Syrië is onze zaak niet, laat Arabische Liga reageren

Besef dat westerse actie tegen het regime-Assad allerlei samenzweringstheorieën in het Midden-Oosten voedt. Schouders ophalen over die absurde aantijgingen komt ons duur te staan, waarschuwt Maurits Berger.

De besluitvorming over militair ingrijpen in Syrië wordt gedomineerd door politieke, internationaalrechtelijke en militaire overwegingen. Maar in die stroom aan rationele argumenten zien we het belangrijkste aspect over het hoofd, namelijk het anti-westerse sentiment in het Midden-Oosten. Dat zal oplaaien bij iedere westerse actie, en wordt al sinds de Syrische opstand van 2011 gevoed. Het Assad-regime deed toen voorkomen dat het Westen daarachter zit.

Vooral de recente ontwikkelingen in Egypte hebben de anti-westerse gevoelens een nieuwe impuls gegeven. Sinds deze zomer gonst Egypte van samenzweringstheorieën waarin het westen samen met de Moslimbroeders (en in sommige versies ook samen met Israël) een omverwerping van de Egyptische staat beoogt.

Amerikanen zijn doorgaans het doelwit. President Obama, in 2010 nog toegejuicht tijdens zijn speech in Kairo, wordt ervan beschuldigd de Moslimbroeders in het zadel te willen houden. Hij is er zelf één, klinkt het.

Zelfs gerenommeerde media in Egypte zwelgen in complotten. De bestverkochte dagkrant Al-Masry al-Yawm publiceerde een document dat opgesteld zou zijn door hooggeplaatste veiligheidsmensen van de NATO, Amerika, Israël, Engeland, Frankrijk en Duitsland tijdens een geheime bijeenkomst op een Amerikaanse basis in het Duitse stadje Darmstadt. Het document – toevallig in het Arabisch (!) – bevatte plannen om de Egyptische regering omver te werpen, de Egyptische economie te laten crashen en de toevloed van de Nijl te stoppen middels een dam in Ethiopië.

De Egyptische kwaliteitskrant Al Ahram ging een stapje verder door te berichten over de ‘ontdekking’ van een complot tussen de Amerikaanse ambassadeur in Egypte en de leider van de Moslimbroederschap om ‘verdeeldheid te zaaien in Egypte’, ondermeer door driehonderd gewapende strijders uit Gaza het land in te halen. Samenzweringstheorieën zijn in het Midden-Oosten al jarenlang aan de orde van de dag, met name omdat er altijd een gebrek aan informatie was en de belemmering voor journalisten om onderzoek te plegen. Maar nu steken ze opnieuw de kop op met een ongeëvenaarde heftigheid.

De plotselinge herleving van deze samenzweringstheorieën is overigens goed verklaarbaar. Sinds twee jaar staan de samenlevingen in Egypte en Syrië onder enorme spanning, en er is een algemeen gedeeld gevoel van machteloosheid en naderend onheil. Niets is dan makkelijker om te wijzen naar buitenlandse krachten aan wie de schuld gegeven kan worden.

De rode draad in alle verhalen is dat het Westen in het algemeen, en Amerika in het bijzonder, gemene zaak hebben gemaakt met de Moslimbroederschap. De veroordelende reactie van het westen over het afzetten van Morsi en het bloedige neerslaan van de pro-Morsi betogingen voeden dit wantrouwen.

Het Westen zou over deze absurde aantijgingen de schouders kunnen ophalen om zich te concentreren op dringende kwesties. Maar dat is een misrekening: voor Egyptenaren, en veel Arabieren, is de werkelijkheid dat zij worden bedreigd door het Westen. Iedere actie van het Westen in Egypte, Syrië of welk Arabisch land zal in dat licht worden bezien.

Het groeiend anti-westers sentiment in het Midden-Oosten moet dus wel degelijk meegewogen worden in acties tegen Syrië. De morele en principiële overwegingen aan westerse zijde zullen, wanneer zij leiden tot militair ingrijpen, worden uitgelegd als camouflage voor het werkelijke doel: ondermijning van het Midden-Oosten. Het resultaat van ingrijpen zal dus geen applaus of bloemen zijn, maar een uitbreiding van de rangen van jihadisten met seculiere strijders die hun land willen ‘verdedigen’ tegen het Westen.

De Arabische wereld is boos op Assad, Morsi, Amerika, het westen, maar doet zelf niets. De Arabische Liga heeft opnieuw een brevet van onvermogen afgegeven door afgelopen weekeinde niet te beslissen tot actie tegen Syrië, maar de Verenigde Naties op te roepen tot ingrijpen.

Het Westen zou zich niet het hoofd moeten breken over wat te doen aan de Syrische situatie, maar het probleem moeten terugleggen waar het hoort: de Arabische wereld, en in het bijzonder de Arabische Liga. Want vingers wijzen naar het Westen is wel een heel makkelijke uitweg.