Ik snap de angst, maar vastbinden moet soms

Vandaag debatteert de Tweede Kamer over het vastbinden van verstandelijk gehandicapten en dementerende ouderen Dat gebeurt nu te gemakkelijk Een nieuw wet moet daar een einde aan maken

. Ouderen blijven steeds langer thuis wonen. Daardoor krijgen ook huisartsen steeds vaker te maken met maatregelen die de bewegingsvrijheid van patiënten beperken, bijvoorbeeld om te voorkomen dat ze ’s nachts uit bed vallen. Soms is dat onvermijdelijk, zegt Nicole Zengerink (49), huisarts in het Zuid-Hollandse dorp Strijen: „Als je een baby of een peuter vastzet in de auto of in de wandelwagen, vindt iedereen dat prima. Nee, iedereen vindt dat je dat móét doen als ouders. Ook als dat kind zegt: „Ikke uit!” Een kind los in de wagen of op de achterbank is veel te gevaarlijk. Maar oma mag niet worden vastgezet. Ook niet als ze niet meer goed kan denken. Ook niet als ze hulpbehoevend is als een baby.

„Ik maak regelmatig mee dat dementerende ouderen die in de war zijn, steeds uit bed willen klimmen. Het risico is groot dat ze dan vallen en hun heup of bekken breken. Een gebroken heup bij oudere mensen betekent veel pijn, veel ellende en langdurig herstel. Daar wil je ze toch voor behoeden? Ik vind het juist liefdevolle zorg als je ervoor zorgt dat ze niet kunnen vallen.

„Als ik later dement word en verward ben, hoop ik dat de mensen die van mij houden, mij vastbinden, om te voorkomen dat ik val. Een val uit een bed bijvoorbeeld is heel naar, zeker voor een ouder iemand. Ik wil niet dat mijn familie met lede ogen moet aanzien hoe ik een heup breek.

„Als we praten over vastzetten in bed denken mensen misschien aan riemen en touwen. Zo gaat dat niet. Er bestaan een soort trappelzakken die baby’s ook in bed dragen, maar dan voor volwassenen. Ze zitten vast aan een hoeslaken dat om de matras zit. De patiënt kan niet weg, maar kan wel prettig liggen.

„Ik was laatst bij een patiënte van 103. Ze had haar heup gebroken, ze was verward. Ze zou niet lang meer leven. Samen met de familie had ik afgesproken het rek van haar bed omhoog te zetten met als doel dat ze niet uit bed kon vallen. Dat mag wel, maar dan moet je eerst het een en ander aan formulieren invullen. Daar ben ik samen met een assistent een half uur mee bezig geweest. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

„Het is niet zo dat ik per se mensen wil vastbinden. Ik ben niet vóór vastbinden. Natuurlijk niet. Ik wil de mogelijkheid hebben om het te doen als dat nodig is. Dan gaat het mij niet om mensen die tijdelijk de weg kwijt zijn. Patiënten met een psychose bijvoorbeeld.

„Zorgverleners kunnen zo’n beslissing nemen, vind ik. Als je gezond verstand hebt en je vak met liefde en passie vervult, dan gaat dat vanzelf. Dan bind je iemand vast als het nodig is uit mededogen. Daar hoef je geen stapel formulieren voor in te vullen. Die tijd kun je beter aan de patiënt besteden. Nu moet ik vaak familie uitleggen waarom ik niet mag vastbinden.

„Ik snap de angst voor het vastbinden wel. Het is de angst voor excessen. We zien de verstandelijk gehandicapte Brandon voor ons, met een tuigje aan de muur. Maar ik denk dat de verzorgers van Brandon goed hadden nagedacht over het tuigje. Kennelijk was het niet verantwoord om hem los te laten rondwandelen. Je kunt er ook voor kiezen dat een paar hulpverleners voor zo’n jongen zorgen en hem vrij laten rondlopen. Maar dan moeten we niet zeuren over de kosten van de gezondheidszorg die de spuigaten uitlopen.

„Natuurlijk moeten we wel alert zijn op misstanden. Maar ik denk dat het beter is om misstanden aan te pakken dan om vooraf alles proberen dicht te regelen. Het is een verkeerd signaal naar hulpverleners. Zo van: we vertrouwen jou niet dat je met gezond verstand de juiste beslissing kunt nemen. En trouwens, misstanden voorkom je er niet mee.”