Racespel helpt het oude brein

De simpele game NeuroRacer bereikt wat voor weinig games is weggelegd. Het spel versterkt aandacht én geheugenkracht bij ouderen en dat effect blijft lang bestaan.

Een van de deelnemers speelt NeuroRacer tijdens het onderzoek. Foto's The Gazalley Lab

Het spel ziet er armoedig uit: een houterige grijze Volkswagen kever die je met een joystick over een simpele slingerweg door een hardgroen landschap stuurt. Af en toe verschijnen er gekleurde vormpjes in beeld. Alleen bij een groene cirkel moet je op de schietknop drukken.

Toch, dit computerspel, NeuroRacer, helpt daadwerkelijk werkgeheugen en aandachtspanne te verbeteren. Wetenschappelijk aangetoond.

In Nature schrijft het team van neurowetenschapper Adam Gazzaley van de University of California in San Francisco dat ouderen van tussen de 60 en 85 jaar oud die gedurende een maand drie keer een uur per week het racespel deden, beter leren multitasken (sturen en schieten tegelijk). Ze worden er zelfs zo goed in, dat zij na de 12 uur training hoger scoren dan frisse twintigers die het spel voor het eerst spelen. En het effect van de training blijft; een half jaar later waren de ouderen nog steeds uitstekende multitaskers.

„Dit laat zien dat het samenvoegen van twee cognitietrainingen, in het multitasken, een groter effect heeft dan wanneer je ze apart aanpakt”, zegt klinisch neuropsycholoog Albert Ponsioen van Lucertis Kinder- en jeugdpsychiatrie Velsen. Zelf werkt Ponsioen aan de ontwikkeling van de Braingame Brian, een computerspel dat zich richt op kinderen met ADHD en autisme om hen te trainen op werkgeheugen, planning en onderdrukken van impulsen. „Wij proberen cognitietrainingen voor kinderen met game-elementen levensechter en daarmee effectiever te maken. Het belangrijkste doel is het versterken van het adaptieve gedrag.”

Werkgeheugen

Maar hebben de ouderen in de VS echt hun brein kunnen verjongen met een computerspel? „De getrainde ouderen worden niet alleen veel beter in multitasken, maar wij lieten zien dat ook hersenfuncties verbeterden waar wij niet specifiek op trainden”, zegt onderzoeksleider Gazzaley tijdens een telefonische persconferentie. „Ze bleken beter in staat hun aandacht bij een bepaalde taak vast te houden en hun werkgeheugen – dingen kort onthouden – verbeterde.”

Het effect van de training was ook te zien op hersenscans, waarbij er aanmerkelijk meer activiteit was in de prefrontale hersenschors, in hersengolven die in verband worden gebracht met cognitieve functies.

De Amerikanen lieten zien dat het voor mensen snel lastiger wordt twee taken tegelijk uit te voeren naarmate ze ouder worden. De kracht van NeuroRacer is volgens Gazzaley dat het multitasken gericht beloont. Een speler gaat pas naar het volgende niveau als hij op beide taken – de weg volgen en klikken bij de juiste symbolen – beter scoort. Het spel past zich aan het niveau van de speler aan, waardoor die gaandeweg steeds verder uitgedaagd wordt.

Moet iedere oudere dit spel gaan spelen? Nog niet, want al deze uitkomsten zijn tot nu bereikt in een laboratorium. In hoeverre de ouderen er in het dagelijks leven profijt van hebben is een open vraag. „Je kunt je wel voorstellen dat een verbetering van de aandacht en het vermogen informatie vast te houden ouderen zal helpen in gesprekken met meer mensen tegelijk”, zegt Gazzaley, „Maar om zulke subtiele voordelen buiten het laboratorium kwantitatief aan te tonen, zouden we het effect van de training bij veel grotere groepen ouderen moeten testen.”

Bedrijfje

Het experiment dat nu is beschreven in Nature toont aan dat het principe in ieder geval werkt. Gazzaley heeft intussen een bedrijfje opgericht, Akili Interactive Labs, dat binnenkort een geavanceerde versie van NeuroRacer op de markt gaat brengen, naast vier soortgelijke programma's die zich richten op toepassingen bij ADHD en depressie. „Niet als software voor consumenten”, benadrukt Gazzaley, „Maar als een diagnostisch en therapeutisch instrument.”

Gazzaley hoopt niet dat mensen gaan denken dat iedere game goed is voor het verbeteren van de hersenfuncties. „Om dat te weerleggen, trek ik graag de parallel met de farmacie. Er zijn allerlei medicijnen die de gezondheid bevorderen, maar die werken lang niet voor iedereen. Computerspellen voor hersentraining zijn gebaseerd op een goed idee, maar dat is niet genoeg. Ik zie deze interactieve software als medicijn, dat net als andere geneesmiddelen zorgvuldig gevalideerd moet worden.”

Het stimuleren van de hersenfuncties op oudere leeftijd met computerspellen valt volgens Gazzaley in dezelfde categorie als het verbeteren van het geheugen door te lezen of te puzzelen of door er een actieve leefstijl op na te houden: „Bepaalde hersenfuncties kunnen gestimuleerd worden in reactie op de omgeving.”