De basisschool gaat onder het vergrootglas

De gegevens van de Citotoets per basisschool moeten openbaar worden, vindt de rechter. De scholen vrezen ‘de ranglijstcultuur’.

De Cito-toets op de Emmaschool, in 2004. Van de basisscholen worden binnen de gemiddelde scores openbaar, tenzij de scholen nog in hoger beroep gaan. Foto Sake Elzinga

Scholen moeten met de billen bloot. Gisteren oordeelde de rechter dat het ministerie van Onderwijs de landelijke resultaten van de Cito-eindtoets aan RTL Nieuws moet verstrekken. Tegelijkertijd zei staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) in de Tweede Kamer dat het goed zou zijn als scholen ouders meer inzicht geven in hun financiële huishouding.

De 120 scholen die bij de rechter bezwaar hadden aangetekend tegen de openbaarmaking van de Cito-gegevens, bestuderen de uitspraak om te zien of ze hoger beroep zullen aantekenen. Uit de eerste reacties gisteren bleek dat veel scholen nog steeds grote moeite hebben met publicatie van de gegevens.

De Besturenraad, de organisatie van christelijke scholen, liet weten dat de Citotoets niet bedoeld is voor de ranking van scholen. „De gemiddelde score van de eindtoets is geen samenvatting van de kwaliteit van de school. Het maken van één landelijke opsomming met de scores draagt bij aan een ranglijstcultuur en leidt tot strategisch gedrag van scholen.”

Ton Duif, de voorzitter van de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS), betreurt de uitspraak van de rechter. „Het dient geen enkel maatschappelijk belang om de rankinglijsten van Cito openbaar te maken. Ouders moeten vooral niet op dit soort lijstjes afgaan, het zegt niets over de kwaliteit van de school.” De AVS zal haar leden aanraden een andere toets dan de Citotoets te gaan gebruiken.

Daarmee is het euvel voor onwillige scholen niet verholpen. Ten eerste is er voor de Citotoets momenteel nauwelijks een reëel alternatief beschikbaar. En daarnaast heeft de uitspraak van de rechter natuurlijk niet alleen betrekking op toetsen die door Cito worden ontwikkeld. Ook de resultaten van eindtoetsen van andere producenten zullen door het ministerie van Onderwijs verstrekt moeten worden, als iemand daarom vraagt.

Als het aan staatssecretaris Dekker ligt, blijft het niet alleen bij openheid over schoolprestaties, maar geven scholen ook inzicht in hun financiële beleid. Dat bleek gisteren in de Tweede Kamer tijdens een overleg over de invoering van passend onderwijs. Bij sommige scholen verloopt die invoering moeizaam, omdat zij in een slechte financiële positie verkeren.

Dekker neemt met zijn oproep een aanbeveling van de Algemene Rekenkamer over. Die adviseerde in juli na een evaluatie van de financiële situatie van het basisonderwijs dat het niet bij incidentele onderzoeken zou moeten blijven, maar dat dit soort cijfers altijd openbaar en gemakkelijk toegankelijk moeten zijn.

Dekker vertelde in de Tweede Kamer dat het in de Verenigde Staten al mogelijk is om via een soort Google Maps-functie in te zoomen op een school, om zo te zien hoeveel geld een school krijgt en hoe dat besteed wordt. Hij wil nu met de Rekenkamer overleggen hoe iets soortgelijks ook in Nederland verwezenlijkt kan worden. Openheid is goed, vindt Dekker. „In deze tijd zou je dit soort informatie eenvoudig moeten kunnen opzoeken.”

De scholen zullen er van zuchten. Ze worden meer en meer gedwongen om verantwoording af te leggen aan ouders en overheid. Waar vroeger het stempel van goedkeuring van de Inspectie van het Onderwijs volstond, kijkt nu iedereen meester, juf en schoolhoofd op de vingers.

Scholen zijn vooral bang dat buitenstaanders niet in staat zijn kale cijfers van de juiste context te voorzien. De resultaten van de eindtoets van verschillende scholen zijn niet goed te vergelijken, zeggen bestuurders. Sommige scholen laten hun slechtste leerlingen de Citotoets niet maken, terwijl op andere scholen juist iedereen meedoet. Dan is het goed mogelijk dat op die scholen het gemiddelde lager uitvalt, terwijl het helemaal geen slechtere scholen zijn.

Veel scholen openbaren hun Cito-scores al in hun schoolgidsen, maar omdat ze er niet op vertrouwen dat ouders dit soort nuances kunnen aanbrengen, zijn ze huiverig voor ranglijsten.

De scholen lijken een verloren strijd te vechten. In plaats van minder, zullen ze in de toekomst nog meer moeten meten en laten weten. Het kabinet is van plan om alle leerlingen in het voortgezet onderwijs aan het eind van de onderbouw een tussentijdse toets te laten maken om de vorderingen op het gebied van Nederlands, Engels en wiskunde in kaart te brengen.

Vorige week tekenden schoolbesturen en docenten bezwaar aan tegen dit voornemen. Nog een toets: dat betekent dat het gevaar bestaat van nog meer teaching to the test: lesgeven enkel met het doel om zoveel mogelijk leerlingen de toets zo goed mogelijk te laten maken. Om de inhoud gaat het dan niet meer.

Hun protest kreeg steun van een aantal ouderorganisaties. Maar als de tussentijdse toets eenmaal is ingevoerd, zullen sommige ouders vast de verleiding niet kunnen weerstaan de resultaten van diverse scholen toch met elkaar te vergelijken. Want wil niet iedereen het beste voor zijn kind?