Fransen hangen graag de redder uit

Frankrijk wil in actie komen tegen Syrië Desnoods zonder VN-mandaat Maar zo populair als destijds in Mali maken ze zichzelf waarschijnlijk niet

Correspondent Frankrijk

Tien jaar terug keerde Frankrijk zich fel tegen Amerikaanse plannen om zonder VN-mandaat Irak binnen te vallen. De door de regering-Bush getoonde documenten die moesten aantonen dat Saddam Hussein massavernietigingswapens had, vond de centrum-rechtse regering van Jacques Chirac niet overtuigend. Woedende Amerikanen spoelden Franse kazen door het toilet en ruilden hun Franse frietjes uit protest in voor freedom fries.

Nu is het Frankrijk van de socialistische president François Hollande de trouwste bondgenoot van de Amerikaanse president Barack Obama bij een mogelijke vergeldingsactie tegen Syrië. Vandaag debatteren de Franse Senaat en de Assemblée Nationale over maatregelen om het regime van Bashar al-Assad, in de woorden van Hollande, „te straffen” voor de gifgasaanval van vorige maand. En desnoods zonder VN-mandaat.

In een poging publieke en politieke steun te verwerven voor militaire acties, heeft premier Jean-Marc Ayrault maandag na een ontmoeting met de politieke fractieleiders een document vrijgegeven met eigen „bewijs” van een „grootschalige en gecoördineerde aanval” met gifgas door het Syrische bewind. Na de eerdere krachtige reactie van Hollande op de beelden uit Syrië, verklaarde nu ook Ayrault dat „deze daad niet onbeantwoord kan blijven”.

Uit de „technische analyse” van vooral videofilmpjes zou volgens de Franse inlichtingendiensten blijken dat door gebruik van chemische wapens in de nacht van 21 augustus in buitenwijken van hoofdstad Damascus ten minste 281 mensen om het leven zijn gekomen.

Syrië zou sinds de jaren zeventig grote voorraden mosterdgas en de zenuwgassen sarin en VX hebben opgebouwd en al eerder, in april en mei, naar deze middelen hebben gegrepen om politieke tegenstanders uit te schakelen. Volgens de inlichtingendiensten beschikken de opstandelingen in Syrië niet over de „ervaring of kennis” om deze middelen toe te passen.

Frankrijk is klaar voor „een ferme en geproportioneerde actie”, zei Ayrault maandag, „die niet het doel heeft het regime omver te werpen, noch om Syrië te bevrijden.” Na de aarzelingen in Washington, waar Obama zaterdag onverwacht het Congres om raad vroeg, en de tegenstem in het Britse Lagerhuis benadrukte de premier wel dat Frankrijk expliciet „niet alleen” in actie komt.

Dat zou Frankrijk overigens wel kunnen. Met het Verenigd Koninkrijk heeft Frankrijk het meest geavanceerde leger van Europa. In een heel andere context intervenieerde Hollande afgelopen januari nog in het noorden van Mali, waar radicale moslimgroepen de hoofdstad naderden en, volgens de Fransen, ook een bedreiging vormden voor de Europese Unie.

Die aanval werd, vooral vanwege die mogelijke dreiging en omdat het een puur Franse gelegenheid in de Franse invloedssfeer betrof, door een ruime meerderheid gesteund. Ook politiek was weinig verzet. De populariteit van de geplaagde Hollande schoot in de peilingen zelfs zeer tijdelijk even omhoog: Fransen zien graag dat ze ondanks hun kwakkelende economie nog altijd een militaire wereldmacht zijn.

Dat ligt nu anders. Uit recente opiniepeilingen blijkt dat ongeveer tweederde van de Fransen weinig voelt voor interventie in Syrië. Hoewel enkele prominente oppositiepolitici, zoals oud-premier Alain Juppé, zich vóór een militaire operatie hebben uitgesproken, leven ook in de politiek twijfels. Partijleider Jean-François Copé van de UMP van oud-president Sarkozy, vreest dat Hollande „aan de leiband van de Amerikanen” loopt. Het uiterst linkse Front de Gauche en het uiterst rechtse Front National willen van geen aanval weten.

Omdat anders dan in Mali, en zeker na de vertraging in Washington, een eventuele operatie minder haast heeft, zwelt nu de roep aan om over Frans ingrijpen te stemmen.

Grondwettelijk hoeft de president geen toestemming te vragen voor buitenlandse militaire operaties die korter duren dan vier maanden, maar volgens het dagblad Le Monde, zou Hollande, in navolging van Obama, geen bezwaar tegen hebben tegen een daadwerkelijke stemming als daarmee de verantwoordelijkheid voor het ingrijpen breder wordt.

Al maanden staat Syrië in Frankrijk bovenaan de agenda. Op initiatief van Fabius was het het eerste westerse land dat de Syrische Nationale Coalitie „als enige wettige vertegenwoordiger van het Syrische volk” erkende. Fabius pleitte in een vroeg stadium voor wapenleveranties aan de oppositie en bevestigde al in mei, nadat journalisten van Le Monde monsters hadden meegebracht, dat in Syrië het sarin gebruikt was.

Het is „moeilijk” om de VN te negeren, zei Fabius vorige week in een radio-interview, maar „in bepaalde omstandigheden” is het mogelijk. „De opties liggen open, de enige optie die ik niet overweeg is niets doen.” Hij staat onder druk van interventionisten als voormalig minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner en de filosofen Benard-Henri Lévy en André Glucksmann, die bij het besluit van de regering-Sarkozy om in te grijpen in Libië een grote rol speelden.

Frankrijk, dat zich graag profileert als hoeder van de mensenrechten, heeft in Syrië, maar vooral in buurland Libanon, ook grote economische belangen die door het conflict in gevaar kunnen komen. Beide landen waren tot de Tweede Wereldoorlog Franse mandaatgebieden.

Mocht het tot een aanval komen, dan zal dat leiden tot „negatieve repercussies” richting „Franse belangen”, dreigde Assad gisteren in een interview met de krant Le Figaro. De Syrische president noemde het gebruik van chemische wapens in strijd met „de logica” omdat zijn leger met conventionele middelen al aan de winnende hand zou zijn. „80 tot 90 procent” van de opstandelingen zijn volgens hem van Al-Qaeda. Het Midden-Oosten is een „kruitvat”, zei Assad, dat door buitenlandse interventie zou „exploderen”.