Hopen dat ze de Achterhoek gaan missen

Overal is het lastig om technici te vinden. Maar in het oosten van Gelderland is het extra moeilijk. Want jongeren trekken er weg.

Achterhoekse bedrijven vinden moeilijk personeel. Reclameborden moeten daar verandering in brengen. Foto Merlin Daleman

Het grote bord is uitnodigend. Je ziet een jongetje dat rustig in het gras ligt, midden tussen de madeliefjes. Met zijn handen onder zijn hoofd staart hij dromerig naar de lucht. Erboven de tekst: „Zelf een dynamische baan, je kinderen een zorgeloze jeugd. Het werkt in de Achterhoek!”

Door de hele Achterhoek staan soortgelijke borden. Langs grote wegen, langs spoorlijnen, en op hekken bij bouwplaatsen. Het is een campagne van Symbus, een Achterhoeks bedrijf dat onder andere personeel werft, vooral voor de technische sector. De boodschap van de actie: blijf hier. Of: kom hier. Want hier zijn nog banen.

Symbus heeft moeite met het invullen van vacatures. En dat komt doordat de Achterhoek leegloopt. Jongeren trekken naar centraler gelegen steden waar ze gaan studeren, om vervolgens niet terug te keren. Door bestuurders wordt daar al lang over gepraat, zegt directeur Ibe Bongers. „Maar ik dacht: hou nou toch eens op met praten, ga wat doen.” Hij wil dat bekend wordt dat in de Achterhoek, ondanks de crisis, „echt wel hele mooie banen” zijn.

Banen? In de Achterhoek? Hoe kan dat, is er dan geen crisis?

Jawel, en werkloosheid is er ook. De jongeren trekken dus niet voor niets weg uit de Achterhoek naar de Randstad om dáár een baan te zoeken. Maar, zegt Roland Keiren, adviseur arbeidsmarktinformatie van het UWV, in de Achterhoek zijn relatief veel technische bedrijven. En díé hebben juist weer enorme moeite om personeel te vinden.

Dat techniciprobleem is hier groter dan elders, want hier komt de bevolkingskrimp er nog eens bovenop. „Daardoor zijn er minder mensen waar je als werkgever uit kunt putten.”

Werkgevers moeten dus buiten de Achterhoek zoeken. Maar daar komen ze erachter dat de regio een slechte „concurrentiepositie” heeft. Keiren: „Mensen verhuizen niet graag naar de Achterhoek omdat het wat verderaf gelegen ligt.”

Ook Symbus-directeur Bongers merkte de gevolgen van de krimp: het werd lastiger om zijn klanten te helpen bij het invullen van vacatures. „Dan wordt het voor steeds meer bedrijven de vraag: laat ik een bus techneuten uit Eindhoven komen, of ga ik daar met het bedrijf naartoe.”

Eén van de bedrijven waar Symbus regelmatig vacatures voor heeft uitstaan, is Claymount. Dit Achterhoekse bedrijf is wereldmarktleider op het gebied van hoogspanningskabels voor röntgenapparatuur. Het bedrijf staat op een industrieterrein aan de rand van Dinxperlo, driehonderd meter van de Duitse grens. „Laat een röntgenfoto maken in een willekeurig Amerikaans ziekenhuis, en de kans is groot dat er onderdelen van ons inzitten”, zegt operationeel directeur Joël Nijenhuis terwijl hij een rondleiding geeft.

In een uitgestrekte hal wordt de apparatuur gemaakt. Tientallen mensen zijn hier aan het werk. Overal staan rekken waar dikke zwarte kabels aan hangen. Nijenhuis wijst een dikke zwarte kabel aan. „Deze is voor bagagescanners op het vliegveld.” En een dunnere grijze: „Voor mammografieën.” Binnenkort zal hier 75.000 volt op staan.

Claymount heeft moeite met het vinden van technisch personeel. Vacatures voor werk op lager niveau kunnen nog wel ingevuld worden. De problemen zijn er met het vinden van technici van hbo-niveau en hoger, mensen met specialistische kennis. Ook nu zijn er enkele vacatures. Nijenhuis: „Het duurt langer om die in tevullen dan een aantal jaar geleden. We moeten nieuw personeel ook steeds vaker landelijk of internationaal zoeken.”

