Ik kom hier iedere dag. Voor de frisse lucht

‘In de zomer maak ik soep van groente uit mijn tuin. Nederlandse dames koken altijd soep uit een zakje.”

Shanty (52) lacht: „Die eet ik niet hoor, en die maak ik ook niet.”

Ze draagt een warme muts en een dikke fleecetrui. Kaplaarzen en kniebeschermers. Op een plastic tuinstoel in haar volkstuin in Vlaardingen liggen een paar aardbeien, de oogst van deze ochtend.

In 2009 is Shanty vanuit Sri Lanka naar Nederland gekomen. „Ik ben getrouwd met een Nederlander. Voor ik hier kwam zei ik: ik wil graag een tuin. Mijn man heeft deze tuin geregeld en ik kon meteen beginnen.”

Ze veegt haar handen af aan haar werkbroek. „Nee, in het begin wist ik helemaal niets over groente kweken. Ik ben het hier overal gaan vragen in gebrekkig Nederlands. Uit de bibliotheek heb ik boeken meegenomen over het telen van groente. Met een woordenboek begreep ik het wel.”

Vandaag haalt Shanty de plastic zeilen weg die over haar groente gespannen zijn. „Voor mij is alles uit de tuin lekkerder. Snijbonen uit de tuin ruiken heerlijk en smaken ook zo. De supermarkt heeft geen verse groente, dat proef ik.”

In de hoek van de tuin staat een plastic ooievaar en halverwege een stenen witte boeddha.

Ze duwt haar bril terug op haar neus. „Mijn man eet bijna niks. Alleen bonen. Snijbonen en aardappelen. Ik geef alles weg. Dat vind ik leuk, ook aan oudere mensen hier die niks meer kunnen laten groeien en alleen een siertuin hebben.”

Eens per maand maakt Shanty groentesoep voor de voedselbank. Drie keer in de week helpt ze in een verzorgingstehuis demente bejaarden met eten en iedere maandag bakt ze negentig omeletten voor hen, samen met haar man.

„Ja, ik kom iedere dag in mijn tuin om te werken. In Sri Lanka hebben wij de deuren en ramen altijd open. Hier woon ik in een huis dat helemaal dicht zit. Ik kan er geen adem halen, daarom kom ik hier iedere dag. Voor de frisse lucht.” Behalve op woensdag. Dan heeft Shanty zwemles en gaat ze naar de markt. Fruit kopen.

Ze lacht nogmaals: „Nee, de tuin doe ik alleen. Mijn man laat het onkruid staan en trekt de bloemen eruit.” Ze staat op en trekt haar tuinhandschoenen weer aan. Haar groente moet onder het plastic vandaan.