Inspraak

Komt het ooit nog helemaal goed tussen bestuurders en burgers in Nederland? Een recente ervaring op een informatiebijeenkomst, belegd door stadsdeel West van de gemeente Amsterdam, heeft me niet optimistischer gemaakt.

Ik ging erheen omdat ik nog nooit een participatiedeskundige in levenden lijve had gezien. In de uitnodiging aan de buurtbewoners schreven de stadsdelen West en Centrum dat zij op een bijeenkomst in het Marnixbad zo’n deskundige wilden presenteren. „Deze participatiedeskundige krijgt als taak de belangen van bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden maximaal te waarborgen binnen de kaders van het project.”

Bedoeld project is zeer omstreden. Het gaat om de aanleg van de Singelgrachtgarage Marnix, een ondergrondse parkeergarage (kosten 60 miljoen euro) die gebouwd moet worden in de Frederik Hendrikbuurt in West. De stadsdelen hebben het plan aangenomen en beginnen nu met de uitvoering – dit tot woede van veel buurtbewoners. Zij vrezen jarenlange ontwrichting van hun buurt en schade aan hun panden.

Een referendum in het hele stadsdeel West – dus niet alleen in de buurt – leverde een nipte meerderheid op voor de plannen van PvdA en GroenLinks. Zij willen met de garage juist bewerkstelligen dat de kwaliteit van de openbare ruimte verbetert: minder auto’s op straat, meer ruimte voor voetgangers.

De bijeenkomst in het Marnixbad ontaardde in een verbale veldslag. Aan de ene kant de ambtenaren die de plannen moeten realiseren, aan de andere kant een zaal met schuimbekkende bewoners. Daartussen die arme participatiedeskundige, door de gemeente ingehuurd om de partijen bij elkaar te brengen. Ze heette Gerda Brethouwer en ze bleek een keurige, vriendelijke dame die kalm wist te blijven toen de zaal haar op de korrel nam. De projectmanager, ambtenaar Marian Hogezand, had het er moeilijker mee. „Ik hou er niet van als mensen er doorheen schreeuwen”, zei ze.

Maar van een Poolse landdag maak je nu eenmaal geen theekransje. Daar wordt gevloekt en gescholden. „We zijn suf geluld met die inspraakavonden!” „Jullie ouwehoeren maar!”

Er openbaarden zich twee bijna onoplosbare problemen. Allereerst het project zelf. Een parkeergarage die minstens zestig miljoen gaat kosten in een buurt waar veel mensen moeite hebben om rond te komen – dat is vragen om tegenstand. Ook door de drama’s rond de Noord-Zuidlijn zijn bewoners uiterst achterdochtig gestemd. Megaprojecten zijn voor hen algauw megalomane projecten.

Het tweede probleem is de gebrekkige communicatieve vaardigheid waarmee zulke plannen worden ‘verkocht’. De ambtenaren hanteren een jargon waarmee het wantrouwen wordt gevoed. Op deze avond introduceerden zij trots het zogeheten BLVC-kader waarmee de bewoners nog veel te maken zouden krijgen. BLVC-kader? De afkorting bleek te staan voor „bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid, communicatieplan”. De bewoners konden op deze terreinen hun eisen formuleren. Maar wat gebeurde er dan precies mee? Dat bleef onduidelijk.

Dan moet je niet verbaasd zijn als er op zo’n moment iemand roept: „Inspraak? Dictatuur! Doe niet alsof het inspraak is!”

FRITS ABRAHAMS