Een bezoek van Obama als bekroning

Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers. Foto AFP

Het was bedoeld als een giftig verwijt aan Obama. Hij wil van Amerika „één groot Zweden” maken, waarschuwde een conservatieve columnist vorig jaar tijdens de Amerikaanse verkiezingscampagne. Een dolgedraaide sociaal-democratie, een bemoeizuchtige overheid en vooral: hele hoge belastingen. Kortom, genoeg om iedere goede Republikein nachtmerries te bezorgen.

Dat Zweden de belastingen de afgelopen jaren flink heeft verlaagd, en de verzorgingsstaat aardig heeft afgeslankt, deed er even niet toe. Dat er al sinds 2006 een centrum-rechtse regering aan de macht is evenmin. Zweden diende alleen als schrikbeeld, meer niet.

Binnenkort krijgt het Scandinavische land de kans zijn imago bij de Amerikanen wat op te poetsen. Veel aandacht heeft het niet gekregen, maar toen Obama begin deze maand zijn afspraak met Vladimir Poetin in Moskou afzegde, boekten de Zweden een kleine diplomatieke triomf. Op weg naar de G20, die op 5 en 6 september wordt gehouden in Sint-Petersburg, zal de Amerikaanse president in plaats van het Kremlin nu Stockholm aandoen. Vandaag komt hij er aan.

Het is een bekroning van de eigenzinnige buitenlandse politiek die Zweden afgelopen jaren heeft gevoerd. Het kleine land, groot in oppervlakte maar met een bevolking van nog geen tien miljoen inwoners, heeft zich binnen de Europese Unie ontpopt tot een belangrijke speler.

Zweden heeft na de Grote Drie (Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) de meeste invloed in de EU, stelde de denktank European Council on Foreign Relations begin dit jaar op basis van een analyse van de verschillende lidstaten. Dus vóór middenmoters als Spanje, Polen en ook Nederland. Of het nu gaat om het bevorderen van de mensenrechten in China, het leveren van financiële steun aan landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, of het aanjagen van onderhandelingen over een wapenverdrag bij de VN, Zweden speelt een grote rol.

Bij de NAVO is Zweden altijd een buitenbeentje gebleven, maar wel een belangrijk buitenbeentje. Het land heeft, anders dan Noorwegen en Denemarken, nooit willen toetreden tot het bondgenootschap. Maar neutraal, zoals tijdens de Koude Oorlog, is Zweden niet meer. En zelfs toen was er heimelijke samenwerking met de Verenigde Staten en andere westerse landen.

Inmiddels is Zweden allang uit de kast gekomen met zijn westerse oriëntatie. Bij de NAVO geldt het land als favoriete partner. Op de Balkan, in Afghanistan, bij de interventie in Libië – Zweden doet mee aan alle belangrijke NAVO-operaties, en toont vaak meer inzet dan menig land dat wél lid is van het bondgenootschap.

Wat let de Zweden, zou je denken, om de verhouding dan ook maar te formaliseren en lid van de NAVO te worden? De huidige regering voelt er wel voor. Maar een meerderheid van de bevolking wil er niet aan.

Ondertussen voelt het land zich in de nabijheid van het grote Rusland minder veilig dan je, een kwart eeuw na het einde van de Koude Oorlog, zou verwachten. De Russische invasie in Georgië in 2008 zijn ze in Zweden nog niet vergeten.

Om toch een soort levensverzekering te hebben schurkt Zweden dus maar zo dicht mogelijk tegen de NAVO aan. De Veiligheidsgarantie van het bondgenootschap geldt als het erop aankomt weliswaar alleen voor lidstaten. Maar informele samenwerking kan ook solidariteit kweken, hoopt men in Stockholm.

Geen wonder dat Obama er vandaag meer dan welkom is. Niet omdat hij een halve sociaal-democraat is, maar omdat een nauwe band met Amerika voor de Zweden een alternatief is voor het NAVO-lidmaatschap.