Bitterzoete suikerfoto’s

Fotomanifestatie Noorderlicht wordt dit jaar gehouden in een voormalige suikerfabriek. De hoofdtentoonstelling brengt daarom het mondiale verhaal van suiker in beeld.

Hij ziet eruit alsof je hem moet afpellen, laagje voor laagje alle dure kledingstukken die hij draagt moet losknopen – de winterjas van zwart kasjmier, het colbert daaronder, de rode vlinderdas, het wit zijden overhemd, de pied de poule-broek. Alles wat het achtjarige jongetje Vadim voorbereidt op een toekomst van macht, rijkdom en elegantie zou uit moeten om hem minder ongenaakbaar te maken.

Maar dan is daar Anna Skladmann, Duits fotografe, geboren in 1986 in Bremen van Duits-Russische ouders. Ze vraagt Vadim, zoon van een Russische oligarch, mee te komen naar het dakterras van zijn huis en laat het jongetje in zijn keurige broek plaatsnemen op de betonnen balustrade, zijn rug tegen het glas. Achter Vadim zie je wazig Moskou, de contouren van een van de Stalintorens, een elektriciteitscentrale in de verte. Muisgrijze wolken lossen op in blauw. Op de voorgrond Vadim: scherp in beeld, scherp in de plooi. Alleen gezicht en haren doen niet mee. Zijn haren verwaaien in de wind, zijn mond en ogen stralen ongemak, een melancholiek soort wantrouwen en onzekerheid uit.

Vadim is een van de kinderen van de Russische nouveau riche die Skladmann tussen 2008 en 2010 voor haar camera kreeg. In de serie Little Adults toont ze hen als primadonna’s, onzekere CEO’s in de dop, bedroefd tussen bontmantels en Bentleys, maar ook arrogant op stilettohakken of verveeld aan de roulettetafel thuis.

Een selectie van Skladmanns foto’s is een van de hoogtepunten op de tentoonstelling To Have and Have Not, georganiseerd in het kader van de fotomanifestatie Noorderlicht in Groningen. Vaste curator Wim Melis zocht zestien internationale fotografen uit rondom het thema: superrijken. Hoe die ene procent in beeld te vangen? Dat is lastig, zo blijkt op de tentoonstelling, want de superrijken blijven graag onzichtbaar. Skladmann slaagde er als een van de weinigen in wel toegang te krijgen. De Amerikaanse Lauren Greenfeld – bekend van de documentaire en fotoserie Queen of Versailles uit 2012 – ook. De andere fotografen richten zich teleurstellend genoeg juist toe op het ‘circumstantial evidence’: de boardrooms, computerschermen vol knalkleurige beurskoersen, bankiersparkeerplaatsen op de Kaaimaneilanden, een diamanten armband. Dat is jammer, want sinds de crisis in 2008 uitbrak, worden we overspoeld met dit soort beelden.

De ambivalente kwaliteit van To Have and Have Not is tekenend voor de fotomanifestatie Noorderlicht. De manifestatie bevindt zich namelijk in een lastig parket. Het afgelopen jaar is de subsidie met 40 procent (een bedrag van vier ton) verlaagd. Een opheffing dreigde, maar directeur Ton Broekhuis is er dankzij luidruchtig lobbywerk in geslaagd om de twintigste editie van het om zijn geëngageerde fotografie bekend staande festival toch door te laten gaan. Dat is een prestatie op zichzelf.

Gevolgen van die drastische bezuinigingen zijn er wel. Veel moest minder, met minder mensen, minder aandacht voor inrichting, uitleg. Verdwenen is het gemoedelijke parcours langs tientallen tentoonstellingsplekken in de binnenstad. Verdwenen zijn de kleine en grote ontdekkingen op bijzondere plekken. Verdwenen zijn de gastcuratoren die soms nét een andere blik wierpen op de tamelijk monomane linkse blik van Melis en Broekhuis. En verdwenen is ook het thema, dat iedere editie losjes bij elkaar hield.

Suikerfabriek

Wat is er wel?

De grootste troef van Noorderlicht dit jaar is de schitterend vervallen, oude Suikerfabriek. Het festival kreeg de fabriek op een kolossaal braakliggend terrein aan de rand van Groningen gratis van de gemeente in gebruik. Op twee rafelige verdiepingen, nog doordrenkt van de weeïg zoete lucht van gekookte suikerbieten, concentreert Noorderlicht zich. Naast de tentoonstelling To Have and Have Not, die erbarmelijk slecht is ingericht, zijn er twee hoofdtentoonstellingen en een aantal verweesde nevententoonstellinkjes. Deze nevententoonstellingen staan tussen wc en kantine opgesteld of buiten in de wind te klapperen. Waarom ze niet helemaal geschrapt?

