Teeven: geen extra geld om zoekgeraakte veroordeelden te vinden

Ruim 14.000 veroordeelden zitten hun straf niet uit omdat ze spoorloos zijn.

Staatssecretaris Teeven belooft ‘meer inzet’ om ze te vinden.

Veroordeelden horen hun straf uit te zitten. Wanneer dat niet gebeurt, tast dat de geloofwaardigheid van de rechtsstaat aan. Het tart het rechtsgevoel van burgers, en het kwetst slachtoffers. De consensus hierover was gisteravond groot in de Tweede Kamer, op de eerste dag dat het parlement weer debatteerde. Van PVV tot D66 was iedereen het eens.

Probleem is alleen dat duizenden mensen in Nederland hun opgelegde straf wél ontlopen.

Staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) zei gisteravond dat er 15.478 strafzaken openstaan, waarbij het om 14.232 personen gaat die hun straf nog niet hebben uitgezeten. Sommige veroordeelden hebben meerdere delicten op hun naam staan, zo verklaarde Teeven het verschil tussen zaken en mensen.

In ongeveer 80 procent van de zaken gaat het om een celstraf van minder dan drie maanden. In 4 procent van de gevallen betreft het een celstraf van langer dan een jaar, dat zijn ongeveer 619 zaken. Maar, zei Teeven ook, de lengte van de straf doet er voor hem niet toe: „Elke straf moet worden uitgezeten, ook die van een dag.”

Criminelen die hun straf ontlopen – het is een gevoelig onderwerp voor de tough on crime VVD’ers van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Want waarom besteedt de Tweede Kamer zoveel tijd aan wetsvoorstellen om delicten zwaarder te bestraffen, als die straffen vervolgens niet eens standaard worden uitgevoerd? SP-Tweede Kamerlid Jan de Wit stelde fijntjes vast dat een deel van de veroordeelden definitief onder zijn opgelegde straf weet uit te komen, als gevolg van verjaring. Vorig jaar verjaarden 1.258 straffen.

Ook staatssecretaris Teeven zelf vindt het onderwerp „bij uitstek” geschikt om hemzelf en minister Opstelten op af te rekenen, zei hij gisteren. Hij komt voortaan met een jaarlijkse rapportage: „Zodat de Kamer kan zeggen: laat nou maar eens zien wat die mannen hebben gepresteerd.” Pas dit voorjaar was er voor het eerst een overzicht van het aantal mensen dat zijn straf niet uitzit, terwijl de twee bewindspersonen al sinds 2010 het ministerie aansturen. Het inzicht in die cijfers ontbrak, gaf Teeven toe. Het opsporingssysteem dat gebruikt wordt voor onvindbare veroordeelden, is „sterk verouderd, gebruiksonvriendelijk en kan geen managementinformatie uitdraaien”, schreef de Algemene Rekenkamer vorig jaar.

Hoe moeilijk het voor politie en Openbaar Ministerie is om deze groep op te sporen, bleek ook uit het feit dat de staatssecretaris geen precieze streefaantallen kon geven. Hoeveel van die ruim veertienduizend mensen hebben over een jaar wél de straf uitgezeten die de rechter hen heeft opgelegd, vroegen D66 en coalitiegenoot PvdA. In 2016 moet 92 procent van de veroordeelden zijn celstraf ook werkelijk ondergaan, maar tussentijdse doelen wilde Teeven niet formuleren.

Hoe „buitengewoon irritant” Teeven het zelf ook vindt dat veroordeelden hun straf niet altijd uitzitten, hij kan pas streefaantallen noemen als de nationale politie is gereorganiseerd, zei hij. Maar de personele reorganisatie van de politie moet officieel nog beginnen. En extra geld om jacht te maken op de veroordeelden komt er niet. Zoals Teeven zelf samenvatte: geen extra mensen, wel extra inzet.