De VN vechten nu ook mee in O-Congo

De VN-missie MONUSCO faalt bij het beschermen van burgers in Oost-Congo. Biedt een nieuwe VN-vechtbrigade uitkomst?

Door onze redacteur Toon Beemsterboer

Er hing zaterdag een enigszins uitgelaten sfeer in Goma, het hulp- en handelscentrum van Oost-Congo. Dronken militairen met zonnebrillen reden in pick-up trucks heen en weer over de paar kilometer asfaltweg die de stad rijk is. Jongens op boda-boda’s, zoals de alomtegenwoordige brommertaxi’s heten, staken hun duim op naar voertuigen van de VN-vredesmacht MONUSCO. Dat zegt veel in een stad waar de VN meer gehaat dan geliefd zijn. In kroegen werd tot diep in de nacht gedanst en gedronken. Ondanks de avondklok liepen er nog laat beschonken mensen op straat.

Aanleiding voor het feestgedruis was de overwinning op de rebellenbeweging M23. Na weken van zware gevechten wist het Congolese leger de rebellen te verdrijven van een strategische heuvel ten noorden van Goma. De doorbraak was te danken aan de inzet van een nieuwe interventiebrigade van de VN, die het expliciete mandaat heeft gewapende groepen aan te vallen. Gevechtshelikopters van de VN schoten ruim 250 raketten af op posities van M23. Zuid-Afrikaanse sluipschutters doodden zes rebellen.

Het is de eerste keer dat de interventiebrigade heeft gevochten. Sinds de Veiligheidsraad in maart de brigade in het leven riep, zijn de verwachtingen hooggespannen. Veel Congolezen hopen dat de brigade een eind zal maken aan de machteloosheid van MONUSCO. Maar naarmate de inzet langer op zich liet wachten, werd de sfeer in de stad grimmiger. De bom barstte twee weken geleden, toen zes burgers in Goma omkwamen bij beschietingen van M23. Woedende Congolezen trokken met het lijk van een 14-jarig meisje naar de basis van MONUSCO om te eisen dat de brigade ging vechten. Volgens ooggetuigen schoten VN-militairen twee betogers dood.

De woede komt niet uit de lucht vallen. De 17.700 man sterke VN-vredesmacht, de grootste ter wereld met een jaarbegroting van 1,5 miljard dollar, heeft de afgelopen veertien jaar de burgerbevolking nauwelijks weten te beschermen. De blauwhelmen keken eind vorig jaar werkeloos toe toen M23 met steun van buurland Rwanda Goma innam. Dit gezichtsverlies vormde de aanleiding voor de vorming van de brigade. Onder leiding van de Braziliaanse generaal Carlos Alberto Dos Santos Cruz zullen 3.000 militairen uit Zuid-Afrika, Tanzania en Malawi „op een robuuste, zeer mobiele en veelzijdige wijze” offensieve operaties uitvoeren. Een noviteit in de vredeshandhaving van de VN. De brigade kan beschikken over gevechtshelikopters, pantservoertuigen en zware wapens, en blijft onderdeel van MONUSCO.

De verandering van een neutrale missie die strijdende partijen uit elkaar moet houden naar troepenmacht die vecht aan de zijde van het Congolese leger, is zeer riskant. De vrees bestaat dat door de inzet van de brigade het conflict juist zal oplaaien en het aantal ontheemden zal toenemen. Nu al leven 950.000 mensen in de provincie Noord-Kivu onder erbarmelijke omstandigheden in vluchtelingenkampen – een zesde deel van de bevolking.

„Het werd tijd dat de interventiebrigade aan het werk ging”, zegt Wolf Sinzahera, de leider van een organisatie van Hutu-jongeren, die vorige week meeliep in de betoging tegen MONUSCO. Hij is enorm teleurgesteld in de vredesmissie. In 2008 schoten rebellen hem in zijn been – hij trekt zijn broek op en toont een fors litteken – omdat hij weigerde strijders te ronselen. Militairen van MONUSCO waren in de buurt, maar grepen niet in. „Ze weigerden me zelfs naar het ziekenhuis te brengen”, zegt hij geagiteerd. „Die blauwhelmen zijn luie toeristen, ze komen hier alleen om zich te vermaken. Als de nieuwe interventiebrigade geen verbetering brengt in de situatie, dan sluit ik me zelf aan bij een militie. Ik moet me toch verdedigen.”

