Hij opereerde met tie-wraps, visgaren en boormachines

Interview tropenarts In de documentaire The Rebel Surgeon opereert chirurg Erik Erichsen zijn Ethiopische patiënten houtje-touwtje. Is zijn werkwijze ethisch?

De Zweedse chirurg Erik Erichsen in zijn behandelkamer in Aira, Ethiopië. Vaak werkte hij onder primitieve omstandigheden. Foto’s SVT

Tie-wraps, slangenklemmen, fiets-spaken, visgaren en een accuboormachine. De Zweedse chirurg Erik Erichsen (71) gebruikte allerlei onconventionele hulpstukken om patiënten te helpen in het missieziekenhuis van Aira in het hoogland van West-Ethiopië.

„Als ik op dezelfde manier in Zweden had geopereerd, dan was ik gearresteerd of zou ik op zijn minst mijn registratie als arts verloren hebben” zegt Erichsen, alias The Rebel Surgeon. „Maar het kon niet anders”, verklaart hij, „In het ziekenhuis was aan alles een tekort, dit was de enige manier om mensen daar te helpen. Je moet creatief zijn en kijken wat de alternatieven zijn. Soms moet je gaan voor de tweede of derde keuze.”

Dit weekend was Erichsen te gast op het Dutch Global Health Film Festival in Utrecht, om tekst en uitleg te geven bij de documentaire The Rebel Surgeon die cineast Erik Gandini over hem heeft gemaakt. De film toont Erichsen aan het werk in een hectisch en overvol ziekenhuis waar zich dagelijks 400 patiënten uit de wijde omtrek melden. „Toen ik er kwam was er geen chirurg of verloskundige. Wel waren er vijf zusters die ook af en toe operaties uitvoerden. Ik was altijd aan het werk, dag in dag uit, vaak ook ’s nachts. Het eerste wat ik deed was anderen leren hoe zij een keizersnede moesten uitvoeren, dan hoefde ik niet drie keer per nacht het bed uit.”

Recordtempo

De film toont Erichsen die in recordtempo diagnoses stelt bij mensen die binnenkomen. Bij een jonge man met een heel dik been: „Bottumor, het been moet eraf anders zal het uitzaaien naar uw longen en hersenen en gaat u dood. Next!”. Bij een oude vrouw met een verzakte baarmoeder. „Hoeveel kinderen heeft u? Vijf? Okay, dan kan die eruit.” Het moet wel zo snel, zegt hij, er zijn nog zoveel patiënten in de wachtkamer.

Met dezelfde opgewektheid voert hij operaties uit. Ondertussen grossiert hij in grappen en oneliners: „Ik snij, God heelt.” De bravoure en het optimisme had hij nodig om zich staande te houden in moeilijke situaties. „Het was ruig, dat voelde ik zelf ook wel. Je ziet er mensen met tumoren zo groot als we ze in het Westen nog nooit gezien hebben. De mensen zoeken pas heel laat hulp, als het echt niet meer gaat. Maar tegelijk maakt dat het ook een paradijs voor een chirurg; je moet voor alles een creatieve oplossing bedenken die je met minimale middelen kunt uitvoeren.”

‘Opereren is net als koken’

Erichsen krijgt vaak de vraag of het wel ethisch was wat hij daar deed. „Ik deed mijn uiterste best voor mijn patiënten. In de film lijk ik soms wel kortaf naar ze, maar dat is ook deels een taalprobleem. In Ethiopië spreken ze wel tachtig verschillende talen, en van slechts een paar had ik basale kennis. Ik liet mensen nooit aan hun lot over, er waren altijd anderen die voor hen konden zorgen.”

Maar in Zweden was hij eerst orthopedisch specialist, dan kun je toch niet zomaar allerhande patiënten behandelen? „Opereren is net als koken”, zegt Erichsen. „Als je er veel ervaring mee hebt is het voldoende om een nieuw recept te lezen om een mooi nieuw gerecht te maken. Al in mijn studietijd las ik in de vakanties chirurgische handboeken en liep ik stage op operatie-afdelingen. En ik heb mij vooraf bijgeschoold in algemene chirurgie.”

De mooiste scene in zijn eigen film vindt Erichsen die waarin een jongen wordt binnen gebracht met een grote speer in zijn lijf. Erichsen blijft doodkalm en constateert bij een eerste onderzoek dat de jongen niet direct in levensgevaar is. Hij wil de speer niet zomaar uit het lichaam trekken omdat hij bang is meer organen te beschadigen, en besluit daarom snel dat de houten schacht afgezaagd moet worden. Als dat gebeurd is verlost hij de jongen met een snelle beweging van zijn spies. Gelukkig blijken er geen grote bloedvaten geraakt en valt ook de schade aan de organen mee. De speerpunt is nog heel, constateert het medisch personeel tevreden en kan dus opnieuw worden gebruikt. „Die jongen is er inderdaad weer mee gaan jagen.”

Cultuurshock

Vier jaar geleden, toen hij 67 werd, moest Erichsen gedwongen stoppen in het ziekenhuis van Aira. Hij was te oud, vond de Duitse evangelische organisatie door wie hij was uitgezonden. Onder protest keerde hij met zijn vrouw Sennait terug naar Zweden. Het kon wel, want in de tien jaar dat hij er gewerkt had, had hij zichzelf overbodig gemaakt door ter plekke mensen op te leiden.

Erichsen wordt in de documentaire neergezet als een man die in zijn eigen koninkrijk kan doen en laten wat hij wil. Hij zou zo de balen hebben van de bureaucratie in de westerse gezondheidszorg dat hij in Afrika de vrijheid is gaan zoeken. „Dat is niet zo”, zegt Erichsen, „Ik ging naar Ethiopië uit idealisme, om mensen te helpen. Pas achteraf toen ik weer als chirurg in Zweden aan de slag wilde gaan, volgde de desillusie. Alles ligt hier vast in regels die ergens ver weg door iemand zijn bedacht. Dokters zitten nu meer achter de computer dan dat ze bezig zijn met de patiënt. Ik zeg je: de cultuurschok was groter toen ik terugkeerde uit Afrika dan toen ik erheen ging. Het is veel makkelijker om dokter te zijn in Ethiopië dan in Zweden. De mensen zijn er blij met alles wat je voor ze doet en als het niet goed gaat, accepteren ze hun lot volledig.”

‘Er kan nog veel beter’

Sindsdien is Erichsen nog een paar keer teruggeweest in Aira. Om te kijken hoe het er nu gaat, of ze het redden zonder hem. „Maar dat werkt niet. Want zodra ze mij zien, laten ze hun werk los. Dan willen ze weer dat ik hen vertel hoe het moet. Er werken nu zes specialisten en vier anesthesiologen, allemaal Ethiopiërs. Als westerling heb ik daar niets meer te zoeken. ”

Niet dat hij geen ideeën meer heeft. „Er kan nog zoveel beter”, zegt Erichsen, „Waarom zetten we niet mobiele brigades van verloskundigen op, die vrouwen thuis kunnen helpen bij bevallingen? Geef ze een motor en ze komen overal. Iedereen in Ethiopië, zelfs de armste boer die met middeleeuwse middelen zijn land bewerkt, heeft een mobiele telefoon. Met zulke teams zouden we echt wat kunnen doen aan de hoge moeder- en kindersterfte in het land.”

    • Sander Voormolen