Met zes Polen in een vervallen bungalow

Een camping vol arbeidsmigranten verloedert. Het lukte de gemeente niet sluiting af te dwingen.

Op camping Fort Oranje in Zundert zijn de caravans verkocht aan ondernemers die woonruimte aanbieden aan arbeiders uit Oost-Europa. Volgens de gemeente is de camping verworden tot vrijplaats. Foto’s Merlin Daleman

De stacaravans op camping Fort Oranje, in het Noord-Brabantse Zundert, ogen armoedig. Van sommige bladdert de verf af, anderen hebben gebroken ramen of zijn met graffiti beklad en staan leeg. Scheef hangende luxaflex, verschoten vitrage. Hier en daar klinken uit openstaande ramen gesprekken in allerlei talen. Was hangt aan rekjes te drogen, fietsen staan tegen caravans geparkeerd.

In de jaren zeventig en tachtig brachten Randstedelingen hier hun vakanties door. Maar hun kinderen wilden reizen. Ze verkochten de stacaravans aan Nederlanders in woningnood en aan malafide uitzendbureaus die onderkomens zochten voor Midden- en Oost-Europese arbeiders. Een kwart eeuw later is de camping verworden tot vrijplaats, zo’n plek die deskundigen bedoelen als ze spreken over de woonwagenkampen van de toekomst. Burgemeester van Zundert Leny Poppe-de Looff zucht. „Daar gebeurt alles wat niet mag.”

De Nederlandse Jeroen (31) biedt een glas water aan op de provisorisch in elkaar getimmerde veranda voor zijn caravan. Het ruikt naar wiet. Een camera hangt schuin boven de voordeur en beweegt heen en weer. Hij werkt in de bouw en woont op de camping, zegt hij. Hij zou wel een echt huis willen, „maar dan praat je over wachtlijsten en andere kosten”.

Hij woont samen met de Poolse Asha (24) die hij in de campingdisco heeft ontmoet. Asha is in de caravan en laat zich niet zien. Ze spreekt slecht Engels, dus vertelt hij haar verhaal. „Ze is hier met haar broertje gekomen om te werken. Haar tante was hier al eens geweest en had gezegd dat ze naar Camping Fort Oranje moest gaan.” Asha kwam op het F-veld terecht in een caravan met vier anderen. Ze vond een baan in de prei.

Op het F-veld, drinken de Poolse Kasia (18), haar vriendje en zijn vader een kop koffie in hun caravan. Ze zijn net terug van het aardbeienplukken. Ze zijn moe. Ze werken zes, soms zeven dagen in de week, acht tot twaalf uur, vertelt Kasia in het Engels. „We plukken tot er geen aardbei meer kan verpieteren. Als dat gebeurt is onze chef niet blij.”

Hun chef zorgt voor onderkomen en fietsen. Hij verrekent dat met hun loon. Het geld dat ze verdienen, gebruiken Kasia en haar vriendje om economie te studeren in Wroclaw. Ze komen hier al drie jaar. De broer van Kasia’s vriend had ontdekt hoe het werkte. Hij woont en werkt nu met zijn vrouw in Nederland.

Een paar kilometer verderop, aan de andere kant van Zundert, ligt bungalowpark Patersven. „Een stukje hemel op aarde”, staat er boven de plattegrond aan de parkeerplaats. Die staat vol auto’s uit Midden- en Oost-Europa en Suzuki’s van uitzendbureau Goodmorningeurope.eu. Het parkzwembad achter de slagboom staat leeg. Het is jaren geleden afgekeurd.

Links van de ingang ligt een blok eenvoudige bungalows. Uit één ervan komt een Poolse vrouw. Ze wordt zo opgehaald om te werken in de chocoladefabriek waar ze inpakt, zegt ze. Ze woont al twee jaar in deze bungalow met vijf andere Polen die hier werken en wonen via Goodmorningeurope.eu, net als zij.

Twee huizen verderop zitten vier Roemenen in de woonkamer aan het bier. Ze verontschuldigen zich voor alle blikjes op tafel. Polen mogen hier werken zonder werkvergunning, zij nog niet, vertellen ze. Dus werken ze al vier jaar zwart als tomatenplukkers. Of ze reizen vanuit Zundert op en neer naar België voor werk. Ze huren met zijn zessen deze bungalow. „Dat is makkelijk. Dit is een camping waar iedereen mag wonen.”

Burgemeester Poppe-de Looff schudt het hoofd in haar werkkamer in het Zundertse gemeentehuis. „Wij huisvesten hier de arbeiders voor de hele regio. Dat kan niet. Er moet een regionaal plan komen om de huisvestingslast eerlijker te verdelen. Daar werken we aan.”

Dat Fort Oranje sluipenderwijs verloederde bleek uit hennepvondsten en meldingen van overlast. De gemeente heeft toen alles op alles gezet de camping wegens brandonveiligheid te sluiten, maar haalde tot haar grote frustratie bakzeil bij de Raad van State. Daarna kon de gemeente niet anders dan de camping tot vrijplaats bestempelen. Sinds een jaar trekt een interventieteam van gemeente en politie er maandelijks rond. Dan worden auto’s in beslag genomen, belastingschulden geïnd, caravans afgekeurd. Structureel lost dat niets op.

Van bungalowpark Patersven heeft de gemeente nog geprobeerd een gewone woonwijk te maken. Maar ook dat lukte niet. Inmiddels hebben de bewoners allemaal een brief gekregen van de gemeente. Permanente bewoning is niet langer toegestaan. De gemeente gaat met dwangsommen werken. Poppe-de Looff: „Het moet weer een gewoon recreatiepark worden.”

De agrariërs in haar gemeente hebben de arbeiders uit Midden- en Oost-Europa hard nodig, zegt burgemeester Poppe-de Looff. „Maar het moet wel beheersbaar blijven. Het liefst hebben we dat arbeidsmigranten zich hier vestigen als reguliere burgers.”