Zwembad

Een groepje Uruguayaanse VN-militairen hangt rond bij het zwembad van het luxueuze Hotel Ihusi, met prachtig uitzicht over het Kivumeer. Buiten de weelderige hoteltuin biedt Goma een vervallen aanblik na jaren van verwaarlozing en oorlog. De sporen van de vulkaanuitbarsting van 2002 zijn nog op veel plekken te zien. De wegen zijn van gestold lava, met hier en daar een pleister asfalt. Grote brokken lava en bergen as liggen in de berm. De brommertaxi’s en terreinwagens van hulporganisaties stuiteren over de rotsen en gaten.

De Uruguayanen gebruiken hun vrije dag om te zwemmen en bier te drinken. Even weg uit de naargeestige sfeer van hun basis in Pinga, de afgelegen junglestad waar de beruchte militieleider Ntabo Ntaberi Sheka de scepter zwaait. Pal naast de basis van MONUSCO ligt het kamp van Mai Mai Sheka, een van de circa dertig strijdgroepen in Oost-Congo. Leden van de militie worden gezocht voor moord, ontvoering en seksueel geweld, zoals de massaverkrachting van 387 burgers in de regio Walikale in 2010. De Uruguayanen vertellen dat Sheka een psychopaat is die de afgehakte hoofden van zijn tegenstanders op houten staken spiest.

De situatie in Pinga, een knooppunt in de smokkel van grondstoffen, is tekenend voor het falen van MONUSCO. De stad is het afgelopen jaar acht keer in handen gekomen van een andere militie. Volgens hulporganisaties is de humanitaire situatie er dramatisch. „De blauwhelmen keken in mei werkloos toe hoe terwijl burgers werden afgeslacht”, zegt Ruben Mohima, een mensenrechtenactivist uit Pinga. „Mensen probeerden zich in veiligheid te brengen op de basis van MONUSCO, maar mochten niet naar binnen. Twee mensen werden voor de poort doodgeschoten. Drie overleden binnen de muren, waar de militairen zich hadden verschanst in ‘schuilkelders’: gaten in de grond. De inwoners van Pinga zien MONUSCO het liefst vertrekken.”

Hoe kan de grootste vredesmissie ter wereld zo openlijk falen bij de uitvoering van haar mandaat?

Het antwoord ligt besloten in de bureaucratie van de VN. Twintig landen hebben troepen geleverd voor MONUSCO, en elk contingent heeft specifieke orders van zijn regering. Er is een gebrek aan coördinatie en de kwaliteit van de manschappen verschilt enorm. Zo staat Uruguay bekend als één van de krachtdadigste landen van de missie. Maar eerder waren in Pinga Indiase militairen gestationeerd met sterk verouderd materieel. De Indiase VN-ers kwamen nauwelijks van hun basis af en zouden zelfs met de mannen van Sheka een potje voetbal hebben gespeeld.

Daarbij legt elk land het mandaat van de missie anders uit, waardoor niet duidelijk is in welke situatie de blauwhelmen geweld mogen gebruiken. Als het gevaarlijk wordt zeggen bevelhebbers al snel: we kunnen nu niet ingrijpen, dat is geen onderdeel van ons mandaat. Sommige landen lijken vooral geïnteresseerd in de vergoeding die ze van de VN krijgen, en mijden risico’s.

De nieuwe brigade moet hierin verandering brengen, maar dankzij logistieke problemen is die nog steeds niet op sterkte. „Commandant Dos Santos maakt zich zorgen over de troepen waarmee hij de klus moet klaren”, zegt een medewerker van MONUSCO in Goma die anoniem wil blijven. „Wanneer hebben militairen uit Tanzania, Zuid-Afrika en Malawi voor het laatst echt gevochten? En vechten tegen milities is iets anders dan de conventionele strijd tegen M23 van de afgelopen weken. Er is geen front, strijders zijn niet te herkennen en kennen de jungle als hun broekzak.”

