‘Plan belastingontwijking raakt fiscale branche niet’

Het als pittig gepresenteerde kabinetsplan tegen fiscale sluiproutes zal weinig gevolgen hebben voor de advocaten, fiscalisten en trustkantoren die buitenlandse bedrijven helpen.

De fiscale branche in Nederland maakt zich weinig zorgen over het nieuwe kabinetsplan om internationale belastingontwijking tegen te gaan. Zij verwachten er „geen” of „nauwelijks” hinder van te ondervinden, blijkt uit een rondgang.

Onder het motto ‘Kabinet pakt internationale belastingontwijking aan’ maakten staatssecretaris Weekers (Financiën, VVD) en minister Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) vrijdag bekend dat het Nederlandse beleid op de schop gaat.

Nederland kreeg de afgelopen tijd van verschillende kanten kritiek op het gunstige fiscale regime voor internationale bedrijven en werd geregeld weggezet als ‘belastingparadijs’. Nederland biedt onderdak aan zeker 12.000 bijzondere financiële instellingen, vaker brievenbusbedrijven genoemd. Twee jaar geleden stroomde via die bedrijven zo’n 4.000 miljard euro (bijna acht keer de totale economie) door Nederland.

De politieke en maatschappelijke discussie over belastingontwijking speelde het afgelopen jaar flink op, onder andere door ophef over koffieketen Starbucks. Die betaalde in het Verenigd Koninkrijk nauwelijks belasting, door onder meer via Nederland geld te laten lopen. En Mongolië nam de uitzonderlijke stap het belastingverdrag met Nederland op te zeggen omdat het belastingen misliep door bedrijven die inkomsten via Nederland wegsluisden. Na debatten in de Tweede Kamer beloofde het kabinet met een nieuwe visie te komen. Die kwam vrijdag.

In Nederland is een hele bedrijfstak die draait op de vestiging van buitenlandse bedrijven, bestaande uit trustkantoren die brievenbusbedrijven onderdak bieden, fiscalisten en advocaten. Op het eerste gezicht zou je verwachten dat de kabinetsplannen die bedrijfstak beschadigen. Maar de branche maakt zich weinig zorgen.

Stephen Brunner, partner bij Deloitte en gespecialiseerd in internationale belastingen, verwacht dat de gevolgen voor de sector „beperkt zijn tot de onderkant van de markt. Door toenemende regeldruk ontstaat ook nieuw werk. Waarschijnlijk komen er minder bv’s naar Nederland, maar er is dan wel meer werk per bv.” Cees-Frans Greeven, belastingadvocaat en partner bij Buren, denkt dat de kabinetsvoornemens „geen negatieve effecten hebben. Het is een vrij neutraal plan”.

Volgens belastingadviseur Wiecher Munting, partner bij Otterspeer Haasnoot & Partners, bevat de brief met het nieuwe beleid „weinig nieuws”. Hij wijst erop dat Weekers meldt dat in de toekomst voor alle vennootschappen hardere zogeheten ‘substance-eisen’ gaan gelden, waardoor de boekhouding, bankrekening en de helft van het management in Nederland moet zijn. „Maar in feite was dat al het geval.”

Wel zet Munting vraagtekens bij het plan om ‘spontaan’ gegevens uit te gaan wisselen met andere landen over afspraken (rulings) die bedrijven rechtstreeks met de Belastingdienst maken. „Je weet niet wat dat andere land met de gegevens gaat doen, onterecht belasting heffen bijvoorbeeld.”

Andre Nagelmaker, vicevoorzitter van branchevereniging van trustkantoren Holland Quaestor is „heel positief” over de plannen. „Het is nu heel helder dat Nederland geen belastingparadijs is. Structuren waarbij die kwalificatie dreigt, worden nu aangepakt.”

Greeven is tevreden dat het kabinet niet op eigen houtje radicale maatregelen doorvoert en juist aankondigt in EU-verband op de rem te willen staan. „Het is heel positief dat het kabinet niet doorschiet en aangeeft dat de EU geen maatregelen moet nemen die verder gaan dan andere internationale plannen.”

Ook Nagelmaker en Munting zijn blij dat staatssecretaris Weekers inzet op een „mondiale oplossing” voor belastingontwijking. Bedrijven zouden anders massaal onderdak in andere landen kunnen gaan zoeken en dat kost de Nederlandse branche klanten. „Nederland kan en wil niet zelfstandig zwaardere eisen gaan stellen”, zegt Munting.

Toch moeten de kabinetsplannen volgens Brunner zeker niet als inhoudsloos worden weggezet. „Nederland zet als eerste een stap in de goede richting van meer transparantie. Dat is een statement.”

Advocaat Greeven ziet dat ook, maar daar zit volgens hem ook het gevaar. „Als andere Europese lidstaten, met name Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk, geen vergelijkbare maatregelen invoeren, dan raakt onze concurrentiepositie in het geding.”