‘Tegen mij kan een Chinees niet op’

Is civiel ingenieur, werkte bij een bank en is nog steeds werkzaam in de financiële sector als zelfstandig opleider en scout met zijn bedrijf Oxyor.

Simon Meijlink: „Ik ben gewend geraakt aan de luxe” Foto Olivier Middendorp

‘Ik was een van de eerste techneuten bij de bank. Het was 1996 en ik gold als experiment. Ik zei: ‘Ik kan rekenen en economie kan ik wel leren. Andersom is het kansloos’. Als techneut reken je iedereen er zo uit.

Alles draait om getallen in het zakenbankieren. Ik kwam op de derivatenafdeling terecht als prop trader. Echt het evil gebeuren dus. De bank kreeg in die tijd meer concurrentie. De keuze was: óf hogere volumes draaien, óf met meer intelligente producten komen. Al die derivaten en gestructureerde producten, daar had je wel slimme mensen voor nodig. Het was niet meer het bankieren zoals het was: de traditionele intermediair tussen spaarders en leners. Daar vielen geen marges meer te maken.

In het begin was het best pittig. Er was nog geen systeem, we wisten niet hoe je de risico’s kon beheersen. Wij waren tussen de 22 en 32 jaar. Maar de mensen die de bank runden snapten de producten niet. Daardoor was er veel vraag naar mensen die konden rekenen. Bijna alles leek in goud te veranderen in de financiële sector. De mensen waren niet aan te slepen en ze maakten hun studie ook niet meer af.

Inmiddels ben ik gewend geraakt aan de luxe en de keuzemogelijkheden die de financiële wereld mij te bieden heeft. Ik ben een veelgevraagd expert; dan is het niet logisch om weer onderaan de ladder te beginnen als techneut. En bovendien: tegen mijn consulting kan een Chinees niet op. Met onze staalfabrieken kan hij wel concurreren. Hoe je het ook wendt of keert: de mogelijkheden voor mij zijn beter.

De Europese maakindustrie verkeert eigenlijk in een kansloze positie. Toch ben ik blij dat ik techneut ben, want als het echt misgaat, heeft de consultant ook geen werk meer. Je moet als economie kunnen terugvallen op de maakindustrie.”