Ademend plastic

Tosca Niterink en Anita Janssen lopen de Caminho da Fé, een pelgrimsroute in Brazilië, en doen wekelijks verslag in woord en beeld.

Foto Anita Janssen

We zijn net aangekomen in São Paulo, na een uiterst hectische reis. De afscheidsconversatie met Willem, onze goedmoedige buurman uit Amsterdam met weinig verstand van topografie, echoot nog na in mijn hoofd:

„Dag Willem! Tot over 7 weken!”

„Waar gaan jullie naar toe?”

„Naar Brazilië, Willem!”

„O, leuk! Gaan jullie met de auto?”

Misschien hadden we dat beter kunnen doen, dan hadden we meer beenruimte gehad en hoefden we niet met een goedkoop vliegticket via Washington, waar je tegenwoordig weer een visum voor nodig hebt. Dat staat op je ticket, maar als dat niet leest zoals wij… Enfin, een hoop ellende, vliegtuig bijna gemist, hand in hand met de stewardess door de slurf gesprint, dat wel.

Na een ellenlange opgevouwen vliegtrip, was ik eventjes, met mijn hoofd in een magnetron-worteltjes-met-kipmaaltijd-fantasie en mijn benen in de nek van een meneer die ik helemaal niet kende, in slaap gevallen. Toen ik met droge keel naar de opvouwkeuken van de stewardess slaapwandelde, voor een glas water, werd ik het gangpad ingeschopt. Hoe ik het in mijn hoofd haalde om mijn seatbelts los te maken, we zaten in luchtzakken! Dus ben ik als de wiedeweerga terug op die vreemde meneer geschoven.

We vernamen bij aankomst dat het vliegtuig voor ons een noodlanding had moeten maken. „Jammer dat wij daar niet inzaten”, zei ik tegen Annie, „zoiets had ik wel eens mee willen maken.” Het schijnt dat je daarna van de desbetreffende maatschappij een gratis softdrank naar keus krijgt aangeboden. „Je kunt niet alles hebben”, vond Annie. „Trouwens”, vervolgde ze, „ik zag jou toch een noodlanding maken, op die meneer naast je.”

Hier in São Paulo hebben ze ook niet alles! Vooral de arme kinderen (en heel veel grote mensen ook). Ze leven in kartonnen doosdorpen op straat. Overal op de stoep zie je rijen dekens of ademende stukken plastic waar zeer vieze voeten uit steken. „Daar liggen er weer een stelletje”, fluisteren we dan ontzet tegen elkaar, want we zitten nog in een cultuurshock, dat is duidelijk. De mensen die hier wonen kijken echt niet op of om van al die hartverscheurende viezigheid. Ze stappen gewoon over die uitgehongerde kinderbuikjes heen als ze hun hond naar de trimsalon in Petspalace brengen. Een hartstikke leuke grote dierensupermarkt, met autootjes voor honden aan de winkelwagentjes vast en een dierenarts met hondenrolstoelen in de wachtkamer.

Ze hebben ook een paar goeie oplossingen bedacht voor al die narigheid op straat, zoals ijzeren kooien met hangsloten om hun huisvuil heen, zodat de zwervers daar niet in gaan graaien.

Goed idee, ja toch! Ik denk dat we hier nog een hoop plezier gaan hebben. Over een dag of twee beginnen we te pelgrimeren in São Carlos. Maar eerst slapen we bij in deze wolkenkrabberjungle, waarin ze vergeten zijn bomen neer te zetten. Vreemd genoeg hoor ik toch ochtendvogels fluiten van geluk.