Rechter: OM mag Maastrichtse coffeeshops niet vervolgen

De rechter laat geen spaan heel van het coffeeshopbeleid van het Openbaar Ministerie en de gemeente Maastricht.

Zes Maastrichtse coffeeshophouders en acht van hun medewerkers krijgen geen straf voor de verkoop van softdrugs aan buitenlanders. De politierechter in Maastricht verklaarde het Openbaar Ministerie (OM) gisteren niet-ontvankelijk, omdat vervolging een gemeentelijk belang dient. Daar is het strafrecht volgens de rechter niet voor bedoeld.

Bovendien is nog steeds niet definitief duidelijk of het verbieden van verkoop aan buitenlanders strijdig is met andere rechtsregels. De Raad van State kijkt daar in november naar.

De rechter voegt eraan toe dat zij het Nederlandse softdrugsbeleid niet kan uitleggen: aan de ene kant een verbod op kweek en handel en aan de andere kant het gedogen van de verkoop van kleine hoeveelheden softdrugs in veilige gelegenheden.

Het OM gaat in hoger beroep. Het had tegen de coffeeshophouders 2.500 euro boete en 75 uur werkstraf geëist en tegen de medewerkers 250 euro boete en 15 uur werkstraf. Dat was gelijk aan de straffen die in juni werden gegeven, toen een meervoudige kamer van de Maastrichtse rechtbank zich boog over soortgelijke zaken rondom coffeeshops in de stad. De rechtbank oordeelde toen dat coffeeshops zich niet kunnen onttrekken aan het verbod om te verkopen aan niet-ingezetenen van Nederland. Het verbod staat op gespannen voet met de Grondwet en internationale afspraken, stond in de uitspraak, maar wordt gerechtvaardigd door de overlast van drugstoerisme. Die zaak loopt nog in hoger beroep.

De rechtbank boog zich gisteren ook over een zaak tegen coffeeshopeigenaar Marc Josemans, voorzitter van de Vereniging Officiële Coffeeshops Maastricht. Die verspreidde in mei folders met uitleg over de hernieuwde verkoop aan buitenlanders. Het OM vond dat reclame voor cannabis. De rechtbank ziet dit echter als het informeren van omwonenden.