Alleen de catalogus van de expositie weegt al 6,5 kilo

In een uitgebreide expositie in Paderborn is te zien hoe Europa aan de Bijbel ging Met een handschrift dat misschien van Bonifatius was

Zonneschijf, Limons, 7e/8e eeuw. Foto Bibliotheque Nationale – Cabinet des Medailles, Paris.

Redacteur cultuur

Wie denkt dat de islam louter met geweld verbreid is, en het christendom louter met overredingskracht, moet vooral naar een indrukwekkende tentoonstelling in het Duitse Paderborn over de kerstening van Europa.

Aanleiding is de 1700ste verjaardag van het Edict van Milaan, waarmee in 313 in het Romeinse Rijk vrijheid van godsdienst werd ingevoerd. Maar veel van de rond 800 tentoongestelde voorwerpen in Paderborn zijn zelfs nog ouder. Zoals een fragment op papyrus van Paulus’ achtste brief aan de Romeinen, gedateerd eind tweede eeuw, met de beroemde zin ‘Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?’

Of standbeelden van Griekse goden, die door het beitelen van een kruisje op het voorhoofd voor christelijk gebruik geschikt waren gemaakt.

Het is ongelofelijk wat er voor deze over drie musea in de stad verspreide expositie allemaal bijeen is gebracht – vaak nog niet getoond buiten de plaats van herkomst, of een recente archeologische vondst. Je valt in de ene verbazing in de andere, vooral bij materiaal uit de vroege Middeleeuwen, normaal geen tijdvak waarvan je veel nog kunt zien: een geïllustreerd handschrift uit de achtste eeuw dat het Cadmug-evangelie wordt genoemd en misschien nog van de in 754 bij Dokkum vermoorde prediker Bonifatius is geweest, een met christelijke symbolen versierde Hongaarse gouden schaal uit de zevende of achtste eeuw.

In hun dubbelzinnigheid fascinerend zijn bewijzen dat bekeerlingen nog oude goden aanhielden, voor de zekerheid. Zo is er een in 2000 bij Riga gevonden, grote, stenen kop. Spectaculair zijn twee gouden kruisjes uit de zesde eeuw die in een vorstengraf in Prittlewel (Essex) zijn aangetroffen – één op elk oog van de overledene, met allerlei heidense offeranden voor de tocht naar het dodenrijk.

De expositie valt in drie delen uiteen. Lux Mundi, de grootste, lijdt enigszins aan zijn eigen overdaad: er wordt veel verteld, over de ontwikkeling van het Christendom in het Romeinse Rijk, de kerstening van de Franken in de vijfde eeuw, de kerstening van Ierland en van daaruit de Britse eilanden, van IJsland – te veel om op te noemen.

Het spannendst is deel twee, In hoc signo, waar het encyclopedisch overzicht plaatsmaakt voor een meer gestructureerd verhaal: hoe onder de Frankische koning Karel de Grote (747-814) met geweld de Saksen werden bekeerd, als bijproduct van staatkundige expansie. Karel had daarover in de stad Paderborn afspraken gemaakt met de paus van het moment, dus we zijn op de goede plek. De decennia durende strijd zou de laatste gewelddadige kerstening niet zijn: ook in Hongarije en in de Baltische gebieden ging het met harde hand.

Het derde deel, Quo vadis?, gaat over latere visies op de kerstening van Europa. Bij de wording van het Duitse nationalisme en de Duitse eenheidsstaat in de negentiende eeuw werd de kerstening op heel verschillende manieren als ideologisch argument gebruikt. De Saksische hertog Widukind (743-807) wordt als voorname tegenstander van Karel de Grote dan een bewijs van de vrijheidszin van het proto-Duitse volk. En het optreden van de Duitse orde van kruisridders, die in de dertiende eeuw haar aandachtsgebied geleidelijk verlegde naar de kerstening en overheersing van onder andere Pruisen en de Baltische gebieden, was een voorbeeld van ‘expansieve civilisatie’ dat negentiende-eeuwse nationalisten en nazi’s aansprak.

Ongekend veelzijdig en goed gedocumenteerd is Credo – de catalogus alleen al weegt 6,5 kilo. Toch blijft de seculiere bezoeker, die niet veel kan aanvangen met verklaringen als ‘Gods genade’ of ‘voorzienigheid’, achter met vragen: hoe is het mogelijk dat een kleine, joodse sekte in Galilea heeft kunnen uitgroeien tot de religie van heel Europa? En zouden er over duizend jaar exposities worden georganiseerd over de in de twintigste eeuw begonnen ontkerstening van Europa?