China slaagt in Afrika waar Europa faalde

Ghana is geen vanzelfsprekende vakantiebestemming, maar een bezoek aan vrienden was reden genoeg om het land eens te verkennen. Vooral omdat Ghana tegenwoordig geldt als West-Afrika’s showcase.

Nog maar tien jaar geleden leek alles daar te mislukken. Negatieve groei, voortgaande verarming, een oprukkende woestijn en aids ontnamen de regio ieder perspectief. Die tijd is voorbij. Ghana groeit met zes procent per jaar, een soort China op postzegelformaat.

Chinezen spelen niet voor niets een belangrijke rol in het succes. Ze bouwen wegen en trekken kabels, en gaan er intussen met Ghana’s bodemschatten vandoor. Europa kijkt verwonderd, of beter: geërgerd toe. China heeft in amper een decennium meer bereikt dan Europa met tientallen jaren ontwikkelingshulp.

Onze vakantie riep herinneringen op aan een eerdere reis, toen naar Franstalig West-Afrika, vijfentwintig jaar geleden: roadblocks op alle doorgaande wegen, hemeltergende bureaucratie en een paspoort als museumstuk, van kaft tot kaft gevuld met stempels en handtekeningen.

Reizen in Ghana gaat nu makkelijker dan toen. De wegen zijn beter, de politie gedraagt zich netjes en er zijn zelfs verkeerslichten.

Ook op andere terreinen zijn de sporen van groei zichtbaar: er is genoeg te eten, schoon drinkwater is voor iedereen te koop in kleine plastic zakjes, en Ghanezen zijn uitstekend gekleed. Maar deze resultaten kunnen de fragiliteit van de vooruitgang niet verhullen. Waar China het vooral moet hebben van Made in China, daar teert Ghana nog steeds op cacao en goud, en straks gas en olie.

Het land heeft nauwelijks eigen industrie. Een Chinese stad is oneindig veel beter georganiseerd dan Accra. Een paar goede verkeerskundigen zouden er wonderen doen. De kwetsbaarheid van de groei werd voor ons onverwacht zichtbaar. Eind 2012 zijn er presidentsverkiezingen geweest, die door buitenlandse waarnemers unaniem waren geprezen: ordelijk, zonder geweld en geen aanwijzingen voor fraude.

Dat alles heeft de verliezende NDP er niet van weerhouden de uitslag aan te vechten. Het Ghanese gerechtshof nam maanden de tijd, een mediaspektakel. Naarmate de uitspraak naderde, liepen spanningen op.Enkele lagere partijgoden deden uitspraken die zo ernstig waren dat ze veroordeeld werden. Sommigen voorspelden een burgeroorlog. Donderdag oordeelde het hof dat de verkiezingsuitslag overeind blijft. De NDP-leider heeft zich daar gelukkig bij neergelegd. Toch is intussen schade aan democratie en economie aangericht. Investeerders houden niet van politieke onzekerheid.

Mijn bezoek doordrong me van het belang van onderwijs. Als het op afdingen aankomt, ben ik in Accra een beginner. Maar als er moet worden afgerekend, maak ik mijn verlies met gemak goed. Zodra berekeningen ingewikkelder worden, raken opgeleide Ghanezen de draad kwijt. Hetzelfde geldt voor kaartlezen. Wij zijn daarin getraind. In Ghana ontbreekt die vaardigheid. De plattegrond wordt beschouwd als een mooi plaatje, niemand ziet enige relatie met de omgeving. Dat zijn enorme beperkingen als je wilt verplaatsen.

In een vissersdorpje aan de Atlantische kust liepen we een tienjarige jongen tegen het lijf, gekleed in slippers en een onderbroek. De boodschap zat in het elastiek: Barack Obama, Barack Obama. Later kwamen we een meisje tegen. Zij was een Obama-girl, zo liet haar T-shirt weten. Of de groei in Ghana aanhoudt of dat het een tijdelijke onderbreking is van politieke onrust en lage welvaart? Wie zal het zeggen. Maar de verkiezing van een zwarte als president van Amerika, dat is in Ghana niemand ontgaan.

Coen Teulings (1958) is hoogleraar economie aan de UvA en oud-directeur van het Centraal Planbureau.