Jacht op laatste nazi’s

Vandaag begint in Duitsland de inhoudelijke behandeling van de zaak tegen oud-SS’er Siert Bruins Hij is 92 en kan levenslang krijgen Staan zulke straffen wel in verhouding tot de daden van oud-nazi’s?

Verslaggever

Na drie kwartier was het maandag alweer voorbij. Siert Bruins (92) schuifelde achter zijn rollator aan de zaal uit, met een horde cameramensen en fotografen op de hielen. Het was de eerste procesdag in de zaak tegen de Nederlandse SS’er Bruins, die terechtstaat voor de moord op verzetsman Aldert Klaas Dijkema in 1944.

Vandaag begint de inhoudelijke behandeling van de zaak, maar het zou goed kunnen dat het opnieuw een korte procesdag wordt. Het was de bedoeling om de 97-jarige zus van Dijkema als getuige te horen, maar dat laat haar gezondheid op dit moment niet toe.

Daarnaast zijn twee journalisten van het ARD-programa Panorama gedagvaard, maar zij hebben gezegd niet te zullen komen opdagen. Het duo ontfutselde Bruins vorig jaar de bekentenis dat hij aanwezig was toen Dijkema werd gedood. Het Duitse Openbaar Ministerie wil van hen weten hoe deze bekentenis tot stand is gekomen. Als de journalisten inderdaad niet verschijnen, is de zittingsdag gauw voorbij. De rechtbank heeft voor de zekerheid gisteren het aantal zittingsdagen maar vast uitgebreid. Het proces tegen Siert Bruins gaat een maand langer duren dan eerst gepland, zeker tot begin november.

Het mediacircus dat maandag de start van het proces omringde, doet denken aan de zaak tegen Heinrich Boere, een andere Nederlandse SS’er, in 2010. De wereld wil zich voor een laatste keer vergapen aan een van Hitlers beulen. En voor de nabestaanden is er kans op gerechtigheid. In het geval van Boere volgde op zijn veroordeling voor moord op drie verzetslui een levenslange gevangenisstraf.

Maar staat deze aandacht en de strafzwaarte – ook Bruins hangt levenslang boven het hoofd – wel in verhouding tot de rol die de mannen tijdens de oorlog hebben gespeeld?

Ja, zegt Stephan Stracke, historicus aan de universiteit van Wuppertal. Hij zet zich al jaren in voor de vervolging van oorlogsmisdadigers, onder wie de Nederlanders Bikker, Boere en Bruins. „Vroeger was de moord op verzetsstrijders straffeloos, maar nu er nog maar zo weinig daders zijn, is de rechter strenger geworden. Pech voor hen, maar voor wat deze mannen tijdens de oorlog hebben gedaan, moeten ze absoluut terechtstaan.”

Dat vindt ook Andreas Brendel, de officier van justitie in de zaak-Bruins. „Als ik ervan overtuigd ben dat iemand strafbare feiten heeft gepleegd, ga ik over tot vervolging. Of het nu een eenvoudige soldaat betreft, of iemand die een hoge functie bekleedde bij de Gestapo.”

Die bereidheid tot vervolging was in Duitsland in het verleden een stuk minder. En ook de straffen die werden uitgedeeld, waren niet altijd even hoog. Hoe verklaart Brendel dat Duitse misdadigers die betrokken waren bij het vermoorden van miljoenen Joden een gevangenisstraf van enkele jaren kregen, terwijl Boere de levenslang vastzit? „Ik ken de details van die zaken niet”, zegt hij. Maar het is niet zo dat justitie in Duitsland oorlogsmisdadigers de hand boven het hoofd heeft gehouden. De wil tot vervolgen is er altijd geweest.”

Stephan Stracke lacht schamper als hij met deze uitspraak wordt geconfronteerd. „Het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht hebben oude nazi’s wel degelijk beschermd. Veel hoge SS’ers waren zelf jurist. Daar hebben ze profijt van gehad.”

Hoewel het de afgelopen jaren beter gaat met de vervolging van oorlogsmisdadigers, is Stracke nog steeds niet tevreden. „In het vonnis in de zaak tegen Boere is vastgesteld dat het executeren van verzetsmensen die zogenaamd op de vlucht sloegen, of die niet wisten wat hen boven het hoofd hing, moord is. Dat is nieuwe jurisprudentie, die ingaat tegen decennia van eerdere uitspraken. Het OM had onmiddellijk alle oude dossiers moeten doorspitten op zoek naar mensen die nu alsnog berecht kunnen worden. Maar dat doen ze niet. Pas als ze door historici of journalisten iemand op een presenteerblaadje krijgen aangereikt, tonen mensen als Brendel zich geëngageerd. Ze noemen zich nazi-jagers, maar ze jagen niet.”

Wie dat wel doet, is Stefan Klemp. Hij werkt sinds 1998 voor het Simon Wiesenthal Centrum in Duitsland en was ook bij het proces aanwezig. Hij zegt dat de Duitse justitie de laatste jaren meer bereid is tot vervolging dan in de decennia na de oorlog. „Toen waren er ook zo veel misdadigers in leven dat het praktisch onmogelijk was ze allemaal te berechten.”

De levenslange gevangenisstraf van Boere – en misschien straks Bruins – noemt Klemp terecht. „Maar het staat natuurlijk niet in verhouding tot de straffen die sommige grote misdadigers kregen.” Hij noemt het geval van Martin Sandberger, de SS’er die leiding gaf aan een commando dat tienduizenden Joden in de Baltische staten vermoordde. Hij zat slechts tot 1958 in de gevangenis.

Klemp: „Het gaat mij niet eens om de straf die mannen als Boere en Bruins krijgen. Het gaat erom dat ze veroordeeld worden voor hun daden.” De jacht op de laatste nazi’s gaat dan ook door, zegt Klemp. Zijn organisatie heeft de afgelopen maanden twintig oorlogsmisdadigers opgespoord. „Daar zit ook een Nederlander bij. Als het goed is, maken we zijn naam volgende week bekend.”