Hulporganisaties zijn bang dat de brigade hun neutraliteit in gevaar brengt. Artsen zonder Grenzen heeft al gezegd geen blauwhelmen meer in de buurt van hun medische posten te willen, uit angst ze worden aangevallen. „Neutraliteit is onze bescherming. Straks zien veel Congolezen geen verschil meer tussen de VN en ons”, zegt een medewerker van Artsen zonder Grenzen in Goma. „Ze zien alleen een mzungu (blanke) in een witte SUV.”

Vredesakkoord

De interventiebrigade is onderdeel van een vredesakkoord voor Oost-Congo, dat in februari onder auspiciën van de VN is ondertekend door elf landen in het Grote Merengebied. De strategie is om de ruim dertig milities en rebellengroepen te verjagen, de overheid te assisteren bij de opbouw van staatsinstellingen en een einde te maken aan de inmenging van buurlanden, zoals Rwanda. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon stelde in mei 1 miljard dollar in het verschiet als buurlanden geen rebellengroepen op elkaars grondgebied steunen. Het is de meest ambitieuze poging in jaren om Oost-Congo te stabiliseren.

Als de interventiebrigade een militie heeft verjaagd, moet het Congolese leger het veroverde gebied binnentrekken om het te behouden. „Maar het leger is een verzameling bandieten”, zegt de medewerker van MONUSCO. „Dat we met hen optrekken is een groot probleem. Het leger zou eigenlijk hervormd moeten worden, maar daar wil president Kabila niet aan.” Daarom wordt in Kisangani momenteel een speciale legereenheid getraind die bestaat uit zorgvuldig selecteerde militairen. Er is echter grote twijfel of die in staat zal zijn om de veroverde gebieden vast te houden.

En op welke gewapende groepen moet de brigade zich richten? Uitschakeling van M23 – de sterkste groep dankzij steun van Rwanda – heeft prioriteit. „Maar als de brigade niet achter de FDLR aan gaat, wordt er niets opgelost”, zegt Fidel Bafilemba van het Enough Project, dat zich bezighoudt met oorlogsmisdaden in Congo. „Dan blijft Rwanda de groep als voorwendsel gebruiken om Oost-Congo binnen te vallen.” De FDLR is opgericht door extremistische Hutu’s die verantwoordelijk waren voor de genocide in Rwanda. Daarna vluchtten zij naar Oost-Congo. Het Tutsi-bewind in Rwanda ziet de FDLR nog steeds als bedreiging en is herhaaldelijk Congo binnengevallen op jacht naar de groep, terwijl het ondertussen grondstoffen roofde.

Vorige week dreigde Rwanda opnieuw Congo binnen te vallen. Tijdens de gevechten landden er mortieren op Rwandees grondgebied, waarbij een dode viel. Rwanda beschuldigt het Congolese leger van de aanval. Dat zegt op zijn beurt dat M23 verantwoordelijk was, om Rwanda een voorwendsel te geven om in te grijpen. Rwanda heeft de afgelopen dagen tanks, artillerie en militairen naar de grens gestuurd.

Een Rwandese interventie zou MONUSCO met een enorm probleem opzadelen. De afgelopen dagen is er achter de schermen zware internationale druk op Rwanda uitgeoefend om zich buiten het conflict te houden. Vorig jaar hebben enkele donorlanden hun hulp aan Rwanda opgeschort vanwege zijn steun aan M23. Dat heeft flink pijn gedaan. Maar Rwanda is een diep getraumatiseerd land dat zich in het verleden nauwelijks iets aantrok van de buitenwereld.

De VN hopen de militaire doorbraak van afgelopen weekeinde te gebruiken om het vastgelopen vredesproces vlot te trekken. Morgen is er spoedoverleg in Kampala. „Een militaire zege zoals deze is een kans voor een politieke oplossing”, zei Mary Robinson, speciaal gezant van de VN voor het Grote Merengebied, maandag in Goma. Maar Congolese burgergroepen reageerden volgens aanwezigen agressief. Ze waren niet geïnteresseerd in een dialoog, maar wilden van de gelegenheid gebruik maken om Rwanda een lesje te leren.

Ook Rwanda lijkt weinig te voelen voor vredesbesprekingen. De Rwandese minister van Buitenlandse Zaken zei vorige week: „Als een diplomatieke oplossing betekent dat Rwanda met de armen over elkaar wacht tot zijn territorium wordt gebombardeerd en zijn mensen worden vermoord, dan is diplomatie zeker van tafel.”