democratische hervormingen eiste.

Hoe anders is het beeld een jaar later, aan de vooravond van mogelijk westers ingrijpen. Jihadisten en groepen gelieerd aan Al-Qaeda domineren de strijd op vrijwel alle plaatsen, op een steenworp afstand van de Turkse grensplaatsen. Drie belangrijke groeperingen voeren de strijd aan: Jabhat Al-Nusra is een lokale salafistische groepering die banden heeft met Al-Qaeda. Ze zijn aanwezig in elf van de dertien gouvernementen in Syrië. In de afgelopen maanden rukte ook de Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIS) op, een verlengstuk van Al-Qaeda in Irak en de Islamitische Staat in Irak.

Vandaag spreekt de G20 over een eventuele Amerikaanse aanval op Syrië. Als het Syrische regime wordt verzwakt door een Amerikaanse aanval, dan zullen deze groepen waarschijnlijk profiteren.

Wegversperringen en sharia

In Azaz, vijf kilometer van de Turkse grens, drukken jihadisten een zware stempel op het dagelijks leven. Ze runnen wegversperringen in en om de stad. Ze worden verantwoordelijk gehouden voor de ontvoering van westerse journalisten en honderden burgers, vooral Koerden.

De Syrische burgerbevolking is verdeeld over hun methoden. Ze verbieden mannen te roken, en vrouwen zonder hoofddoek de straat op te gaan. „Maar ze zijn betere vechters dan de andere strijders (van het Vrije Syrische Leger). Ze zijn sterker, moediger en beter georganiseerd”, vertelt een lokale textielfabrikant die uit Azaz naar Turkije vluchtte. Zijn ouders wonen nog in de stad en daarom wil hij alleen zijn voornaam gebruiken: Ahmet. Veel jihadisten zijn nu richting de havenstad Latakia getrokken, de thuisbasis van de familie Assad.

De jihadisten kregen snel steun van de lokale bevolking door de criminele activiteiten van veel strijders van het Vrije Syrische Leger. „De rebellen hebben het appartement van mijn ouders geplunderd, koelkast, televisie, zelfs het bed. En ze plaatsten een scherpschutter voor de deur om te voorkomen dat we het huis nog in konden”, vertelt Ahmet. Jihadisten stelen niet en zien toe op de strenge naleving van de islamitische wetgeving (sharia). „Een jonge sigarettensmokkelaar in het dorp werd beschuldigd van diefstal. De volgende dag hebben ze zijn arm afgehakt”, vertelt Ahmet.

Eerder vertelden ook de Turkse grensbewoners van het oostelijker gelegen grensstadje Ceylanpinar over sharia-rechtspraak in Ras Al-Ain, aan de Syrische kant van de grens. Dat was begin dit jaar toen Jabhat Al-Nusra het stadje nog in handen had. De afgelopen weken hebben strijders van de Koerdische PYD, het Syrische filiaal van de Koerdische afscheidingsbeweging die in Turkije PKK heet, Jabhat-Al-Nusra verdreven. Volgens het Turkse persbureau DHA verdedigen de jihadisten zich met tanks, buitgemaakt op het leger van Assad, en zelfmoordaanslagen. Honderden Koerdische burgers zijn in het gebied ontvoerd.

Hoe maakt de VS onderscheid?

Onduidelijk blijft welke rol de Turkse autoriteiten precies spelen. Afgelopen weekend was deze krant in het grensplaatsje Akcakale getuige van de bevoorrading van Arabisch sprekende rebellen. Dat gebeurde onder toezicht van een Turkse agent, die vroeg niet gefilmd te worden. Volgens de chauffeur van de vrachtwagen vervoerde hij „laarzen”. Een strijder met de naam Abu Hiba, die het transport naar Syrië begeleidde, maakte zich zorgen over de Amerikaanse bommen. „Ik ben bang dat de Amerikanen op de rebellen, Al-Qaeda, Jabhat-Al-Nusra gaan schieten, in plaats van op Assad.” Veel jihadisten denken er net zo over en roepen op websites hun strijders op zich stil te houden in de aanloop naar een eventuele Amerikaanse aanval.

Turkije ontkent Jabhat Al-Nusra te steunen. De afgelopen maanden heeft de Turkse politie op diverse plaatsen in eigen land strijders opgepakt, op verdenking van het beramen van aanslagen. De Koerdische bevolking aan de Turkse kant van de grens is er echter van overtuigd dat Turkije sympathie heeft voor de jihadistische strijd tegen Koerdische milities, aangezien het Turkse leger in eigen land ook die strijd voert. „Alleen Arabische gewonden worden in onze ziekenhuizen opgenomen”, vertelde de Koerdische burgemeester van Ceylanpinar. „Toen we de gouverneur er naar vroegen zei hij dat de ziekenhuizen vol waren en dat Koerden voor problemen zouden zorgen.”

Terug naar Azaz, in het Noordwesten van Syrië. Ahmet twijfelt over het nut van Amerikaanse bommen. Zelfs voor de lokale bevolking is het lastig te achterhalen welke groepering welk dorp, welke straat in handen heeft. Hoe moeten de VS dat onderscheid maken? „Als de VS echt wilden dan hadden ze al lang iets gedaan. Ze willen waarschijnlijk dat meer moslims sterven”, zegt hij cynisch. Hij vertelt over zijn zoontje van vier die rechtop in bed zat, met zijn armen voor zich uit, elke keer als de Syrische luchtmacht bommen liet vallen op de posities van de rebellen. Maar onlangs zei zijn zoontje: „De rebellen zijn dieven. Ik wil de soldaten van Assad terug.”

Ahmet lacht. „Hij heeft gelijk.”