Ze krijgen ons niet zomaar weg

In de aanloop naar het WK voetbal en de Olympische Spelen ontruimt Rio de Janeiro zijn favela’s om plaats te maken voor luxe appartementen, wegen en landingsbanen. Maar de bewoners verzetten zich sterker dan vroeger.

Een man kijkt uit over de daken van de favela Rocinha in Rio. Foto Bloomberg

Voor de tweede keer in zijn zeventigjarige leven dreigt José Cantizano uit zijn huis te worden gezet. Een uitbreiding van het internationale vliegveld van Rio de Janeiro overlapt op de tekentafel precies zijn dorp. Maar Cantizano wil niet weg, net zo min als de rest van Tubiacanga, een gemeenschap van zo’n vijfduizend mensen op het gouverneurseiland in het noorden van de stad. „Die derde landingsbaan kunnen ze ook elders bouwen”, zegt Cantizano verbolgen, terwijl hij de uitbreidingsplannen doorbladert. „Tubiacanga bestaat al honderden jaren. Voor deze regering is geld belangrijker dan burgerrechten.”

Cantizano, strijdbaar en zeker van zijn zaak, laat het zich niet nog eens gebeuren. In 1982 zette het toenmalige dictatoriale militaire regime van Brazilië hem al zijn vorige huis uit. „Een militair kondigde de ontruiming een week van tevoren aan”, vertelt de magere man op een versleten rode ribbank in de kale voortuin van zijn huis. Een zilt briesje waait vanaf de nabij gelegen zee. „Exact zeven dagen later stond er een colonne verhuiswagens op de stoep. Het hele dorp moest leeg. Geen cent kregen we ter compensatie. Een nieuw huis bouwde ik uiteindelijk zelf.”

Zo bruusk handelt de Braziliaanse regering niet meer. Toch schatten mensenrechtenorganisaties en de Verenigde Naties dat de afgelopen jaren zeker tweehonderdduizend Brazilianen hetzelfde lot als Cantizano ondergingen – precieze cijfers ontbreken. Tienduizenden families werden en worden genadeloos hun huis uitgezet, vaak zonder een passende vergoeding of alternatieve huisvesting. In aanloop naar de grote sportevenementen die Rio de Janeiro organiseert, is het aantal uitzettingen in rap tempo toegenomen.

De stad heeft zich ambitieuze doelen gesteld om het sporters en bezoekers zo comfortabel mogelijk te maken op het WK voetbal 2014 en de Olympische Spelen van 2016: een snelbusverbinding, vier nieuwe snelwegen, een uitbreiding van het metronetwerk. Maar ook: vernieuwde sportfaciliteiten, stadions, nieuwe politieposten en een hightech controlecentrum.

„Het WK en de Olympische Spelen brengen een enorme privatiseringsgolf met zich mee”, verklaart Renato Cosentino, mensenrechtenactivist en spil van het ‘Volkscomité aangaande het WK en de Spelen’. Vaak krijgen gebieden die de overheid wil ontruimen een private bestemming, zoals luxe appartementen en hotels. Het Comité verzet zich in brede zin tegen deze ‘privatisering van de stad.’ Cosentino: „Het is grond waar mensen soms hun hele leven wonen. Zij moeten wijken voor bedrijven die vaak de campagnes van belangrijke politici financieren.”

Niet alleen inwoners van WK-speelsteden zijn de dupe. „Dit gebeurt in alle steden in Brazilië, en het gebeurt al jaren,” zegt Raquel Rolnik, speciale rapporteur voor de VN op het gebied van huisvesting, telefonisch vanuit haar woonplaats São Paulo. „Het is een gevolg van de economische dynamiek hier: grote investeringen in infrastructuur en stedelijke vernieuwing, allemaal gerelateerd aan de economische groei, zorgen dat men zich drukker maakt over vastgoed dan over mensenrechten.”

Veel van de mensen die worden gedwongen hun huis op te geven, wonen in favela’s of sloppenwijken, die nooit de formele status van woonwijk kregen, maar wel vaak al meer dan vijftig jaar bestaan. Aan de ene kant tolereerde de regering jarenlang het bestaan van deze informele nederzettingen, omdat de stemmen van de bewoners politiek van groot belang zijn. Maar formele status bleef uit. „Daardoor,” zegt Rolnik, „kan de regering toch zeggen: ze zijn illegaal. We gaan ze verwijderen.”

Brazilië doet graag mee op het wereldtoneel. De explosief gegroeide economie – die momenteel overigens flink hapert – heeft het land nieuw elan gegeven. Naar buiten toe houdt het land internationaal een imago op dat blinkt van democratische principes en rechtstatelijkheid. Maar als niemand kijkt worden burgerrechten op grote schaal geschonden. Pas recent komen Brazilianen daar tegen in opstand, getuige de massale demonstraties in juni. Het politieke bewustzijn en de bereidheid tot mobilisatie van Brazilianen nemen toe.

Neem Fabio Dutra Costa (37), een taxichauffeur uit een arme wijk. Samen met zijn buren wist hij een mediastorm te creëren in zijn strijd tegen uitzetting. Hij woont in Horto, een gemeenschap in een van de duurste wijken van Rio die op het terrein van de grote botanische tuin ligt. Van oudsher woonden medewerkers van de tuin daar. Op dit moment hebben 589, veelal arme families er een huis. „Om ons heen staan dure appartementen,” vertelt Costa. „Al vanaf 1985 doet de overheid zijn best om ons weg te krijgen. De grondprijs stijgt en wij leveren maar weinig geld op.”

De overheid jongleert met verschillende motivaties om huisuitzettingen te verantwoorden. In een favela die tegen een berg op ligt voerde het stadsbestuur recent aan dat het bovenste deel niet veilig meer is om te wonen. Cosentino van het Volkscomité: „Dat mag zo zijn, maar eerder vond de overheid dat nooit een probleem. Ze gebruiken dat argument alleen als het hun uitkomt. Er zijn genoeg onveilige plekken in de stad waar nooit iets aan gebeurt.”

Toch brachten de recente demonstraties van honderdduizenden ontevredenen in juni en juli kleine overwinningen op dit gebied. Voor een andere bedreigde gemeenschap vlakbij de plaats waar het Olympisch dorp zal verrijzen, Vila Autódromo, gaf de burgemeester van Rio de Janeiro, Eduardo Paes, vorige maand aan dat hij bereid is te praten over een alternatief voorstel. Een groep van universitaire onderzoekers, architecten en activisten toonde aan dat het de overheid meer geld oplevert als zij het gebied herontwikkelt en de bewoners er kunnen blijven dan als iedereen alternatieve huisvesting moet krijgen. Het is een overwinning voor de bewoners, maar of burgemeester Paes overstag gaat, is nog ongewis.

José Cantizano uit Tubiacanga voelt zich gesteund door deze ontwikkelingen. In een lokaal beroemd restaurant in zijn gemeenschap toost hij op het behoud van zijn huis en haard. Ook VN-rapporteur Raquel Rolnik heeft hoop. „De stemmen van de mensen in de gemeenschappen en de mensen op straat hebben geleid tot veranderingen.” Ze is gematigd positief. „Dit is het bewijs dat verandering mogelijk is.”