Stichting KPN heeft tijdelijk de macht

Nederland staat van oudsher voor vrijhandel en zo min mogelijk belemmeringen bij grensoverschrijdende investeringen. Het overnamebod van het Mexicaanse telefoonbedrijf América Móvil op zijn kleinere branchegenoot KPN in Den Haag staat wat dat betreft in een lange traditie. Van Nederlandse bedrijven die buitenlandse ondernemingen overnemen. En van buitenlandse bedrijven die hier investeren, bijvoorbeeld door een Nederlandse concurrent te kopen. Het bod op KPN komt op een moment dat internationale telefoon- en kabelmaatschappijen verwikkeld zijn in fusies, overnames en aandelentransacties, zoals die tussen Verizon en Vodafone ter waarde van bijna 100 miljard euro.

Maar Nederland staat ook voor een economische ordening die gericht is op samenwerking tussen de belanghebbenden in het bedrijfsleven: werknemers, managers en aandeelhouders. Ondernemingen die hier een overname willen uitvoeren, dienen zich daar rekenschap van te geven. De manier waarop América Móvil tot nu toe KPN tegemoet treedt, zorgt begrijpelijkerwijs voor onrust en bezorgdheid, allereerst bij de ondernemingsraad van KPN. Het Mexicaanse bedrijf, dat wordt geleid door miljardair Carlos Slim, lijkt zich alleen in uiterste noodzaak te verstaan met KPN. Het is vaagheid troef. Dat schept geen vertrouwen in de langetermijninvesteringen en het beleid dat América Móvil voor ogen zegt te hebben.

Gezien dat optreden valt het te billijken dat de stichting die borg moet staan voor de continuïteit van KPN nu haar gewicht in de schaal legt door een pakket speciale aandelen te kopen. Met deze aandelen verzekert de stichting zich van bijna de helft van de stemmen op een aandeelhoudersvergadering. Nederland moet wat dat betreft niet naïef zijn. Hoe groot zou de kans zijn dat Mexico zonder slag of stoot zou instemmen als de rollen omgedraaid waren en KPN op een vergelijkbare manier América Móvil zou willen kopen?

De interventie van de stichting moet América Móvil en KPN aan de onderhandelingstafel krijgen. Dat kan twee uitkomsten hebben: het bod gaat door met instemming van beide partijen, waarin zij elk vanzelfsprekend wat moeten geven en nemen. Of er komt geen overeenstemming. Ondertussen staat het iedereen vrij om de rechter om een uitspraak te vragen over de interventie.

De stichting die nu feitelijk de aandeelhoudersmacht bij KPN vertegenwoordigt, wordt bestuurd door vijf deskundige en bekwame mannen die hun sporen in het internationale Nederlandse bedrijfsleven en de advocatuur hebben verdiend. Zij weten bij uitstek dat ons open investerings- en vestigingsklimaat een sterke troef is van de Nederlandse economie. Hun macht als aandeelhouder mag daarom alleen maar kortstondig zijn.