Het sterven verliep goed, al was er geen arts bij

Een zoon stond gisteren terecht voor hulp bij de zelfdoding van zijn 99-jarige moeder. „Gruwelijk dat een soort amateurisme zijn intrede doet in de hulp bij het sterven.”

Artsen moesten het ontgelden op de eerste dag van een proces over hulp bij zelfdoding, gisteren in Zutphen. Specialist ouderengeneeskunde Roelie Dijkman, een van drie getuige-deskundigen van de verdediging, is het meest kritisch van iedereen over haar eigen beroepsgroep. Als een arts om principiële redenen geen euthanasie wil verlenen, moet hij een patiënt doorverwijzen naar een arts die dat wel wil. Dit staat bekend als de ‘morele verwijsplicht’. Volgens Dijkman kennen niet alle artsen dit standpunt van artsenorganisatie KNMG, en als ze het wel kennen trekken ze zich er niet altijd iets van aan. „Dan wordt het heel moeilijk in Nederland.”

Albert Heringa (70) staat terecht voor hulp bij zelfdoding aan zijn 99-jarige moeder in 2008. Zij was niet ziek en kwam daarom volgens haar huisarts niet in aanmerking voor euthanasie. Ze was wel ‘klaar met leven’. Haar zoon verschafte haar de pillen waarmee ze haar leven beëindigde. Hij lokte een strafzaak uit samen met de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) – met veel sympathisanten en ‘hulp is geen misdaad’-buttons aanwezig op de publieke tribune. Het Openbaar Ministerie kan drie jaar cel eisen.

Albert Heringa, een bedachtzame man in donkergrijs colbert, maakt aantekeningen en stelt af en toe een vraag. De rechters benaderen hem welwillend, niet beschuldigend. Wel lijken ze op zoek naar een antwoord op twee vragen: is Moek Heringa zelfstandig of onder invloed van haar zoon tot zelfdoding gekomen? En waarom hebben zij en haar zoon de zaak niet voorgelegd aan een andere arts, die wellicht wel euthanasie had willen verlenen?

Heringa vertelt dat zijn moeder haar euthanasieverzoek niet zo duidelijk formuleerde tegenover haar huisarts. „Ze zei het heel omslachtig.” Hij ging ervan uit dat geen enkele arts haar zou willen helpen, omdat in de huidige praktijk ‘medische gronden’ aanwezig moeten zijn voor euthanasie. Tegenover een NVVE-vrijwilliger was zijn moeder juist wel duidelijk, blijkt uit diens getuigenverhoor. Hij trof „een lucide vrouw die exact wist wat ze wilde”. Zijn advies, stoppen met eten en drinken, sloeg ze in de wind. „Ze hield van lekker eten. Ze zei: dat gaat me niet lukken. Ze maakte ook duidelijk dat dat niet betekende dat ze niet dood wilde.” Hij steunde haar in haar wens.

De zelfdoding met medicijnen verliep goed, ondanks de afwezigheid van een arts. „Met mijn deskundigheid had ik het niet beter kunnen doen”, zegt Roelie Dijkman. Maar de 99-jarige moest wel zo’n 130 pillen slikken, zoals te zien in de documentaire De laatste wens van Moek. Ethicus Henk Manschot vond dat pijnlijk. „Ik dacht: ik hoop dat ze het volhoudt.” Voor hem is het een zwaar argument voor nieuwe regelgeving. „Het is gruwelijk dat een soort amateurisme zijn intrede doet in de hulp bij het sterven. Met allerlei mislukkingen tot gevolg.”

Een ander bezwaar is dat het stiekem moet. Albert Heringa verliet het verzorgingshuis toen zijn moeder alle pillen had ingenomen, omdat zijn aanwezigheid in de nacht verdacht zou zijn. „Het is intens droevig dat deze vrouw niet mocht sterven met haar hand in de hand van degene van wie ze hield”, zegt antropologe Frederique Defesche, auteur van het boek Voltooid leven in Nederland.

De rechter zal zich wellicht uitspreken over de vraag of zelfdoding zonder hulp van een arts in alle gevallen strafbaar moet blijven. Op 24 september is de laatste zittingsdag in de zaak.