AIVD noemt activisme uit linkse hoek ‘veenbrand’

Links-extremistische actiegroepen werken steeds meer samen en ondersteunen vaker elkaars acties, ook in internationaal verband. Dat stelt de Nederlandse inlichtingendienst AIVD in een gisteren verschenen rapport.

De dienst beschouwt de dreiging die uitgaat van de groepen als beperkt, maar waarschuwt voor de snelheid waarmee dat kan veranderen. „Het links extremisme is te vergelijken met een veenbrand, die soms plotseling oplaait.”

De samenwerking tussen de groepen varieert van ondersteuning tot het uitwisselen van actievormen en strategieën. Zo hielpen anti-fascisten de tegenstanders van het asielbeleid daarbij gesteund door milieuactivisten.

De ‘asielactivisten’ op hun beurt namen de middelen van dierenrechtenactivisten over: bekladdingen, vernielingen brandstichtingen en het in nachtelijke uren thuis opzoeken van mensen om hen te intimideren. In juni dit jaar werd het huis van een directeur van de Immigratie- en Naturalisatiedienst in Leiden beklad.

De AIVD ziet ook een toename van contacten en uitwisseling van ideeën met links-extremisten in onder andere Duitsland en Italië. Nadat in Athene anarchisten hardhandig werden bejegend, wierpen geestverwanten in Nederland verfbommen en stenen naar Griekse diplomatieke vestigingen en reisbureaus. Nederlandse links-extremisten worden ook regelmatig gesignaleerd bij acties in het buitenland.

Uit onderzoek van de dienst blijkt dat links-extremisten doorgaans tussen de 20 en 35 jaar oud zijn. Ze zijn veelal actief in studentensteden. Onder asielactivisten komen vaak ook mensen van middelbare leeftijd of ouder voor. Dierenrechten-extremisten bestaan deels ook uit tieners en niet-linkse, zelfs apolitieke actievoerders.

Onderzoek naar activisme is geen hoofdtaak van de AIVD. De dienst houdt er „globaal zicht op”. Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) liet eerder weten dat de AIVD door bezuinigingen het onderzoek naar onder meer links-extremisme vermindert.