Slimme killer en meisjesidool – daar zit geld in

Investeerders steken miljoenen in voetballers. De speler als beleggingsinstrument: nieuwe en lucratieve business. Maar wel controversieel. De UEFA stuurt aan op een verbod.

Gareth Bale gisteren bij de presentatie in Madrid. Foto´s AP/AFP

Ricky van Wolfswinkel (24) is een sluipmoordenaar in het strafschopgebied. Een slimme spits, een doelpuntenmachine. Goede kopper, bijna nooit geblesseerd, prettig in de omgang. Meisjesidool. Goud waard voor een club. En voor investeringsmaatschappijen.

Voetbal is overgenomen door het grote geld. Chelsea, Monaco, Manchester City en Paris Saint-Germain zijn van oliesjeiks of Russische miljardairs. Dat was bekend. De volgende stap is dat investeerders een belang kopen in voetballers. Het enige doel: winst maken op de speler.

Het lucratieve verhaal rond Van Wolfswinkel begint in juni 2011. Hij gaat van FC Utrecht naar Sporting Portugal voor 5,4 miljoen euro. De Portugese club was toen voor 100 procent eigenaar. Kort erna kochten twee investeringsmaatschappijen een deel van zijn ‘economische rechten’. Dan ben je voor een percentage eigenaar van een prof en heb je het recht op de opbrengst bij verkoop.

De twee investeerders die een belang kopen in Van Wolfswinkel zijn het Ierse Quality Sports Investments (voor 50 procent) en het aan de club gelieerde Sporting Portugal Fund, voor 15 procent.

In maart 2013 gaat hij naar Norwich City, voor 10 miljoen euro. Hierdoor zien de twee fondsen de waarde van hun investering bijna verdubbelen. Quality Sports Investments krijgt 5 miljoen, Sporting Portugal Fund 1,5 miljoen.

Het is de transfermarkt in 2013: de voetballer als beleggingsinstrument. Zeker is dat investeerders in Europa belangen hebben in enkele honderden spelers. Veel clubs in Spanje, Portugal en Italië werken met investeerders.

Externe financiers krijgen te veel invloed op een speler, luidt de kritiek. Zij zouden mede beslissen naar welke club een speler gaat, en alleen oog hebben voor hun return on investment. De Europse voetbalbond UEFA stuurt aan op een verbod. Wereldbond FIFA gaat erover en doet nu studie naar de mogelijkheden van regulering.

De trend dat investeerders een spelersbelang nemen zet zich door. PSV gaat als eerste Nederlandse club mogelijk een samenwerking met een buitenlandse investeringsmaatschappij aan. Het gaat om het in Malta geregistreerde Doyen Sports.

De financiële betrokkenheid van derde partijen – de constructie staat bekend onder third-party ownership (TPO) – is controversieel. In Engeland, Frankrijk en Polen is TPO verboden. In Nederland komt het volgens de KNVB (nog) niet voor.

Hoe groot het aandeel van investeerders in een speler is, varieert; dit kan 5 procent zijn, maar soms ook 80 procent. Zo zou Doyen Sports een belang van 80 procent hebben in de Nederlandse spits Ola John van het Portugese Benfica.

TPO is in de jaren negentig groot geworden in Latijns-Amerika. Met name in de voetbalgekke landen Brazilië en Argentinië kopen ondernemers en zaakwaarnemers een percentage van de economische rechten van jonge, talentvolle spelers. Ze betalen de opleidingskosten, zorgen voor huisvesting, nieuwe voetbalschoenen en ze proberen de talentjes bij een goede club onder te brengen.

In ruil krijgt de investeerder uitbetaald als de voetballer een transfer maakt naar een profclub. In Zuid-Amerika hebben familieleden vaak ook een aandeel in de economische rechten. Zo betaalde FC Barcelona 57 miljoen euro voor de Braziliaanse sterspeler Neymar (21), die in juni van Santos overkwam. De vader van Neymar – tevens zijn zaakwaarnemer – zou liefst 40 miljoen euro hebben gekregen.

Waarom is TPO slecht voor het voetbal? „Spelers moeten het recht hebben om hun eigen toekomst te bepalen”, schreef secretaris-generaal Gianni Infantino van de UEFA in maart in een felle column. Het gevaar bestaat dat een investeerder zijn macht opeist en bepaalt dat een speler een lucratieve transfer moet maken, terwijl de speler dit misschien niet wil.

Omdat de financiers vaak onzichtbaar willen blijven, weet een speler vaak zelf niet eens dat hij in handen is van een investeerder. Neem Ola John, afgelopen juni tijdens het EK onder 21 in Israël, toen hem gevraagd werd naar Doyen. „Nooit van gehoord. Nooit naar gevraagd ook.”

Vooral in Portugal is TPO populair. Portugese clubs verdienen lang niet zo veel aan tv-rechten, sponsorcontracten en merchandising als clubs in de hoger aangeschreven competities in Engeland, Spanje en Duitsland. Portugese clubs zijn daarom gevoelig voor samenwerking met investeerders. En het resultaat is er naar: de ‘arme’ Portugese clubs presteerden de afgelopen jaren goed in de Europese clubcompetities, mede dankzij TPO-spelers.

Van Wolfswinkel en zijn zaakwaarnemer Louis Laros hoorden pas afgelopen winter voor het eerst dat investeerders zijn rechten hadden. Laros: „Ricky heeft nooit kennis met ze gemaakt.” De investeerders hebben de overgang van Sporting naar Norwich City niet bemoeilijkt.

De spelersmakelaar is geen voorstander van de constructie. „Wat als er maar drie miljoen was geboden voor Ricky? Dan hadden de investeerders het waarschijnlijk tegengehouden.” Is zijn huidige club Norwich wel honderd procent eigenaar van hem? „Zover ik weet wel.”