De helpers van de Vluchtflat zijn moe

Na de overheid keren nu ook de hulpverleners de uitgeprocedeerde asielzoekers van de Vluchtflat de rug toe. De vrijwilligers hebben ruzie, zijn gedemoraliseerd, teleurgesteld en moe.

Uitgeprocedeerde asielzoekers hebben zich demonstratief gevestigd in een gekraakt kantoorpand in de Jan Tooropstraat in Amsterdam-West. Deze Vluchtflat is het vierde onderkomen van de groep in het jaar dat ze onder het motto ‘wij zijn hier’ demonstreren tegen het Nederlandse asielbeleid. Foto’s Olivier Middendorp

Nourdeen Wildeman van de samenwerkende islamitische organisaties komt er niet meer. Karel Smouter van de christelijke steungroep ook niet. Activist Jo van der Spek is er nog af en toe. De krakers helpen zeker weer als er een nieuw pand gekraakt moet worden.

Het is vandaag een jaar geleden dat een groep uitgeprocedeerde asielzoekers in de tuin van de Diaconie van de protestantse kerk in Amsterdam een zeil spande en daar demonstratief onder ging bivakkeren. Ze maakten zichzelf zichtbaar onder het motto: we are here. Het doel: het regeringsbeleid zodanig veranderen dat uitgeprocedeerde, maar niet uit te zetten asielzoekers een normal life kunnen opbouwen in Nederland.

Ze begonnen met vijftien, voornamelijk Afrikanen, meest jonge mannen. Van de tuin van de Diaconie gingen ze naar een tentenkamp. Van daar naar een gekraakte kerk. En in juni naar een kantoorpand, de Vluchtflat. Bij elke stap werden ze, intussen uitgegroeid tot een groep van zo’n 200 mensen, geholpen door buren, activisten, barmhartigen. Wie de flat nu bezoekt waant zich in een uitgewoond studentenhotel. Beveiligers bij de ingang noteren de namen van bezoekers. Leger des Heils en HVO-Querido leveren, zoals een woordvoerder het formuleert, „de meest basale humanitaire hulp”. Voedsel, sanitair.

Maar wat het meest opvalt: er lopen in de Vluchtflat veel minder blanken rond dan voorheen. Waar zijn ze gebleven? De brede coalitie van hulptroepen, die legertenten opzetten aan de Notweg? Die schouder aan schouder kamertjes bouwden in de Vluchtkerk? Die in december nog een bruisend kerstfeest vierden waar Anouk zong en Arie Boomsma sprak?

Ze zijn moe, gedemoraliseerd en uit elkaar gedreven door achterdocht en verschillen in opvatting over wat de groep nodig had: steun bij politieke acties of noodhulp.

Koffieblik

Voor Nourdeen Wildeman van de samenwerkende islamitische organisaties bestond geen twijfel over wat voorrang had toen hij voor het eerst in het tentenkamp aan de Notweg kwam. Hij zag een groep Afrikanen die onder Afrikaanse omstandigheden leefden, midden in Amsterdam. In een tent lagen voedsel, kleren en speelgoed op een grote hoop. De bewoners poepten in een gigantisch koffieblik. „Prioriteit nummer 1: zorgen dat mensen niet ziek worden.”

Hij trommelde mensen op via Facebook om een goed gestructureerd kamp op te zetten: met waterdichte legertenten, stellingkasten met mobiele wc’tjes. Voor hem was het helder: „Wij gaan op geen enkele manier humanitaire hulp vermengen met de actie van de asielzoekers.”

Dat was al ingewikkeld genoeg, door de cultuurverschillen en de immense achterdocht van de Afrikaanse mannen. Altijd weer die vraag: waar is het geld gebleven dat voor de zaak van de asielzoekers was ingezameld?

Karel Smouter die door de Diaconie naar voren was geschoven als coördinator van de ‘steungroep’, heeft dezelfde ervaring. In de Vluchtkerk werd een financieel overzicht gemaakt. „Toen kregen de activisten het verwijt dat ze geld voor zichzelf hielden. ‘Wacht maar’, zeiden de activisten toen tegen ons, ‘dat verwijt gaan ze jullie op zeker moment ook maken.’ En dat was ook zo.”

