Eten, slapen en sterven in de stijl van de Dardennes

‘Tomboy’ Rasa (l., Nermina Lukac) in Eat, Sleep, Die

Eten, slapen, sterven. Is dat het leven in een notendop? Voeg daar voor de hoofdpersonen uit Gabriela Pichlers regiedebuut Eat Sleep Die ook nog maar werken aan toe. En dan misschien wel werken, werken, werken. Niet omdat ze niets anders willen, maar omdat dit de mensen zijn voor wie werken gelijk staat aan overleven. Want zonder werk geen eten of slapen.

Eat Sleep Die volgt de mensen uit de werkende onderklasse in een Zweedse verpakkingsfabriek. Laaggeschoolden, immigranten, illegalen. Een groep mensen die ook door filmmakers vaak wordt vergeten. Onder hen ook de Montenegrijnse Rasa, een Rosetta voor onze tijd. Aan dat energieke, sociaal bewogen portret van een jonge vrouw in een tamelijk uitzichtloze situatie van de gebroeders Dardenne doet de film namelijk sterk denken. Ook Pichler (zelf van Bosnisch-Oostenrijkse afkomst) werkt met schoudercamera en ongeschoolde acteurs; ze castte zelfs familieleden. Ze staat zelfbewust in die traditie en blijft verre van het melodrama waar de Dardennes in hun recente films gevoelig voor zijn. Met name de scènes waarin Rasa en haar collega’s zenuwachtig rokend aan de achterkant van de fabriek wachten op het moment dat ze ontslagen worden, kruipen venijnig onder je huid. Daar staan ze dan. Zonder hoop. Koppig het oordeel af te wachten. Rasa vecht terug, maar ontmoet crisis en xenofobie. Deze film maakt niets mooier dan het is. Dat komt aan.

Dana Linssen