Het gaat erom wie het verhaal vertelt

Sarah Polley wroet in Stories We Tell in haar familiegeheimen. Maar gaat het om het verhaal of om de verteller?

Ouders Michael en Diana Polley in Stories We Tell

Het is al bijna een apart filmgenre: persoonlijke documentaires die je via een slalom van schokkende onthullingen naar het hart van het familiegeheim leidt, waar het skelet uit de kast rolt.

Basisvoorwaarden: er moet antiek, suggestief filmmateriaal van de familie voorhanden zijn – video, Super 8 – die je in slowmotion kan afdraaien. Bovendien moet er iets te raden overblijven, zoals onlangs in The Imposter, waar een donkere Franse jongeman met bruine ogen zich in Texas met verbazingwekkend gemak voordeed als een ooit verdwenen zoon – die blond was en blauwe ogen had. Omdat de moeder haar echte zoon uit de weg had geruimd? In het beklemmende Forgetting Dad vertelt Rick Minnich (2009) over zijn vader, die na een auto-ongeluk zijn geheugen verloor – of deed hij alsof? Of neem de topfilm in het genre, Capturing the Friedmans uit 2003, over een gezin wier deur op Thanksgiving door de politie wordt ingetrapt terwijl de videocamera snort: vader en oudste zoon worden verdacht van seksueel misbruik van scholieren in hun computerklas. Massahysterie, waarheid, of is er nog iets anders aan de hand?

De vraagtekens hierboven zijn geen toeval. Heeft zo’n familiedocumentaire een heldere ontknoping, dan is het meer iets voor Discovery Channel. Artistiek wordt het pas als de zaken onpeilbaar en ambivalent blijven en we eindigen met de verzuchting: wat weten we eigenlijk? Weinig: een familie blijkt een raadsel verpakt in het mysterie van een enigma, je naaste is een vreemdeling en het skelet onthult weinig over de dader. Aan dat onthutsende besef ontlenen veel familiedocumentaires hun kracht.

Versplinterd glas

Vaak draait het in familiedocumentaires over een overleden vader, moeder of opa. Is het onderwerp niet meer in staat een nieuwe draai aan zijn verhaal te geven, dan is het af: dood verandert de mens in een afgerond verhaal. „Daarvoor is er helemaal geen verhaal”, begint de documentaire Stories We Tell van de Canadese regisseur en actrice Sarah Polley, „maar slechts chaos, gebrul, blindheid, een ravage van versplinterd glas en hout als een huis in een wervelwind of een schip geplet door een ijsberg.”

Nogal gewelddadige metaforen die Sarah Polleys vader Michael hier als voice-over opdist: het reflecteert vermoedelijk zijn verwarring nadat de filmmaker hem heeft geconfronteerd met de feiten. Want haar speurtocht naar haar eigen afkomst bevat enkele schokkende verrassingen. Voor haar vader althans: ons schokken ze iets minder. Want al is de familie Polley nogal ingewikkeld, zij is ook intelligent, beschaafd, creatief, ruimdenkend, warmbloedig en theatraal. Adjectieven als luguber of mysterieus ontbreken in deze opsomming, en daarvan moet zo’n onthulling van familiegeheimen het toch hebben.

Stories We Tell doet iets anders: de film concentreert zich op de vraag wie het verhaal vertelt. Dat verhaal is moeder Diana Polley, een vrijgevochten actrice die in 1990 overleed aan kanker. De hele familie mist haar, en je begrijpt waarom. We zien Diana, vroeg in de jaren zestig, in gruizig zwart-wit Ain’t Misbehavin’ zingen tijdens een auditie. Of iets ouder op het strand, in kleur en Super 8 – sommige filmpjes zijn overigens nep. We lezen Diana’s dagboek en horen kennissen over haar praten. Een aanstekelijke extravert; een enthousiaste blondine zonder filter die op feesten zo hard rond stampte dat platen oversloegen; een dame die steeds zenuwachtig rondzoemde om problemen op te lossen die ze zelf had veroorzaakt – verloren huissleutels en zo.

Maar hoeveel van die chaotische kindvrouw was een rol, haar variant op Marilyn Monroe? Eén ding is zeker, zegt een tante: Diana Polley had geheimen. Dat klopt, en dochter Sarah ontsluiert die in Stories We Tell elegant, totdat er over de feiten weinig twijfel overblijft. Maar zo is ook de angel eruit en resteert de vraag van haar zuster: „Who the fuck cares about our family?”

Daar doet Sarah Polley één stap achteruit. In het begin installeert ze haar familieleden voor de camera, met al het ongemak dat daarbij hoort, en stelt de onmogelijke beginvraag: „Vertel het hele verhaal.” Want, zo blijkt, Polley wil haar moeder uit zoveel mogelijk invalshoeken belichten. Zo benader je de waarheid het beste.

Verkapte machtsgreep

Of niet? Andere leden van haar familie werken, geïnspireerd door Sarahs bevindingen, zelf aan boeken over Diana, één zelfs aan een filmscript. Hij verzet zich tegen de opzet van Sarah: met zoveel invalshoeken wordt het verhaal wollig en komt de bodem nooit in zicht. Diana doe je alleen recht door één invalshoek kiezen: de zijne.

Vader Michael, die zijn novelle over Diana als voice-over inspreekt, merkt op dat Sarahs vrome wens om iedereen aan het woord te laten in feite een machtsgreep is: zo definieert zij het verhaal. „Jij haalt er dan uit wat jij denkt dat essentieel is, anders wordt het absurd.” Sarah Polley laat ook zien hoe ze haar vader dwingt pijnlijke passages over Diana steeds opnieuw te lezen, totdat hij huilt. „Je ben een gemene regisseur”, zucht hij.

Zo richt Sarah Polley haar camera op moeder Diana, haar familie en, zonder in beeld te komen, op zichzelf. Het draait om het verhaal, maar meer nog om wie het vertelt. Stories We Tell heeft een nietzscheaanse dimensie: de wil tot vertellen bepaalt het verhaal. Dat maakt Stories We Tell tot een hybride familiedocumentaire die met name vertellers tot nadenken moet stemmen. En dat zijn we allemaal.