‘Paar kleine bombardementen zullen ons niet helpen’

De inwoners van Damascus zijn murw geslagen Ze wachten angstig een mogelijke aanval af.

Strijders van het Vrije Syrische leger in Hama. Foto Reuters

Wie de afgelopen dagen naar Syrische staatstelevisie heeft gekeken, krijgt eerder het gevoel dat Syrië op het punt staat militair in te grijpen in de VS dan andersom. Volgens de nieuwslezers is Damascus klaar om keihard terug te slaan in geval van buitenlandse agressie. President Assad is een held en zal zonder twijfel een glorieuze overwinning behalen tegen het Amerikaanse imperialisme, de zionistische expansiedrift en boosaardige Saoedische complotten.

Van een dergelijk vertrouwen is op straat in de hoofdstad Damascus weinig te merken, blijkt uit gesprekken met inwoners. Hoge officieren hebben volgens hen hun gezinnen in veiligheid gebracht. Alawieten en aanhangers van het regime hebben hun geld van de bank gehaald en zijn gevlucht. Sommigen naar de kust, anderen naar Libanon, weer anderen naar Europa.

„Wij leven in een verdoofde toestand, als een soort geesten”, vertelt Dima via Facebook, een vrouwelijke arts in een overheidsziekenhuis in het centrum van Damascus. „Wat er ook gebeurt, we kunnen er toch niets aan veranderen.” Dima heeft geen mogelijkheid haar land te ontvluchten. Geld om in Beiroet te wonen heeft ze niet.

Dima is moe en depressief van de oorlog, vooral door de tragedies die ze elke dag tegenkomt op haar werk. „Vandaag was ik nog bezig een patiënt te opereren toen er vlakbij een mortier insloeg. Voor een paar minuten was iedereen in het ziekenhuis in paniek, maar daarna gingen we weer verder alsof er niets was gebeurd.”

Dima steunt militair ingrijpen door de VS, maar alleen als het dient om het regime ook daadwerkelijk te verslaan. Een beperkte aanval, alleen maar om Amerika’s eigen geloofwaardigheid te redden, ziet ze niet zitten. „Wat hebben we daar aan? Uiteindelijk zullen wij zelf de prijs ervoor moeten betalen, want het regime is in staat om ons met een druk op de knop allemaal af te maken. Ik ben niet alleen bang voor de Amerikaanse aanval, maar vooral voor de reactie van het regime.”

Dima heeft net als veel anderen flink gehamsterd en tevens medische spullen thuis opgeslagen, zoals infusen, mondkapjes en hechtdraad.

Ahmed, een anti-Assad activist uit Arbin, een van de door de rebellen gecontroleerde buitenwijken ten oosten van Damascus, is het met Dima eens. „Amerika kan er binnen 24 uur voor zorgen dat het afgelopen is met het regime. Ze maken zoveel kabaal in de media, maar je zult zien dat ze straks alleen maar een paar kleine bombardementen uitvoeren. Het lijkt erop dat Obama en Bashar hebben afgesproken dat deze aanval vooral niet mag leiden tot de val van het regime.”

Arbin is een van de wijken waar enkele dagen geleden gifgas werd ingezet. Op het moment van de aanval was Ahmed in het centrum van Damascus. Enkele dagen geleden keerde hij terug naar Arbin om een onderwijsproject op te zetten voor kinderen. Lokale scholen zijn al meer dan een jaar dicht. Bovendien was Ahmed in Damascus niet meer veilig. De veiligheidsdienst had zijn neef opgepakt. Die zou hem kunnen verraden.

Volgens Ahmed hebben de mensen in Arbin weinig vertrouwen in een Amerikaanse aanval. „Als de VS echt hadden willen ingrijpen, hadden ze dat meteen gedaan. Nu heeft het geen enkele zin meer. Het regime heeft het meeste wapentuig al verplaatst”.

Dima bevestigt dit verhaal. „Het regime heeft de vliegvelden van Damascus ontruimd, als ook alle andere plekken die mogelijk gebombardeerd kunnen worden. Alleen de gevangenen hebben ze laten zitten, die dienen nu als levend schild”.

Op webpagina’s van activisten in diverse wijken van Damascus wordt gemeld dat het regime de afgelopen dagen op grote schaal troepen heeft verplaatst. De barakken bij het militaire vliegveld van Mezzeh zijn ontruimd. De soldaten zijn nu gelegerd in scholen. Ook het hoofdkwartier van de chef van staven is verplaatst.

„Een paar dagen geleden was het zo stil. Geen geweervuur, geen mortieren, niets!”, zegt Ahmed. „Ze hadden kennelijk iets anders aan hun hoofd, dan ons te beschieten”. Deze verplaatsingsoperaties zouden een aantal dagen geleden zijn voltooid. Toen hervatte het regime de bombardementen.

Ahmed en velen met hem geloven dat Amerika behalve doelen van het regime ook bolwerken van islamitische strijdgroepen zal aanvallen. Die angst leeft vooral onder de rebellen zelf. Via verschillende kanalen riepen aanhangers van de aan Al-Qaeda gelieerde organisaties ISIS en Jabhat al- Nusra op om hun hoofdkwartieren te ontruimen, niet in grote groepen te bewegen en vooral geen telefoonverkeer te voeren waardoor hun posities zouden kunnen worden verraden.

Inmiddels heeft Obama een besluit over een nogelijke aanval doorgeschoven naar het Congres. Aan de onzekerheid komt nog geen einde. „Heb ik geen recht op een normaal leven?”, vraagt Dima zich af. „Ik ben een arts aan het begin van mijn loopbaan, maar ik zie geen toekomst. Niet voor mezelf en niet voor mijn gezin”.