Als ik binnenkom wil ik weten: wat is er gebeurd

Robert Ramsaran heeft allerlei soorten pepers in zijn kas.

Aan het einde van de ochtend staat Robert Ramsaran (51) bij de kantine met een biertje in zijn hand. Hij heeft sinds vier weken een tuin in volkstuinvereniging Zuidbuurt in Vlaardingen en zijn eerste gemeenschappelijke werkbeurt zit erop.

„De tuin bij ons huis werd te klein. Twee jaar gelden had ik een eerste oogst van 360 pepers. Daar kun je een jaar van eten. Daar heb je zo veel lol van, van die opbrengst. Maar ook omdat je bij de Albert Heijn in een lullig cellofaantje drie pepertjes hebt waar ze twee euro voor vragen. Nou dat is business! Daar ligt mijn interesse niet, maar het maakt nog duidelijker dat ik beter mijn eigen pepers kan telen. Daarom heb ik hier nu een tuin. Van 17 bij 19 meter. Met een kas voor pepers.”

Hij drinkt zijn biertje op en loopt met grote passen naar zijn tuin. „Je ziet nog geen pepers hoor. Het zijn allemaal nog zaailingetjes. Maar die zijn wel bezig. Er gebeurt veel. Allemaal energie.”

Robert opent het smeedijzeren hekje. „Ik heb het idee dat het kweken van je eigen groente een verjonging aan het ondergaan is. Het heeft niet meer dat oudelullenimago. In steden als Rotterdam en Amsterdam is het trendy om je eigen daktuintje of binnentuintje te hebben.”

Hij wijst om zich heen: „Dat is een walnotenboom en daarachter staan fruitbomen. Een aardbeienbed, druiven en dat is een gele sering, dat wordt een primaire kleurenexplosie, daar geniet ik van.”

De pepers en andere zaailingen staan in de kas. „Zo! Kijk! Hier staat paksoi, dat gaat vandaag of morgen naar buiten. Deze rij plantjes is kousenband en daar tomaten in allerlei soorten. Moet je hier eens aan ruiken! Mini-basilicum uit Griekenland, very tasty. Maar het meest bijzondere, en dat houd ik nauwlettend in de gaten, is dit spul dat ik meegenomen heb uit Suriname. Een paar weken had ik het idee dat er niks ging gebeuren en in één keer komt het toch op. Dat zijn de echte pepers. Dan heb ik nog adjoema’s. De grote rode Surinaamse pepers zijn veel heter dan de Spaanse pepers. Habanero’s, Scottie Bonnet, daar maken ze van die lekkere hotsauzen van. Water in mijn mond. De Royal Black heb ik van mijn overbuurman gekregen, ook een peperfanaat.”

Hij wrijft in zijn handen. „Als je nu de pepersmaken kent en je zou de smaak van alle pepers die je lekker vindt in één peper kunnen vangen… dat zou ik helemaal super vinden. Ja, zaden zijn de bron van het leven.

„Tot nu toe kom ik hier iedere dag. En dan is de grootste sensatie, als je weet dat er een beetje zon is geweest, dan maken deze dingen een groeispurt. Bij slecht weer groeien ze bijna niet. Als ik hier binnenkom is het eerste wat ik wil weten: wat is er gebeurd? Ja, dat is mooi…”

Plannen voor de rest van zijn tuin heeft Robert ook. „Kijk, daar wil ik een buitenkeuken bouwen, met gaten in het aanrechtblad zodat ik kan wokken op een houtvuur. Een deel om te barbecuen en ik wil een plek voor een teriyakiplaat. En dan hier een bar met wat krukjes om lekker te hangen, weet je wel. Dan heb je ook ruimte om dingen uit te serveren.”

Hij lacht breed. Hij ziet het helemaal voor zich.