De eurosceptici komen...

Europa is terug van vakantie. Maar het politieke seizoen begint pas echt na 22 september, de dag van de Duitse verkiezingen. In Brussel staat daarna veel in het teken van verkiezingen voor het Europarlement, in mei 2014. En wat speelt er in tien lidstaten?

Illustratie Roland Blokhuizen

Daar komen ze, de eurosceptici. Niemand in Brussel twijfelt eraan dat zij het tijdens de Europese Parlementsverkiezingen in mei volgend jaar uitzonderlijk goed zullen doen. Volgens een deze zomer gehouden peiling van Eurobarometer is 60 procent van de Europeanen geneigd om de Europese Unie „niet te vertrouwen” – een record. Ja, er zijn tekenen van voorzichtig economisch herstel in de eurozone, maar die zijn te zwak om de werkgelegenheid al te laten groeien, integendeel, er blijven ontslagen vallen. Als sociaal-economische ravage die in het kielzog van de eurocrisis is aangericht geen verkiezingsthema wordt, wat dan wel?

‘Minder Europa’ was onlangs ook de boodschap van de Nederlandse minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA). Hij wil dat de open grenzen in Europa opnieuw tegen het licht worden gehouden, omdat minder rijke, lager opgeleide Nederlanders niet opgewassen zouden zijn tegen ‘oneerlijke’ concurrentie uit landen in het voormalige Oostblok, een boodschap die in landen als het Verenigd Koninkrijk en Duitsland in vruchtbare aarde viel.

Grenzen

En gisteren opperde de Franse eurocommissaris Michel Barnier (Interne markt), een overtuigd Europeaan, dat het Europese project op bepaalde terreinen wellicht inderdaad „begrensd” moet worden om te voorkomen dat burgers het de rug toekeren.

Behoort dit nieuwe politieke jaar, nog voor het goed en wel is begonnen, inderdaad toe aan groeperingen en politici die vinden dat Europa tegen zijn grenzen aanloopt? Dat Europa zeker niet meer, maar juist minder bevoegdheden zou moeten krijgen?

Sinds het Verdrag van Lissabon uit 2009 mag het Europees Parlement meebeslissen over de Europese begroting en over het landbouwbeleid en kan het handelsverdragen goed- of afkeuren. „Het is veel machtiger geworden en het heeft die macht in de afgelopen jaren ook geregeld aangewend”, zegt Doru Frantescu van VoteWatch, een organisatie die het stemgedrag van europarlementariërs bijhoudt en met slimme software inzichtelijk wil maken voor het grote publiek. Volgens Frantescu is de samenstelling van het parlement zo bezien relevanter dan ooit.

Euroscepsis

Aan de andere kant: hoeveel krijgen eurosceptische partijen straks daadwerkelijk gedaan? Of de recente pogingen van PVV-leider Geert Wilders om de krachten van dergelijke partijen, zoals het Britse UKIP en het Franse Front National, Europees te bundelen, kans van slagen heeft, is onzeker. UKIP wijst samenwerking af, het Front National lijkt meer open te staan voor samenwerking.

Deze partijen hebben hun kritiek op Europa gemeen, maar zijn verder sterk verdeeld. Frantescu verwacht niet dat dat straks anders zal zijn. „Behalve op de beeldvorming zal hun impact, bijvoorbeeld op het wetgevende proces, niet groot zijn.”

Zsolt Darvas van de denktank Bruegel moet ook nog maar zien of het nieuwe politieke jaar aan eurosceptici toebehoort. De Europese lidstaten, legt hij uit, staan juist aan de vooravond van een van de grootste soevereiniteitsoverdrachten uit hun recente geschiedenis. Hij doelt op de zogeheten bankenunie, een omvangrijke hervorming die moet voorkomen dat toekomstige problemen in de financiële sector ten laste komen van nationale begrotingen en dus burgers, onder meer door het nu nog nationale toezicht op de grootste banken Europees te maken.

„Onderschat dit niet”, zegt Darvas. „Dat landen bereid zijn om zoveel soevereiniteit over hun financiële sectoren op te geven is een gigantische sprong. Het wordt juist méér Europa, zeker niet minder.” De rest is volgens de econoom „verkiezingsretoriek”.

Die bankenunie is nog geen uitgemaakte zaak. De Europese Commissie stelt onder meer voor dat er een geldpot komt om te kunnen ingrijpen bij slecht presterende banken. Het spekken daarvan, door de banken zelf, kan jaren duren en tot die tijd zal er soms nationaal belastinggeld in moeten. Met name voor Duitsland is dat moeilijk verteerbaar. Duits geld is wat Berlijn betreft alleen bespreekbaar in combinatie met een grote Duitse vinger in de pap.

Lichtpuntjes

De druk om de bankenunie snel tot stand te brengen is groot. Darvas ziet ook lichtpuntjes: de financiële markten zijn rustig en na zes kwartalen krimp is de in het tweede kwartaal genoteerde groei in de eurozone van 0,3 procent goed nieuws, maar volgens de econoom zal het een uitzondering blijken. Hij sluit ook niet uit dat grote landen als Italië en Spanje alsnog onderuit gaan. „Er komt een terugslag.”

Bovendien wacht iedereen op Duitsland en op de uitkomst van de parlementsverkiezingen daar, op 22 september. Het politieke jaar in Brussel kan pas daarna echt beginnen en het eindigt eigenlijk alweer in april, wanneer het Europees Parlement alles uit handen laat vallen voor de Europese verkiezingen.

Het wordt dus in ieder geval een kort politiek jaar.

Dit is het eerste artikel van Stéphane Alonso als correspondent in Brussel