Toen nog gewoon Xxx was

Francisco Tárrega was een bijna blinde gitarist en componist uit Valencia. Hij combineerde romantische klassieke muziek met Spaanse volksmuziek. Niet veel mensen kennen zijn naam, maar zijn geluid kennen we allemaal. Het schalde door huizen, kantoren en de trein. Wie zijn muziek op straat hoorde, greep automatisch naar een broekzak of tasje. Hoewel Tárrega in 1909 overleed, bereikte de populariteit van zijn nalatenschap rond 2004 een hoogtepunt. In een vorm waar Tárrega nooit van had kunnen dromen: als tune van de bestverkopende serie mobiele telefoons van dat moment.

Tudududu. Tudududu. Tududududuuu…

In de trein hoor je die fantastische tune nog weleens. Een grijze dame met leesbril zoekt dan verwoed in haar tas. Maar ook op onze redactie klinkt hij af en toe. Want Nokia is inmiddels retro. Tegendraads hip. En dat is niet verwonderlijk.

Waar is de tijd gebleven dat je geen slaaf was van een snoertje? Dat je niet al na een halve werkdag naast een stopcontact moest gaan zitten omdat het scherm en de apps van je smartphone de batterij hebben leeggeslurpt. Waar is de tijd gebleven dat je alleen op het scherm van je telefoon keek als het ding geluid produceerde?

Die tijd, dat was nog maar pas, in 2004. Iedereen had toen een Nokia. De tweeëndertigtien. De drieëndertigtien. Die had maar eens per week een nachtje aan de oplader nodig. Met één streepje batterij kon je nog best een dag op pad.

Nokia, oh Nokia. Met zijn robuuste schil. Hij kwam in standaard-blauw. Maar alle kleuren van de regenboog kon hij hebben. En als hij per ongeluk viel, dan had hij geen centje pijn. Hoogstens moest je naar de markt voor een nieuw hoesje. Voor 5 euro had je een nieuwe. Kom daar maar eens om, bij een gebarsten smartphonescherm.

En ja, het scherm was groen. Met pixelige letters en cijfers. Maar daarop kon het ultieme mobiele telefoonspel gespeeld worden: Snake. De pixels kropen over het scherm, na elk stukje ‘voedsel’ werd de slang een stukje langer. Goede spelers lieten hun duimen behendig van de 2 naar de 4 glijden. De slang moest snel de bocht om, anders beet hij in zijn eigen lijf. Of tegen de muur. En dan was je onverbiddelijk af.

Een Nokia was om mee te bellen. En dat deed hij zonder morren. Een sms behoorde ook tot de mogelijkheden, maar dan wel met 160 tekens of minder. Punten en klinkers moesten het onderspit delven als de 160 naderde. Autocorrect heette nog T9. En een X was nog echt een kus.

Deze geweldige telefoons worden helaas al lang niet meer gemaakt. De laatste 3310 kwam in 2005 uit de fabriek. De Amerikanen van Windows vinden de naam Nokia vooral oubollig en gaan hem voor nieuwe modellen niet meer gebruiken. Een kleine troost, die ‘oubollige’ Nokia’s zijn onverwoestbaar. Op Marktplaats zijn er talloze te vinden. Voor een paar tientjes is er een de jouwe. Zo goed als nieuw.