Obama met Syrië in eigen retoriek verstrikt

Benader misdadige regimes, zoals dat van Syrië, op een andere manier. Wordt de wereld veiliger door inmenging? Gooi geen bommen voor de moraal, schrijft Ian Buruma.

Illustratie Eric Allie

President Obama heeft altijd een wonderbaarlijk talent voor woorden gehad. Maar nu lijkt het alsof hij door zijn eigen woorden verstrikt is geraakt. In april stelde hij nog dat de VS „het gebruik van chemische wapens tegen het Syrische volk niet zouden tolereren.” Een jaar geleden sprak hij over „een rode lijn” die met chemische wapens overschreden zou zijn. Nu dat het haast vast staat dat de Syrische regering verantwoordelijk is voor de dood door gifgas van meer dan duizend burgers, kan Obama zich moeilijk meer terugtrekken zonder een fiks gezichtsverlies.

Hoe is Obama in vredesnaam zo in de val geraakt van zijn eigen retoriek? Waarom deze rode draad? Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry noemde het gebruik van gifgas een „morele obsceniteit”, en dat is natuurlijk juist. Maar hetzelfde geldt voor het martelen van kinderen, waarmee het conflict in Syrië twee jaar geleden begon. En is het echt moreel verwerpelijker om burgers te doden met gifgas dan om ze met kogels of bommen uit te moorden?

Het wordt inderdaad algemeen aangenomen dat sommige wapens bij uitstek immoreel zijn. Dit is wellicht begonnen met de walging over het gebruik van mosterdgas tijdens de Eerste Wereldoorlog. Wapens van massavernietiging, met name atoomwapens, richten sneller grotere schade aan dan conventionele strijdmiddelen. Zoveel is zeker. Maar is er werkelijk een moreel onderscheid tussen de moord op bijna 100.000 mensen in Hiroshima door één atoombom en het doden van meer dan 100.000 mensen in één nacht door brandbommen in Tokio? Was het moreel zoveel erger om Joden te vergassen dan om weerloze mensen boven massagraven met machinegeweren af te schieten?

Nicholas Kristoff schreef onlangs in The New York Times dat Bashar al-Assad door een snelle afstraffing misschien verder van chemische wapens zou afzien en zich zou wijden aan „banalere manieren om zijn volk af te slachten.” Dit lijkt mij een vreemde redenering. Het punt is tenslotte die slachting, niet de manier waarop.

In ieder geval is morele verontwaardiging, hoe terecht ook, op zichzelf geen afdoende reden om oorlog te voeren. Mao Zedong was in de jaren vijftig en zestig verantwoordelijk voor de dood van meer dan veertig miljoen Chinezen, maar geen zinnig mens dacht er toen aan om een oorlog met China te beginnen. Saddam Hussein heeft honderdduizenden Iraniërs en Koerden met gifgas vermoord. Dit was toen geen reden voor oorlog. Integendeel, Saddam werd door het Westen gesteund.

Is de officiële verontwaardiging over de daden van Assad dan misschien meer een kwestie van legaliteit? Het gebruik van chemische wapens druist zeker in tegen internationale conventies, die Syrië overigens nooit heeft ondertekend. Niettemin zou het geen slecht idee zijn om Assad aan te klagen als oorlogsmisdadiger bij het Internationaal Strafhof in Den Haag, een instituut waarvoor Amerika overigens niet heeft getekend. Maar om een illegale oorlog beginnen, zonder instemming van de Veiligheidsraad van de VN, om illegaliteit te bestraffen, is een zonderlinge actie. Maar moet de ‘internationale gemeenschap’, of het Westen, of althans de VS als de enige Westerse grootmacht, niet ergens een grens trekken? We kunnen toch niet zomaar wegkijken als onschuldige burgers in groten getale over de kling worden gejaagd? Het dulden van massamoord is toch onduldbaar? Maar waar ligt die grens dan precies? Hoeveel moorden tellen als genocide: duizenden, honderdduizenden, miljoenen? Of zijn de cijfers irrelevant? Genocide wordt tenslotte gedefinieerd door de intentie, om mensen op grond van hun afkomst of geloof te vervolgen of te vermoorden. Technisch maakt het niet uit of het nu gaat om tien mensen of zes miljoen – het blijft genocide.

Misschien moeten we de misdaden van kwaadaardige regimes op een andere manier benaderen. De eerste vraag die we moeten stellen, voordat we ons met geweld mengen in andere landen, is of het iets uithaalt. Wordt de wereld er veiliger door? Worden er levens mee gered? Dit is meer een praktische dan een morele kwestie. Iedereen is het er wel over eens dat het moorden van burgers door gifgas moreel niet door de beugel kan. Maar wat is de beste manier om erop te reageren? Wat heeft de beste kans van slagen?

Gerechtigheid en moraal spelen in deze vraag een geringe rol. Het is een beetje als bij het Internationaal Strafhof; ‘humanitaire interventie’ werkt eigenlijk alleen tegen betrekkelijk kleine en zwakke regimes, zoals Servië, Mali of Sierra Leone. Niemand zal het in zijn hoofd halen om ter wille van mensenrechten of oorlogsconventies kruisraketten af te schieten boven China of Rusland, laat staan de VS zelf.

Syrië is geen Mali en ook geen Libië. Het is ook geen grootmacht. Maar de burgeroorlog is al buiten de grenzen van Syrië getreden. Grotere machten, zoals Iran, Rusland, en Turkije zijn er al bij betrokken. Erger nog dan de morele obsceniteiten van een burgeroorlog in Syrië is de kans op een vuurzee die zich over hele Midden-Oosten verspreidt. Het is allerminst zeker dat een inmenging van de VS die kans op een bredere oorlog vermindert. Eerder het tegendeel.

Wat kunnen we dan verwachten van een Amerikaanse strafactie in Syrië? Obama heeft de wereld al verzekerd dat het geenszins de bedoeling is om het Assad-regime ten val te brengen. Ook het einde van de burgeroorlog komt niet dichterbij. Maar zelfs één Amerikaanse raket boven Damascus betekent dat de VS deelneemt aan die oorlog. De kans dat dit nog meer geweld uitlokt is groot. Voor Obama lijkt dit het risico nauwelijks waard, om z’n gezicht te redden.

Zo denken veel mensen in Syrië, ook rebellen. Dat denken de meeste Europeanen, en zo denken ook de meeste Amerikanen. En misschien denkt Obama dit zelf ook. Daarom probeert hij nu wanhopig tijd te winnen in de hoop dat het Congres will cover his ass, om een Amerikaanse uitdrukking te gebruiken.

Ook in het hoofd van Obama is er wellicht een verband tussen de rode draad in Syrië en een eerdere rode draad die hij trok om een Iraanse kernbom te verhinderen: als hij terugdeinst voor Syrië, dan is hij ook in Iran niet meer geloofwaardig.