Hij probeert het wel, maar écht begrijpen doet hij het niet

Premier Rutte zou een visie geven in zijn H.J. Schoo-lezing. Maar hij sprak als een directeur die een nieuw missiestatement moet verkopen, vinden Lars Duursma en Victor Vlam.

Een visie met perspectief voor alle Nederlanders. Dat is wat premier Rutte de luisteraar beloofde aan het begin van zijn H.J. Schoo-lezing. Uiteindelijk hadden de meeste mensen in de zaal vooral onthouden hoe knap ze het vonden dat hij alles volledig uit het hoofd sprak. Aan enthousiasme en cijfers was geen gebrek, aan leiderschap des te meer.

Wat Rutte goed deed, is Nederlanders positieve eigenschappen toeschrijven. Vol enthousiasme vertelde de historicus hoe het Nederlandse volk sinds de Tweede Wereldoorlog tegenslagen heeft overwonnen: „Nederland slaagt er steeds weer in om de bakens te verzetten.” Dit is voor leiders een effectieve manier om het gedrag van anderen te veranderen. Wie wil nou niet hoge verwachtingen waarmaken?

Het effect van de opzichtige vleierij ging echter verloren omdat Rutte op drie onderdelen de mist in ging. Om te beginnen bleef de visie te vaag. Rutte benadrukte vooral dat we met z’n allen de realiteit onder ogen moeten zien en ons flexibel moeten opstellen om sterker uit de crisis te komen.

Maar geen moment werd de luisteraar betrokken bij de keuzes die hij maakt en de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen. Wie continu geconfronteerd wordt met tegenslag, wil naar zichzelf en anderen kunnen rechtvaardigen waar hij het allemaal voor doet. Rutte verzuimde zijn publiek daarbij te helpen.

Daarnaast toonde Rutte weinig begrip voor de lastige situatie waarin veel Nederlanders zich bevinden. Hij probeerde het wel. Maar zijn voorbeelden waren wat ongelukkig gekozen: „Ik weet ook uit mijn eigen omgeving hoe ingrijpend het voor ondernemers is om mensen te moeten ontslaan met wie je jarenlang gewerkt hebt, vooral in het midden- en kleinbedrijf.” De meeste mensen zullen echter niet in een positie zijn dat ze medewerkers kunnen ontslaan, maar juist zélf hun baan kwijtraken.

De Amerikaanse wetenschapper Drew Westen heeft onderzocht op basis waarvan kiezers hun politici beoordelen. Je zou denken dat vooral telt wat hun standpunten zijn en of ze competent zijn, maar niets bleek minder waar. Het allerbelangrijkste bij een politicus is of hij jou begrijpt. Geen moment liet Rutte tijdens zijn speech zien dat hij de zorgen en het leed van de gewone Nederlander begrijpt.

Ten slotte ontbrak een duidelijke call to action. Een leider moet niet alleen een visie schetsen maar ook aangeven wat anderen kunnen doen om dat voor elkaar te krijgen. Alleen dán voelen mensen zich betrokken bij de oplossing. Zoals John F. Kennedy ooit al deed tijdens zijn inaugurele rede: „Ask not what your country can do for – ask what you can do for your country.”

Wie luisteraars een complexe visie voorschotelt zonder deze te vertalen naar behapbare handelingen, bereikt het effect dat het gehoor moedeloos wordt.

Misschien was Rutte hier wat terughoudend mee na zijn eerdere onbeholpen oproep om een nieuwe auto of een nieuw huis te kopen („dan kunnen we met elkaar het CPB verslaan!”).

Maar nu was het toch een beetje alsof een directeur met veel bombarie een nieuw missiestatement presenteert. Geboeid luisteren de medewerkers naar alle cijfers en enthousiaste verhalen. Maar na het applaus kijken ze elkaar vertwijfeld aan: wat nu?

De medewerkers lopen terug naar hun computer, openen hun mail en laten alles bij wat het was.