Ze zijn tegen waar hij voor is, of willen geen nieuwe oorlog

Door steun te zoeken bij het Amerikaanse Congres neemt president Obama een groot risico Maar als het Congres hem geeft wat hij vraagt, staan president en land er sterker voor

redacteur internationale betrekkingen

President Obama heeft de inzet van de politieke krachtmeting over Syrië drastisch verhoogd, met zijn verrassende besluit om instemming van het Congres te vragen met een militaire interventie. De aanval, die al voor afgelopen weekeinde werd verwacht, is daarmee uitgesteld.

Weigert het Congres de president te steunen in zijn voornemen de Syrische regering te straffen voor het vermeende gebruik van gifgas, dan is dat niet alleen een pijnlijke nederlaag voor Obama zélf. Het Congres zou er ook de positie van Verenigde Staten in de wereld ernstig mee ondergraven. Een supermacht waarvan de president in zo’n belangrijke buitenlandse kwestie in de steek wordt gelaten door zijn volksvertegenwoordiging, zal in de wereld nog maar weinig gezag kunnen afdwingen.

Maar als het Congres zich over zijn ernstige bedenkingen heenzet, en Obama wél geeft waar hij om vraagt, dan staan zowel de president als zijn land er sterker voor. Dan blijkt dat de bitter verdeelde Amerikaanse politiek als het erop aankomt tóch nog in staat is de rijen te sluiten. Dat is niet alleen belangrijk voor de geloofwaardigheid van een Amerikaanse actie in Syrië, die hoe dan ook fel omstreden zal zijn in de wereld. Het maakt ook veel uit voor het politieke gewicht van Amerika in andere en toekomstige internationale crisissituaties.

Door zo veel op het spel te zetten, heeft Obama een enorm risico genomen. Want een groot deel van het Congres is hem al sinds zijn aantreden zó vijandig gezind dat het overal tegen is waar hij voor is. En een nog groter deel van het Congres voelt er helemaal niets voor weer bij een oorlog in het Midden-Oosten betrokken te raken.

In beide partijen bestaat grote vrees dat de strafexpeditie tegen het bewind van president Assad Amerika opnieuw in een langdurig conflict zal zuigen. En dat terwijl het bewijsmateriaal dat het Syrische leger werkelijk chemische wapens heeft gebruikt niet sluitend is.

Het effect van de beperkte aanval die Obama voor ogen heeft, is bovendien hoogst onzeker, de strategie voor beëindiging van de burgeroorlog is volstrekt onduidelijk, en de Amerikaanse publieke opinie spreekt zich in peilingen ondubbelzinnig tegen ingrijpen uit.

Maar na het Britse besluit niet deel te nemen aan een aanval op Syrië was Obama erg alleen komen te staan. Dat hij meer steun zocht, is niet alleen begrijpelijk, maar ook politiek slim. Hij heeft het Congres nu gedwongen medeverantwoordelijkheid te nemen voor zijn beslissing.

Daarmee heeft hij de leden van de Senaat en het Huis van Afgevaardigden in een lastig parket gebracht. Willen ze verantwoordelijk zijn voor het uitblijven van een Amerikaanse reactie op de vermeende gifgasaanval? Voor de aantasting van de Amerikaanse machtspositie in de wereld? En voor de indruk van zwakte die bijvoorbeeld bij Rusland, China en Iran zal ontstaan bij een Amerikaans terugkrabbelen, na de stoere taal waarmee Syrië vorig jaar nog bezworen werd geen chemische wapens te gebruiken?

Of stemmen ze wél in met een aanval, ondanks de bezwaren en twijfels bij henzelf en hun kiezers? Voor de Republikeinen zal het extra lastig zijn dat ze Obama daarmee helpen aan een overwinning, die ook zijn binnenlandse positie versterkt.