Rupee valt, Hollandse ondernemer komt

Terwijl de onrust over de economie van India groeit, zoeken Nederlandse bedrijven naar kansen. „De recente neergang heeft de interesse in India niet verminderd.”

Raghuram Rajan, de nieuwe baas de centrale bank in Inadia, bedankt zijn voorganger Duvvuri Subbarao bij de overdrachtsceremonie op het hoofdkantoor in Mumbai. Foto Reuters

„Laten we het eens hebben over de olifant in de kamer”, zei de derde Indiase spreker tijdens een seminar voor Nederlandse en Indiase zakenlieden in New Delhi. Na een klein kuchje vervolgde hij: „De slechte staat van onze economie op dit moment, daar kunnen we niet omheen. Maar wie wil investeren in India moet een langetermijnvisie hebben.”

Vandaag is de laatste dag van de Nederlandse handelsmissie van veertig bedrijven onder leiding van Lilianne Ploumen, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die deze week India aandeed. De delegatie bestond voornamelijk uit bedrijven actief op het gebied van verstedelijking en voedselzekerheid. Grote bedrijven, zoals het ingenieursbureau Royal Haskoning/DHV (omzet ruim 700 miljoen euro), dat al een vestiging in India heeft, en bouwbedrijf Ballast Nedam (omzet 1,3 miljard euro), dat voornamelijk actief is in Nederland maar graag wil meedoen aan de infrastructurele miljardenprojecten in India. En kleinere bedrijven, zoals Koppert Biological Systems, wereldleider op het gebied van biologische bestrijdingsmiddelen, dat eveneens een filiaal in India heeft.

Kort voor de komst van Ploumen raakte de rupee in een vrije val. Inmiddels verloor de munt een vijfde van haar waarde ten opzichte van de dollar. Het Indiase groeicijfer daalt al langer. In 2010 bedroeg het nog ruim 10 procent, vorig jaar was dat ingezakt tot 6,5 procent. Die daling zet door. In het eerste kwartaal van dit jaar was de groei 4,8 procent. Maandag werd het cijfer van het afgelopen kwartaal bekendgemaakt: 4,4 procent.

Geen paniek, zeggen economisch analisten. De perspectieven voor de lange termijn zijn goed. Gemeten naar koopkrachtpariteit duwde India vorig jaar april Japan van de vierde plaats. Het land heeft nu na de VS en China de derde economie ter wereld.

Belangrijk is dat India een jonge bevolking heeft met een stijgend opleidingsniveau. Die kan naar verwachting zowel zorgen voor een toenemende productie als voor een gestaag groeiende binnenlandse vraag. Volgens de Wereldbank zal het land daardoor over twintig jaar economisch nog steeds krachtig zijn, terwijl China flink zal zijn afgezwakt.

„De recente neergang heeft de interesse van Nederland in India zeker niet verminderd. Het is belangrijk om strategische relaties aan te gaan in India wegens het enorme economische potentieel”, zegt minister Ploumen tijdens een gesprek in New Delhi.

Ook India heeft daarbij te winnen. Nederland is de vierde handelspartner van India in Europa. In 2012 bedroeg de export naar Nederland 10 miljard dollar (7,6 miljard euro). Nederland is met ruim 9 miljard dollar de zesde investeerder in India, dat vorig jaar voor 2,6 miljard dollar (2 miljard euro) uit Nederland importeerde.

Op het gebied van voedselzekerheid bezit Nederland veel kennis en heeft India grote behoefte aan expertise en producten. Zo nam India onlangs een voedselwet aan die twee derde van de bevolking het recht geeft op een vastgestelde hoeveelheid rijst en tarwe per maand tegen een gesubsidieerde prijs. Daarvoor vergt veel meer opslagcapaciteit. Zo’n 40 procent van de bederfelijke producten gaat nu verloren door ontoereikende aanvoer en opslag. „Binnenkort starten we met tenders voor 2 miljoen ton opslagcapaciteit. Daar kunnen Nederlandse bedrijven van profiteren”, aldus een hoge ambtenaar van het ministerie van Landbouw.

Ook met betrekking tot het in goede banen leiden van de verstedelijking is Nederland aantrekkelijk voor India. In India woont 44 procent van de mensen in steden. In Nederland is dat 83 procent. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Nu wonen nog 400 miljoen van de 1,2 miljard Indiërs in steden, het volgende decennium zullen dat er al 600 miljoen zijn. Nederlandse expertise op gebieden als watermanagement en planologie is in India veelgevraagd. „India begint nu pas aan het inlopen van de enorme achterstand in stedelijke kennis. Hier liggen grote kansen voor Nederlandse bedrijven”, aldus Kamal Nath, India’s minister voor Stedelijke Ontwikkeling.

Met minister van Handel en Industrie Anand Sharma maakte minister Ploumen afspraken over de oprichting van een speciaal comité voor overleg over handelskwesties. Die zijn er volop: Nederlandse ondernemers klagen over bureaucratie en trage procedures. Soms lichten ze de hand met de regels voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, waar Ploumen veel belang aan zegt te hechten.

Onlangs riep Ploumen de zaadbedrijven Nunhems en Bejo Zaden bij zich. Hun filialen bleken kinderen onder de 14 jaar aan het werk te hebben in de productie van peper- en tomaatzaad. „Ik heb gezegd dat dit niet langer zo kon. Daarna hebben ze maatregelen getroffen”, zegt Ploumen.

Een ander punt voor het comité is de bescherming van de Indiase markt met tolmuren. De Europese Unie en India voeren al jaren moeizame onderhandelingen over een vrijhandelsverdrag. „Vrijhandel is ons uiteindelijke doel”, aldus Ploumen.

Arjen Stolk van Fruitmasters is mee om de markt te verkennen. Hij blijkt zijn Nederlandse fruit niet zomaar kwijt te kunnen in India. „Je bent zo twee jaar verder voordat je toestemming hebt.”

André Thewessen van ATS Koudetechniek verwacht wel dat er handel te doen is met India. Zijn bedrijf heeft ervaring met „lastige buitenlanden”. Zo bouwde het een gekoeld distributiecentrum in Noord-Irak. „De vraag is of we zelf de installaties bouwen of dat we dat Indiërs laten doen. Dat hangt af van de beschikbare kennis en vaardigheden.”