Dít had Rutte moeten zeggen

Er was veel kritiek op de speech die premier Rutte afgelopen maandag uitsprak. Maar hoe had hij het dan wél moeten doen?

Foto’s Merlin Daleman, Roel Rozenburg, ANP

Coalitiegenoot Diederik Samsom noemde het een „mooi verhaal”, de H.J. Schoo-lezing van premier Mark Rutte, maar er waren ook aanmerkingen, sommige genadeloos. „Oeverloos gebabbel”, schreef een boze twitteraar.

De premier had zijn toehoorders nog gewaarschuwd voor de „olifant in de kamer”, toen hij maandag zijn lezing uitsprak. „Daar staat de olifant, en hij heet visie.” Van deze liberaal, zei Mark Rutte, hoefde niemand een visie te verwachten „als blauwdruk voor de toekomst” of om „in detail voor te schrijven hoe mensen moeten leven”. Alles in hem, zei Mark Rutte, verzette zich daartegen. Wat hij wel wilde, was een perspectief voor mensen schetsen.

Maar natuurlijk zocht iedereen direct naar visie. Rutte spreekt nauwelijks in het openbaar. Hij worstelt met het feit dat hij ideologisch nauwelijks vast te pinnen is, sinds hij het afgelopen jaar met zes verschillende partijen coalities sloot.

Wat heeft Mark Rutte gezegd?

De kern van Ruttes betoog was een oproep aan Nederlanders om veranderingen te omarmen – en dus ook de grote bezuinigingen op de verzorgingsstaat die met deze veranderingen gepaard gaan. „De snelste manier om kwijt te raken wat we hebben is er krampachtig aan vasthouden. We moeten veranderen om nieuwe zekerheden te kunnen bieden.”

Zo’n houding, zei de premier, is essentieel als Nederland wil vasthouden aan zijn verworvenheden in tijden van economische en geopolitieke omwentelingen. „Er is geen wet die zegt dat Nederland zijn welvaart behoudt.” Dat vergt een „fundamentele cultuurverandering”, want de overheid zou mensen vragen meer zelf te doen.

Rutte riep mensen op meer verantwoordelijkheid te nemen, en in een onderling „bezielend verband” de samenleving vorm te geven.

Volgens Rutte, die zich baseerde op opinieonderzoek, was die mentale omslag al aan de gang.

Deze liberale grondhouding werd door Rutte aangevuld met sociale compassie. Want bij al die veranderingen, beloofde de premier, zou het land „niemand achterlaten” die echt niet voor zichzelf kon zorgen. Voor mensen die wel willen, maar niet kunnen, zorgt de staat. „Dat is de deal die we hebben. Wij zijn een sociaal land.”

Twee partijleiders met minder angst voor blauwdrukken, reageren op Rutte, en zeggen wat ze zelf zouden doen.

Wat zou Emile Roemer gezegd hebben?

De SP-leider „had een doorkijk verwacht naar hoe hij wil dat de samenleving er over tien jaar uitziet. Hoop en vertrouwen ontleen je niet aan optimisme. Mensen hebben daarvoor een perspectief nodig: waar gaan we naartoe?”

Een premier moet kernachtig duidelijk maken waar hij staat, vindt Roemer. Een SP-premier zou zeggen: „Het neoliberalisme dat we dertig jaar hebben gehad is ten einde.” Dan waar de samenleving naartoe moet. Roemer somt op: „Een: de industriepolitiek. Wat doen we voor bedrijven en voor de werkgelegenheid? Nu hebben we niet eens een industriepolitiek. Twee: de verduurzaming van de samenleving. Hoe bereiken we die? Drie: het belang van de overheid en de publieke sector. Vier: de democratisering van de economie. Hoe zorg je dat je niet alle grip op de economie verliest?”

Die afkeer van de liberaal Rutte om een blauwdruk te schetsen begrijpt Roemer niet. „Een visie is nooit een blauwdruk, want dan zou die in beton gegoten zijn. Het gaat om uitgangspunten, een kapstok voor je keuzes.” Wat Rutte wil, zegt Roemer, is eigenlijk gewoon „een voortzetting van de jaren 90. Almaar minder overheid, en de mensen moeten zichzelf maar redden. Hij is kennelijk erg gecharmeerd van de Amerikanisering van de samenleving.” Hoe je het zegt, lopend, uit het hoofd, of met autocue, vindt hij niet zo belangrijk: „De inhoud, die blijft uiteindelijk hangen.”

Wat had Marianne Thieme gezegd?

De leider van de Partij voor de Dieren had haar lezing als premier doorspekt met enkele filmpjes die uitleggen hoe Nederland in de schuldencrisis is terechtgekomen. „Om je visie over hoe het land sterk uit de crisis kan komen kracht bij te zetten zou dat zeker kunnen helpen.”

Thieme zou zelf de problemen van economische groei benoemen. „Rutte gaat ervan uit dat de economie wel weer gaat groeien, terwijl ik een heel ander systeem aanhang dat een oplossing biedt voor de crisis. In plaats van enkel naar economische schulden te benoemen zou je onder meer naar ecologische schulden moeten kijken.”

Verder vond Thieme de lezing van de huidige premier vooral „ongeloofwaardig”. „Rutte moest in de lezing het verhaal van VVD en de PvdA verwoorden, maar dat is een synergie tussen water en vuur, waardoor de inhoud hol was. Ik las in een tweet dat het deed denken aan een ober die de gast in zijn restaurant vraagt of het eten heeft gesmaakt en vervolgens het antwoord krijgt dat het gerecht er mooi uitzag.”

Toch kan een minister-president van een coalitiekabinet volgens Thieme wel degelijk een goede visie uiten. „Maar alleen als die premier in een regering zit met een coalitiepartner waar hij een geestverwantschap mee heeft.”