Column

Toen gifgas wel mocht

Amerika is niet altijd zo’n principieel tegenstander geweest van gebruik van chemische wapens als president Obama nu met Syrië doet voorkomen. Het leger van Saddam Hussein gebruikte in de oorlog tegen Iran (1980-1988) jarenlang mosterdgas en de zenuwgassen tabun en sarin om Iraanse offensieven af te slaan. In 1988 werd onder andere gifgas gebruikt in het Iraaks-Koerdische plaatsje Halabja, dat toen in Iraanse handen was. Herinnert u zich het nu weer – die foto van een Koerdische man en zijn peuter die op de vlucht door de dood waren achterhaald? Samen met ongeveer 5.000 anderen, merendeels burgers, niet op de foto.

In 1988 dreigde Iran op diverse punten aan het front door te breken en de oorlog te winnen. Een overwinning voor Iran (de mullahs van Khomeiny! op het toppunt van hun engheid!) was onacceptabel voor president Reagan.

Foreign Policy publiceerde vorige week CIA-documenten waaruit bleek dat de Amerikaanse regering niet alleen net als iedereen destijds wist dat de Iraakse militairen gifgas gebruikten. Uit het CIA-materiaal kwam bovendien naar voren dat Washington ondanks die wetenschap Saddam Hussein actief steunde, onder andere met informatie over de posities en bewegingen van de Iraanse troepen.

Diverse westerse landen leverden deskundigheid en grondstoffen voor de Iraakse productie van gifgas, met name Nederland en Duitsland. De Nederlander Van Anraat werd in 2005 tot 15 jaar celstraf veroordeeld wegens het leveren van grondstoffen voor chemische wapens aan Irak. Ook Amerikaanse bedrijven waren erbij betrokken, daartoe in staat gesteld door de verwijdering van Irak van de Amerikaanse lijst van landen die terrorisme sponsoren. Interessant, zo zal ik het maar noemen, was dat de Amerikaanse regering Iran beschuldigde van het gebruik van chemische wapens.

Wat wil ik hier nu mee zeggen? Simpel: dat je als tiran, hoe tiranniek ook, best chemische wapens mag gebruiken als dat maar een westers strategisch belang dient. En de Syrische president Bashar al-Assad dient geen enkel westers belang. Integendeel, het Westen wil hem graag een dreun geven en als het ware in één klap ook zijn foute Iraanse vrienden een lesje leren. Maar die dreun mag ook weer niet te hard zijn. Assad mag immers niet vallen zolang er geen opvolger beschikbaar is die bereid is die westerse belangen te dienen. Daar zijn de Amerikanen dan ook weer heel openhartig over.

Om misverstanden te voorkomen: ik vind niet dat Assad maar zijn gang moet kunnen gaan met massavernietigingswapens. Maar ik vraag me wel af waarom hij in de ogen van westerse regeringsleiders nu pas zo schandelijk is geworden dat hij een aanval verdient. Waren al die slachtpartijen en Scudraket-, tank- en luchtaanvallen op woongebieden en meer dan 100.000 doden (oké, minus de doden waarvoor de oppositie verantwoordelijk is) niet schandelijk genoeg?

Carolien Roelants is medewerker Midden-Oosten van nrc.next en NRC Handelsblad. Zij schrijft elke dinsdag over buitenlandse kwesties.