Alpe d’Huzes niet fout

In 2008 ontving het Koningin Wilhelmina Fonds 88 miljoen euro uit inzamelingsacties. In 2012 was dat bedrag gestegen tot 137 miljoen euro. In een paar jaar tijd is het fietsevenement de derde bron van inkomsten van het KWF, na legaten en donaties. ‘Een gigantisch succes’, schrijven Michiel Rudolphie en Harm Bruins Slot, hoogste bestuurder en toezichthouder van het KWF, in het jaarverslag van 2012.

Je zou verwachten dat als er vervolgens commotie ontstaat over de bedrijfsvoering van zo’n belangrijke partner, het KWF voor ze in de bres zou springen. Maar nee. KWF liet het schervengericht wekenlang voortrazen, om zich pas afgelopen vrijdag, toen de vermeende boosdoeners al van top tot teen met pek en veren bedekt waren, over de kwestie uit te spreken. Teneur: de ophef is onterecht, dat bij fondsenwervers ook mensen werken die betaald worden, is volkomen normaal, wie denkt dat je het beheer van honderden miljoenen kunt overlaten aan vrijwilligers, begrijpt er niets van. Wijze woorden, maar too little, too late. Me dunkt dat deze mega-weldoener van deze mega-begunstigde wel een wat een ridderlijker verdediging verdiend had.

De gemakzucht van de media in deze zaak is haast griezelig.

Toen KWF-directeur Rudolphie zaterdagochtend in de TROS Nieuwsshow eindelijk zijn mond opendeed, zei Mieke van de Weij in de inleiding losjes dat Coen van Veenendaal ‘zichzelf een donatie van honderdzestigduizend euro had gedaan’. Welja!

Het incident waarop de berichtgeving zich inmiddels concentreert is dat Van Veenendaal en zijn team het bestuur van Alpe d’HuZes zouden hebben voorgesteld de opbrengst voortaan niet meer aan KWF af te dragen, maar aan hun nieuwe stichting Inspire2Live. Co-presentator Twan Huys verhief het gerucht tot feit en blufte, toen Rudolphie bezwaar aantekende, dat dit door Nieuwsuur heus goed onderzocht was. Nee dus, want in dat geval zou er bewijs zijn. Kunnen de media hun energie niet beter investeren in bad guys die het expres doen dan in good guys die fouten maken?

Nee, als je door de Nederlandse media gekielhaald wilt worden, moet je een liefdadige instelling beginnen. Maak vooral niet de fout van de vrolijke ijsmakers Ben en Jerry, die een deel van hun winst voor de liefdadigheid bestemden en in de media voortdurend van onzuivere bedoelingen beticht werden, terwijl de concurrentie, die alle winst lekker zelf hield, met rust werd gelaten. Dat organisaties zich inspannen voor een betere wereld lijkt eerder een prikkel om hun integriteit in twijfel te trekken dan om ze het voordeel van de twijfel te gunnen.

Op een of andere manier weten al die journalisten en boze omstanders precies wat de enig aanvaardbare vorm van kankerbestrijding is en wanneer daarbij de ethische grenzen worden overschreden. Waar staat dat eigenlijk geschreven? Het vocabulaire is emotioneel, arbitrair en suggestief. Er wordt dermate achteloos gestrooid met termen als ‘graaier’ en ‘zakkenvuller’ dat je je afvraagt of mensen zich nog wel realiseren hoe ernstig die aantijging is. Een gerucht wordt een ‘feit’, een honorarium een ‘donatie’, een ‘vrijwilligersorganisatie’ mag natuurlijk nooit iemand betalen en al het geld moet uiteraard naar onderzoek. En onderzoek, daar komen reageerbuizen en witte jassen aan te pas. Als mensen de wereld rondreizen op zoek naar een manier om de kankerresearch doelmatiger te organiseren, ik noem maar iets, dan is dat dus géén onderzoek, maar ‘graaien’.

Tja, een oncoloog kan honderd keer hoofdschuddend beweren dat je het geld beter in zijn onderzoek kan steken dan in de ontwikkeling van psychosociale begeleiding, ik noem maar iets, maar wat hebben we eigenlijk aan die opinie? Is het niet aan ons, vrije burgers met portemonnee, om te bepalen waar we die wel of niet voor openen?

Wat deze affaire vooral aantoont is dat noch de wereld van de fondsenwerving, noch het kankeronderzoek zelf, geïnteresseerd is in innovatie. De miljoenen van Alpe d’HuZes zijn van harte welkom, maar hun ideeën, die moeten ze maar voor zich houden.

Jan Kuitenbrouwer is schrijver en directeur van de Taalkliniek (taalkliniek.nl).