Een cijfer? Nee, een stigma

Vandaag beslist de rechter of de Citoscore van alle basisscholen openbaar wordt Zo ja, dan kan dat grote gevolgen hebben Scholen vrezen dat ze worden afgerekend op alleen maar een toets

verslaggever

Wordt de Citoscore van alle basisscholen in Nederland openbaar of niet? Staatssecretaris Dekker (Onderwijs) zei het afgelopen maart „graag” te willen. Dat was toen RTL Nieuws via een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur had gevraagd om ze te openbaren.

Maar de schoolbesturen waren tegen en stapten naar de rechter. Die doet vandaag uitspraak.

Voor de duidelijkheid: het gaat in deze zaak niet om het openbaar maken van de Citoscore per leerling, met naam en toenaam. Het gaat om de publicatie van de gemiddeld behaalde score per basisschool.

Waarom de schoolbesturen daar op tegen zijn, werd duidelijk tijdens de zitting voor de bestuursrechter. Die vond twee weken geleden plaats.

De schoolbesturen denken, zei hun advocaat, dat publicatie scholen, leerlingen en ouders schade berokkent. Er zullen ranglijsten komen van goede en slechte basisscholen, aan de hand waarvan ouders een school gaan kiezen. De advocaat: „Het gaat de besturen erom dat ouders straks een keuze zullen maken op basis van een ranglijst die een verkeerd beeld schetst. Als de gegevens openbaar worden, zullen er scholen onderaan de lijst gaan bungelen. Zulke scholen krijgen een stempel. Terwijl de score alleen niet alles zegt over de kwaliteit van een basisschool. En dat stigma kan ook nog eens doorwerken in de toelating bij het voortgezet onderwijs.” Volgens de schoolbesturen worden ouders zo „ongewenst en ongewild” in hun privacy aangetast, aldus de advocaat.

De landsadvocaat – namens de staatssecretaris – zag het anders. Volgens hem was er „geen enkele reden om aan te nemen” dat publicatie van de Citoscores de keuze van ouders zal beïnvloeden. Hij stelde dat veel scholen hun gemiddelde scores al op hun website publiceren: „Ik vind het nogal wat om te zeggen dat ouders nergens anders naar kijken dan naar zo’n score. Dat is het diskwalificeren van de ouder bij zijn keuze.”

En neem bijvoorbeeld de eindexamenscores in het voortgezet onderwijs. Daarvan worden tegenwoordig ook lijsten gepubliceerd.

De schoolbesturen denken dat ook die een stigmatiserende werking hebben. Ze vroegen zich bovendien af welke gegevens ze zullen moeten verstrekken.

Dat zit zo: basisscholen mogen nu nog zelf weten welke leerlingen wel of niet aan de toets meedoen. Sommige scholen laten leerlingen niet deelnemen die terecht zullen komen in het speciaal onderwijs. Andere scholen kiezen er op sociale gronden juist voor deze leerlingen wél ‘gewoon’ te laten meedoen. Uiteraard halen zulke leerlingen het gemiddelde omlaag.

Oneerlijk, zeggen de schoolbesturen. Scholen die zulke leerlingen niet laten deelnemen zullen op een eventuele ranglijst hoger komen te staan. Mocht het komen tot verplichte publicatie, dan willen ze daarom graag dat de scores worden gecorrigeerd.

Maar dat wilden ministerie en RTL Nieuws weer niet: de levering van gecorrigeerde data kan maanden duren, terwijl in januari al een beroep is gedaan op de Wet Openbaarheid van Bestuur. Bovendien betwistten ze dat een gecorrigeerde versie van de cijfers een beter beeld van de werkelijkheid zou scheppen.

Overigens doen niet alle scholen mee aan de Citotoets. Hij wordt afgenomen op 85 procent van de basisscholen. Scholen die niet willen, hoeven niet mee te doen. Ook is het mogelijk een toets van een andere ontwikkelaar dan het Cito af te nemen.

Aan die vrijblijvendheid moet een einde komen, vindt het kabinet. Elke leerling op elke school moet in groep acht worden getest. En de overheid krijgt de verantwoordelijkheid voor de inhoud van die toets. Het Cito werkt daarbij, net als in het voortgezet onderwijs, onder toezicht van het College voor Examens.