De twee hoofdtentoonstellingen echter zijn voorbeelden van projecten waar Noorderlicht in excelleert. Het zijn exposities waar een lange adem, duur en vertrouwen in de fotografen aan voorafgaat. In een met vloerplaten opgetrokken minimuseum op de eerste verdieping van de suikerfabriek hangen de resultaten van de opdrachtenreeks Het Vervolg. Zeven Nederlandse fotografen kregen de kans terug te keren naar een onderwerp dat hen na aan het hart ligt.

Onder hen oudgediende Ad van Denderen (1943), die prachtige nieuwe foto’s toont van een nieuw te bouwen Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever. De foto’s vormen een wrang contrapunt met de serie die Van Denderen een jaar geleden maakte over een stad waar Israëlische soldaten leren hoe zo effectief mogelijk een Palestijnse stad in te nemen.

Onder de jongere talenten springt Pieter ten Hoopen (1974) in het oog met een reeks dromerige, half scherpe en associatief rijke foto’s die hij maakte met als achtergrond de in 1200 van de aardbodem verdwenen mythische stad Kitesj in Rusland. De rode draad, vijf jaar na zijn eerste serie, is voor Ten Hoopen de droom op een nieuwe, betere wereld, ver van de armoe en uitzichtloosheid van alledag. Hij brengt die droom niet letterlijk of drammerig in beeld, maar poëtisch. Kitesj ligt daar! Waar? Aan de overkant. Oh nee, het is alweer weg.

De grootste en meest ambitieuze manifestatie van Noorderlicht 2013 bestaat uit een boek, een exposé met archiefbeelden uit voormalige Nederlandse koloniën, en een reuzetentoonstelling. De begane grond van de suikerfabriek wordt in beslag genomen door The Sweet and Sour Story of Sugar. Al in 2008 vormde de sluiting van de suikerfabriek voor Noorderlicht de aanleiding om een meerjarig onderzoeksproject te starten.

Zes internationale sterfotografen – onder wie Carl De Keyzer, Ed Kashi en Tomasz Tomaszewski – werden naar de suikerplantages in Brazilië, Suriname, Indonesië én naar de suikerbietenvelden en fabrieken in Nederland gestuurd om het mondiale verhaal van suiker vast te leggen. Ons allereenvoudigste tafelsuiker is namelijk de eerste waar die wereldwijd werd verhandeld en gedistribueerd, al vanaf de achttiende eeuw.

Van suikerbiet tot suikerspin

The Sweet and Sour Story of Sugar is een project met veel gezichten dat begint bij het stoffige suikerriet en de zware, lompe suikerbieten, en eindigt bij een suikerspin op een kermis in São Paulo en een knuffelhond van suiker in Jakarta. Voordat de tentoonstelling Groningen aandeed, is ze te zien geweest in Brazilië, Indonesië en Suriname, waar iedere instelling haar eigen verhaal via open sources kon samenstellen. Dat verhaal komt nu in Groningen in volle glorie tot zijn recht.

Archiefbeelden over het rijke, blanke leven en het zware ploeteren van inheemse bevolking en slaven op de vroegere suikerplantages worden geflankeerd met sprookjesachtige beelden van de Argentijnse fotograaf Alejandro Chaskielberg van door mangrovebossen overwoekerde suikerplantages en machines. De Belgische Carl De Keyzer trok naar Oost-Java en legde even beeldschoon als confronterend vast hoe hard het werk op de fabriek nog steeds is. Een nog maar net geheelde jaap van een wond op een arm is nooit een excuus om je ziek te melden.

De Pool Tomasz Tomaszewski fotografeerde onder andere in de oer-Hollandse Johannes Kerkhovenpolder, een in 1875 en 1876 ingepolderd gebied van de Dollard in Noordoost-Groningen. De zware zeeklei daar maakt de grond alleen geschikt voor de teelt van aardappelen, luzerne en suikerbieten. Een van die bieten trof Tomaszewski als een kunstwerk. De biet is doormidden gespietst in de klei: het wit van de biet contrasteert met het zwart van de grond. De geul die de zware landbouwmachines achterlieten in de vettige bodem, diende Tomaszewski’s camera tot steun. Vanaf daar richt de fotograaf zijn blik opzij, want daar ligt een fossiel van suiker, machtig en kwetsbaar tegelijk.

Fotomanifestatie Noorderlicht. T/m 13 okt. Oude Suikerfabriek, eind van de Van Heemskerckstraat (buiten ringweg N370), Groningen. Di t/m zo 11-18u. Boek The Sweet and the Sour Story of Sugar: €44,50. Catalogus: To Have and Have Not: €9,50. De fotografen uit Het Vervolg hebben ieder hun eigen catalogusje à € 6,–. De hele set kost € 35,–.