‘De activisten’, zo noemt Smouter degenen die niet met een humanitair oogpunt kwamen helpen, maar die ze in ellenlange vergaderingen hielpen hun politieke doelen aan te scherpen. Het verschil in benadering door de hulpverleners loopt als een rode draad door het afgelopen jaar. En hoewel er nog altijd respect is voor elkaars inzet en de vastberadenheid van de asielzoekers, zijn ze ook teleurgesteld.

24-uursdiensten

Het begon al bij de ontruiming van het tentenkamp aan de Notweg op 30 november. „Die nacht”, zegt Nourdeen Wildeman, „waren er ineens hordes gitaarspelende jongens en meisjes op het kamp die ik die twee maanden nooit had gezien.” De politie kwam te staan tegenover een groep jongeren die zich aan het hek en aan elkaar vastklemden om ontruiming te voorkomen. Ze waren afgekomen op oproepen van de kraakbeweging, de Internationale Socialisten en de anarchisten van No Border. „Die groepen komen alleen als er kans is op een confrontatie met de politie”, zegt Karel Smouter van de Diaconie.

Met de hulp van krakers werd de groep ondergebracht in een leegstaande kerk. Hulptroepen uit alle hoeken van de samenleving draaiden 24-uursdiensten. De verbouwing van de kale kerk ging in een roes, zeggen degenen die erbij waren. Krakers, een predikant uit Woerden, een filmmaker uit Amsterdam gingen gebroederlijk aan de slag. Maar al snel vonden de activisten: de christenen hadden het voor het zeggen. Zij zetten de comités op, zij stonden bij de deur waar bezoekers zich moesten melden, zij zamelden tienduizenden euro's in. De activisten zagen het met lede ogen aan. Eenling Jo van der Spek, die als kraker JoJo naam maakte in de roerige jaren zeventig, vond dat de steungroep „op paternalistische wijze de asielzoekers alles uit handen nam wat ze voordien zelf hadden gedaan”. Karel Smouter erkent dat de zelfredzame groep asielzoekers die hij aantrof, in de loop der maanden steeds afhankelijker werd van de steungroep.

Cynisch

Van zijn kant verwijt hij de activisten cynisme. „Ze vonden dat wij te goed voor de asielzoekers zorgden. Ze zagen er volgens hen te weldoorvoed uit. Er moesten beelden zijn van graatmagere Afrikanen.”

Hadden de activisten liever gezien dat er een asielzoeker was doodgevroren in de winter? „Euhm”, aarzelt Jo van der Spek. „Er zijn mensen die daarvoor wilden kiezen.” Onder de asielzoekers waren er activisten die het „etaleren van ellende” propageerden. Als er in het afgelopen jaar iets goed gelukt is, dan wel dit: een verandering in het politieke bewustzijn, zegt Ewout van de Internationale Socialisten. Hij schrijft dat succes toe aan de inspirerende kracht van de asielzoekers en de brede, diverse coalitie die hen steunde.

Ondanks de meningsverschillen denken de vrijwilligers allemaal met een zekere weemoed aan de tijd dat een christelijke klusser, een moslim en een anarchistische kraker samen een deurtje stonden te schuren.

De Diaconie is uitgestapt toen de groep in juni de Vluchtkerk verliet. Karel Smouter: „We zouden het alleen doen voor één winter. Noodopvang. Op verzoek van burgemeester Van der Laan is dat al verschoven naar de zomer.” Hij zegt erbij dat ze gedemoraliseerd raakten door de verdachtmakingen van sommige activisten. „Ze gingen tegen de asielzoekers zeggen dat wij de IND hielpen.”

De Internationale Socialisten (in Amsterdam vijftig man sterk) hebben hun energie nodig voor een manifestatie tegen de bezuinigingen in september. „Qua energie raakt het op na een jaar”, zegt Jo van der Spek. „Misschien is het wel een zwakte van mijn generatie”, zegt Smouter, „dat we vooral kortlopende commitments aangaan.”