In 2006 verhuisde Claymount van een industrieterrein bij Didam naar de huidige locatie, nóg dieper in de Achterhoek, terwijl toen al bekend was dat de regio zou krimpen. Naar een regio als Eindhoven verhuizen was geen optie, zegt Nijenhuis. Ja, daar zou het misschien makkelijker zijn om nieuw personeel te vinden, maar de meeste werknemers woonden al in deze regio. „En in Eindhoven wordt het personeel ook weer eerder weggekaapt door andere bedrijven.”

Aan de rand van de hal kijkt een medewerker naar twee computerschermen met codetaal. Hij werkt aan software die informatie uit de röntgenscanners in een overzichtelijke database krijgt.

Carbidschieten

De 26-jarige Rob Stronks („een echte Achterhoekse naam”) komt uit Aalten. Voor zijn studie hbo elektrotechniek verhuisde hij naar Enschede. In de Achterhoek is, op één pabo-opleiding na, geen hoger onderwijs. Toen hij een baan kreeg bij fietsenfabrikant Gazelle, verhuisde hij naar Arnhem.

Hij zag ook zijn middelbareschoolvrienden wegtrekken. Vooral naar studentensteden als Arnhem en Nijmegen. En: „De meeste hogeropgeleiden blijven in die studentenstad.” Want daar volgen ze hun stage, en krijgen ze ook een baan. En ze vinden simpelweg dat daar meer te beleven is. Zo ook de vrienden van Stronks. Maar zelf was hij Arnhem al snel zat. Hij houdt niet zo van „de grote stad”. „Ik ben een dorpsliefhebber.” Hij verhuisde terug naar Aalten en vond vervolgens een baan bij Claymount, op fietsafstand.

Zijn meeste vrienden wonen nog steeds in de stad. Maar ze komen nog elk jaar terug op Oudejaarsdag. „Als we gaan carbidschieten, zijn ze er allemaal weer.” Een onbreekbare traditie. En eigenlijk verwacht Stronks dat ook een aantal van hen de rustige Achterhoek zal gaan missen als ze een jaar of dertig zijn. Hij hoopt het in elk geval.

Symbus-directeur Bongers zegt dat mensen vaak rond hun dertigste weer gaan nadenken over waar ze willen wonen. „Er zijn drie zogenoemde instapmomenten. Dat is als jongeren van school af komen en gaan studeren. Als een stel kinderen krijgt en beslist of het de kinderen in de stad of in de natuur wil laten op groeien. En daarna: als de kinderen het huis uit zijn.”

Hij vindt dat het nu tijd is dat bedrijven samen in actie komen: ze moeten samen de Achterhoek promoten. „Ga met een paar bedrijven samen naar carrièrebeurzen in het hele land. Of begin samen een website: werkenindeachterhoek.nl.” Hij heeft zelf wel eens geprobeerd om bedrijven daar enthousiast voor te maken. „Maar dan zeiden ze: ‘Ja, het is crisis’, ‘we zijn druk’ of ‘dat doe ik liever als de markt weer aantrekt’. Maar waarom zou je het nu niet doen?”

Om de crisis, zegt Nijenhuis. „Op dit moment is het bedrijfsleven vooral bezig met overleven. Er zijn behoorlijk wat faillissementen in deze regio.” Tuurlijk, de Achterhoek loopt leeg, dat weet hij ook wel. „Maar dat kun je met tien bedrijven niet omkeren. Misschien moeten we gewoon accepteren dat de Achterhoek een verzorgingsgebied wordt waar vooral oudere mensen wonen.”

En als de Achterhoek over een paar jaar nog verder is leeggelopen, kan daar misschien ook een voordeel van worden gemaakt, zegt Nijenhuis. „Vroeger moest alles goedkoper en gingen mensen naar de supermarkt. Nu is de bakker weer populair. Misschien kun je rustige gebieden ook zo zien. Misschien is krimp niet per se een probleem.”