John Kerry vindt gehoor in Senaat

De kwestie Syrië verdeelt het Amerikaanse Congres langs onverwachte lijnen.

John Kerry kan voor even tevreden zijn. Zijn eerste dag op Capitol Hill, waar hij het Amerikaanse Congres deze week achter militair ingrijpen in Syrië wil krijgen, verliep gisteren zoals hij gehoopt had.

Vier uur lang verdedigde Kerry, die nu eens geagiteerd, dan weer doodvermoeid oogde, voor de Buitenlandse Zaken-commissie van de Senaat de aanvalsplannen van Obama. Aan het einde van de dag gingen de meeste senatoren akkoord met een militaire missie van negentig dagen zonder grondtroepen.

Voor John Kerry was het een beladen Senaatsbezoek. Als 27-jarige officier zat hij in 1971 op precies dezelfde stoel. Destijds sprak hij zich tegen de oorlog in Vietnam uit. Nu kwam hij gewapend ingrijpen bepleiten. Hij nam het dan ook op voor twee in roze geklede anti-oorlogsdemonstranten, die zijn betoog verstoorden. Ook hij was eens tegen oorlog, zei hij, maar Syrië is geen Vietnam, of Irak. „Dit is geen tijd voor salon-isolationisme”, zei hij.

Kerry kreeg de Senaatscommissie na een lang debat mee. Maar vandaag verschijnt hij ook voor een commissie van het Huis van Afgevaardigden, waar hij een veel groter probleem heeft. President Obama kreeg gisteren steun van de Democratische én Republikeinse partijleiders in het Huis, Nancy Pelosi en John Boehner. Maar de meerderheid in het Huis voelt weinig voor een gewapend conflict. Tot nu toe hebben 16 van de 435 Afgevaardigden hun steun uitgesproken, en 43 hun afkeuring. De rest heeft nog geen keuze gemaakt.

Opvallend is dat de voorkeuren dwars door de partijen heen gaan: negen Democraten en zeven Republikeinen zijn voor, vijftien Democraten en achtentwintig Republikeinen zijn tegen.

Polarisatie

Dit is de nieuwe polarisatie in Washington. Tot voor kort vormden Democraten en Republikeinen een gesloten front, en saboteerden zij elkaars plannen. Nu zijn de bondgenootschappen plotseling door elkaar geschud. De regering-Obama leunt op Republikeinse haviken, en weet zich geen raad met dissidenten in de eigen partij.

Obama zoekt legitimiteit voor zijn aanval op Syrië bij rechtse neocons, staatsrechtelijk conservatieven en het mild-progressieve midden. De flanken, het linkse vredeskamp en rechtse libertairen, zijn voor hem onbereikbaar. Zij vormen hun eigen gelegenheidsalliantie.

Kerry verleidde de senatoren John McCain, Marco Rubio en Lindsey Graham, haviken die dachten dat de aanvalsplannen niet ver genoeg zouden gaan. McCain en Graham waren niet blij met eerdere opmerkingen van Obama dat hij niet van plan was de Syrische president Bashar al-Assad af te zetten, of om grondtroepen in te zetten. Kerry kwam hen gisteren tegemoet door te suggereren dat als Syrië verder escaleert, grondtroepen alsnog overwogen kunnen worden. Ook zei hij dat nu ingrijpen betekent dat landen als Iran of Noord-Korea, zich voortaan zullen bedenken alvorens ze Amerika uitdagen. Dat horen neoconservatieven graag. En zo werd deze Republikeinse vleugel, de neocons tegen wie Obama zich als presidentskandidaat het felst afzette, Obama’s kamp binnengesmokkeld.

De grootste oppositie krijgt de president van een stroming die de laatste jaren dominant is geworden bij de Republikeinen: de libertairen. Ze zijn tegen Amerikaanse inmenging in de wereld, omdat het te veel geld kost, en omdat iedereen zich met zijn eigen zaken moet bemoeien. Senator Rand Paul, de informele leider van deze vleugel, maakte het Kerry gisteren moeilijk. Volgens Paul wil Obama, ook als het Congres ‘nee’ zegt, Syrië toch bombarderen. „U maakt ons belachelijk. De president zal onze beslissing toch naast zich neerleggen.” Kerry, boos: „Natuurlijk wil ik geen oorlog in Syrië. Niemand wil dat.”

Maar ook in zijn eigen partij ondervindt Obama veel tegenstand. Veel Democratische leden van het Huis van Afgevaardigden weten hoe gevoelig een gewapend conflict bij de achterban ligt, en weigeren in te stemmen. „We zinken weg in het moeras dat het Midden-Oosten is”, zei bijvoorbeeld de Democraat Raul Grijalva, een Afgevaardigde die fel anti-oorlog is. Zo is Washington tegenwoordig gepolariseerd: het midden neemt het op tegen de flanken.

Ook na de onthullingen over de National Security Agency (NSA) door Edward Snowden was deze alliantie al te zien. Links en libertair rechts namen het op voor Snowden, het midden wilde met Obama Snowden vervolgen. Deze week wordt niet alleen over Syrië gepraat; ook de machtsverhoudingen in Washington worden vastgesteld.