Column

Stéphanie Versteeg Voedselgevecht

Elke laatste woensdag van augustus wordt in het Spaanse dorpje Buñol het opmerkelijkste feestje van het noordelijk halfrond gehouden: La Tomatina. De smalle straten en steegjes van het plaatsje, dat ruim 38 kilometer ten westen van de stad Valencia ligt, zijn dan het toneel van een groots tomatengevecht. Het stadje werd vorige week weer overspoeld door 20.000 tomaatlievende voedselvechters.

Het verhaal gaat dat de eerste editie in 1945 is ontstaan na een dispuut tijdens een feestelijke optocht. De oproerkraaiers grepen naar de tomaten van de dichtstbijzijnde groenteman en begonnen het toegestroomde publiek te bekogelen. Het jaar daarna brachten ze hun eigen tomaten mee en zodoende werd het festijn een Spaanse traditie. Tegenwoordig beginnen de festiviteiten om elf uur ’s ochtends. Lange rijen vrachtauto’s droppen kilo’s goedkope tomaten uit Extremadura op het belangrijkste plein van het dorp, waarna het startschot voor het massale voedselgevecht wordt gegeven. Duizenden tomaten – die volgens de regels moeten worden geplet alvorens ze worden weggeslingerd – vliegen vervolgens door de lucht en de opgewonden mensenmassa verandert in luttele seconden in een kolkende brij van tomatenpuree. Exact een uur later wordt afgefloten, zijn de gevels bedekt met een laagje tomatenpulp en kunnen de gangmakers op zoek naar een douche. Klinkt als een mooi feestje, maar persoonlijk stop ik die mooie rijpe tomaten liever in de soep, salade of in een taartje uit de oven. Eenieder die wel van plan is om volgend jaar op 27 augustus af te reizen naar Oost-Spanje: een degelijke duikbril is geen overbodige luxe.

Meng de bloem met de boter, een snufje zout en ei tot een elastisch deeg. Voeg eventueel een klein beetje water toe om het deeg soepel te maken.

Maak een bal en bedek met plastic folie. Laat een half uurtje in de koelkast rusten.

Rol het deeg uit tot het een halve centimeter dik is en leg er een schoteltje met een diameter van tussen de 10 en 15 cm op. Snijd langs de rand rondjes uit het deeg en prik er met een vork gaatjes in.

Snijd nu de kerstomaatjes door de helft en besprenkel ze met olijfolie. Leg met de bolle kant naar boven op de de deegrondjes en snijd de geitenkaas in kleine porties.

Verdeel over de deegrondjes en strooi er wat verse tijm en peper en zout overheen.

Bak in 20 minuten in de oven op 200 graden.

Maak de taartjes af met een plukje rucola.